<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//TaxonX//DTD Taxonomic Treatment Publishing DTD v0 20100105//EN" "../../nlm/tax-treatment-NS0.dtd">
<article xmlns:tp="http://www.plazi.org/taxpub" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" article-type="research-article" xml:lang="en">
  <front>
    <journal-meta>
      <journal-id journal-id-type="publisher-id">69</journal-id>
      <journal-id journal-id-type="index">urn:lsid:arphahub.com:pub:8D21F818-6EEF-540F-91C7-D50E3E5A13E0</journal-id>
      <journal-title-group>
        <journal-title xml:lang="en">Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie</journal-title>
        <abbrev-journal-title xml:lang="en">MAB</abbrev-journal-title>
      </journal-title-group>
      <issn pub-type="ppub">0924-6304</issn>
      <issn pub-type="epub">2543-1684</issn>
      <publisher>
        <publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
      </publisher>
    </journal-meta>
    <article-meta>
      <article-id pub-id-type="doi">10.5117/mab.100.185102</article-id>
      <article-id pub-id-type="publisher-id">185102</article-id>
      <article-categories>
        <subj-group subj-group-type="heading">
          <subject>Response</subject>
        </subj-group>
        <subj-group subj-group-type="scientific_subject">
          <subject>Externe verslaggeving (External reporting)</subject>
        </subj-group>
      </article-categories>
      <title-group>
        <article-title>Nawoord Ralph ter Hoeven op lezersbijdragen Martin Hoogendoorn en Gert-Peter den Hollander</article-title>
      </title-group>
      <contrib-group content-type="authors">
        <contrib contrib-type="author" corresp="yes">
          <name name-style="western">
            <surname>ter Hoeven</surname>
            <given-names>Ralph</given-names>
          </name>
          <email xlink:type="simple">ralphterhoeven@live.nl</email>
          <uri content-type="orcid">https://orcid.org/0000-0002-5710-8253</uri>
          <xref ref-type="aff" rid="A1">1</xref>
          <xref ref-type="aff" rid="A2">2</xref>
        </contrib>
      </contrib-group>
      <aff id="A1">
        <label>1</label>
        <addr-line content-type="verbatim">Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, Netherlands</addr-line>
        <institution>Rijksuniversiteit Groningen</institution>
        <addr-line content-type="city">Groningen</addr-line>
        <country>Netherlands</country>
      </aff>
      <aff id="A2">
        <label>2</label>
        <addr-line content-type="verbatim">Deloitte Accountants B.V., Rotterdam, Netherlands</addr-line>
        <institution>Deloitte Accountants B.V.</institution>
        <addr-line content-type="city">Rotterdam</addr-line>
        <country>Netherlands</country>
      </aff>
      <author-notes>
        <fn fn-type="corresp">
          <p>Corresponding author: Ralph ter Hoeven (<email xlink:type="simple">ralphterhoeven@live.nl</email>).</p>
        </fn>
        <fn fn-type="edited-by">
          <p>Academic editor: Barbara Majoor</p>
        </fn>
      </author-notes>
      <pub-date pub-type="collection">
        <year>2026</year>
      </pub-date>
      <pub-date pub-type="epub">
        <day>06</day>
        <month>02</month>
        <year>2026</year>
      </pub-date>
      <volume>100</volume>
      <issue>1</issue>
      <fpage>27</fpage>
      <lpage>28</lpage>
      <uri content-type="arpha" xlink:href="http://openbiodiv.net/B0DAB087-628A-5BB1-A66D-84C62AED31F4">B0DAB087-628A-5BB1-A66D-84C62AED31F4</uri>
      <uri content-type="zenodo_dep_id" xlink:href="https://zenodo.org/record/0">0</uri>
      <history>
        <date date-type="received">
          <day>13</day>
          <month>01</month>
          <year>2026</year>
        </date>
        <date date-type="accepted">
          <day>19</day>
          <month>01</month>
          <year>2026</year>
        </date>
      </history>
      <permissions>
        <copyright-statement>Ralph ter Hoeven</copyright-statement>
        <license license-type="creative-commons-attribution" xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/" xlink:type="simple">
          <license-p>This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.</license-p>
        </license>
      </permissions>
    </article-meta>
  </front>
  <body>
    <sec sec-type="Inleiding" id="sec1">
      <title>Inleiding</title>
      <p>Ik wil beide auteurs van harte bedanken voor het inzenden van een bijdrage waarin zij reageren op mijn essay <italic>‘Naar een wettelijke status voor de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving?’</italic>. De bijdragen zijn welkom, omdat ze nieuwe perspectieven bieden op de onderliggende vraag en mij ook de gelegenheid geven om mijn standpunten te heroverwegen en waar nodig verder uit te leggen. Zonder daarmee overigens te willen vervallen in het claimen van het laatste woord en in het eigen gelijk. In een academisch debat gaat het louter om de kracht van het argument en de bereidheid om de eigen visie in te ruilen voor een betere.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Administratieve lasten" id="sec2">
      <title>Administratieve lasten</title>
      <p>Hoogendoorn belicht terecht het onderwerp van administratieve lasten en stelt dat in de weging van deze lasten het effect van nieuwe regels wordt beoordeeld, en dat dus de bestaande praktijk als uitgangspunt wordt genomen. In mijn bijdrage heb ik betoogd dat feitelijk sprake is van een bestendiging van deze praktijk. Hiervoor heb ik gronden aangedragen vanuit bijvoorbeeld de Nederlandse taxonomie, de praktijk van de accountantscontrole en de plaats die de Richtlijnen innemen in de jurisprudentie. Dan zou het ‘wettelijk erkennen’ van de Richtlijnen dus niet zozeer betekenen dat er sprake is van een set <italic>nieuwe</italic> regels, maar van een <italic>de facto</italic> voortzetting van de praktijk voor middelgrote en grote ondernemingen.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Status" id="sec3">
      <title>Status</title>
      <p>Wat betreft de status van de Richtlijnen ben ik het met Hoogendoorn eens dat de uit jurisprudentie voortkomende verwijzingen naar deze Richtlijnen zich op hetzelfde niveau bevinden als de wetgeving. Tegelijkertijd merk ik op dat deze gelijkstelling in de annotaties van de uitspraken met enige regelmaat wordt bekritiseerd. De door Hoogendoorn aangehaalde uitspraak van Beckman en ook de door Den Hollander aangehaalde bron (Beckman and Van der Zanden) maken duidelijk dat de RJ door deze gezaghebbende bronnen wordt beschouwd als een ‘particulier’ zonder bevoegdheid om regels uit te vaardigen. Dit standpunt is niet alleen zichtbaar in de annotaties van de gerechtelijke uitspraken, maar heb ik ook aangetroffen in adviesbrieven van juridische kantoren waarin een interpretatie van jaarrekeningregels werd gegeven (<italic>legal letters</italic>, <italic>second opinions</italic>).</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Voorhangprocedure" id="sec4">
      <title>Voorhangprocedure</title>
      <p>Wat betreft de voorhangprocedure is het goed op te merken dat er zowel lichte als zware voorhangprocedures bestaan. Een lichte variant behelst dat een ontwerp-AMvB eerst aan de Staten-Generaal moet worden voorgelegd. Een vijfde deel van de Tweede of Eerste Kamer kan dan binnen dertig dagen om wettelijke goedkeuring vragen. In de praktijk zal het erop neerkomen dat de ontwerp-AMvB tijdens de dertigdagentermijn in de Vaste Kamercommissie Financiën zal worden geagendeerd. En als er volgend uit deze behandeling geen vijfde deel is dat een behandeling wil aanvragen, zal de ontwerp-AMvB na de termijn van dertig dagen automatisch zijn vastgesteld. Deze positie van het Nederlands parlement is te vergelijken met de positie die de Europese Raad en het Europees Parlement hebben in het goedkeuringsproces van IFRS binnen Europa. Ik merk tot slot op dat ook de in de gedelegeerde handelingen opgenomen duurzaamheidsregels (ESRS) van de EU-Richtlijn duurzaamheidsrapportering (CSRD) via een AMvB zullen worden vastgesteld en daarmee onderdeel worden van de Nederlandse wet. Dit betekent dus ook dat aanpassingen van die gedelegeerde handelingen in de toekomst een dergelijke procedure zullen volgen. De technische regels omtrent niet-financiële verslaggeving (ESRS) en financiële verslaggeving (RJ) zouden dan kunnen worden gebundeld en op een gelijke wijze via een voorhangprocedure aan ons parlement worden voorgelegd.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Minimumvoorschriften en EU-Jaarrekeningrichtlijn" id="sec5">
      <title>Minimumvoorschriften en EU-Jaarrekeningrichtlijn</title>
      <p>De bijdrage van Den Hollander geeft een duidelijk standpunt. Wat betreft de analyse kan ik er slechts aan toevoegen dat de EU-Jaarrekeningrichtlijn met nadruk <italic>minimum</italic>voorschriften wenst uit te geven met betrekking tot de mate waarin concurrerende ondernemingen financiële gegevens aan het publiek ter beschikking dienen te stellen (overweging 8) en dat van kleine rechtspersonen (inclusief micro-rechtspersonen) niet meer dan dat minimum gevraagd mag worden. In de tiende overweging wordt dit als volgt gemotiveerd:</p>
      <p><italic>Deze richtlijn dient ervoor te zorgen dat de voorschriften voor kleine ondernemingen overal in de Unie grotendeels uniform zijn. Deze richtlijn berust op het "denk eerst klein“-principe. Om onevenredige administratieve lasten op die ondernemingen te vermijden, moet aan de lid staten uitsluitend worden toegestaan om enkele informatieverplichtingen door middel van bijkomende toelichtingen, naast de verplichte vermeldingen voor te schrijven</italic>.</p>
      <p>Vervolgens sluit de overweging af met:</p>
      <p><italic>Het moet voor de lidstaten mogelijk zijn om aan middelgrote en grote ondernemingen voorschriften op te leggen die verder gaan dan de minimumvoorschriften die bij deze richtlijn zijn voorgeschreven</italic>.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Nationale GAAPs en standard setters" id="sec6">
      <title>Nationale GAAPs en standard setters</title>
      <p>In het bovenstaande gedeelte wordt gerefereerd aan de uitwerking van de al langer bestaande lidstaten-GAAPs voor (controleplichtige) middelgrote en grote rechtspersonen die uiteraard niet strijdig mogen zijn met de bepalingen van de EU-Jaarrekeningrichtlijn (zoals geïncorporeerd in de wetgeving van de Lidstaten zelf). In mijn bijdrage beschrijf ik ook dat de RJ een ontwikkeling heeft doorgemaakt als het gaat om de verhouding tussen de Richtlijnen en de Nederlandse wet. De belangrijkste taak van een dergelijke nationale <italic>standard setter</italic> is het nader uitwerken van niet in de wet geregelde zaken. Nationale <italic>standard setters</italic> overleggen regelmatig met de IASB en streven in het algemeen naar het verwerken van IFRS voor zover dat leidt tot betere verslaggeving en niet strijdig is met de wettelijke bepalingen. Op deze wijze wordt ook het verschil tussen de nationale GAAP en IFRS beperkt. Dit is prettig voor gebruikers, maar ook voor accountants en ondernemingen in het werken met (of overgaan naar) de nationale GAAP respectievelijk IFRS. Ze stellen verder regels vast voor bijzondere bedrijfstakken (zie ook bijdrage Hoogendoorn) en geven ook commentaar op de door de IASB uitgebrachte concept-standaarden en op door EFRAG gedane goedkeuringsadviezen in het kader van toepassing van IFRS in de EU.</p>
      <p>Met Hoogendoorn ben ik van mening dat zonder een gezaghebbend orgaan dat een nadere invulling geeft aan het wettelijke inzichtsvereiste de kwaliteit van de verslaggeving in Nederland, waaronder de onderlinge vergelijkbaarheid, sterk zou verminderen. Alsook dat Nederland zich zou isoleren van andere Europese landen, die dergelijke standard setters kennen.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Getrouw beeld" id="sec7">
      <title>Getrouw beeld</title>
      <p>Wat betreft het inzichtsvereiste versus getrouw beeld, zie ik niet echt een discrepantie omdat ook in onze wet de financiële overzichten met de toelichting getrouw moeten worden opgesteld. In overweging 9 van de Richtlijn wordt verder het risico genoemd dat in uitzonderlijke gevallen een financieel overzicht zelfs bij correcte toepassing van de Richtlijn geen getrouw beeld biedt. In dergelijke gevallen dient (artikel 4 van de Richtlijn) de onderneming af te wijken van die bepalingen teneinde een getrouw beeld te kunnen geven. Deze derogatiebepaling is ook opgenomen in artikel 2:362 lid 4 BW en daarmee voldoet de Nederlandse wet aan het beginsel dat een jaarrekening altijd moet voldoen aan het vereiste inzicht (en daarmee het geven van een getrouw beeld), zelfs als dat een afwijking van een specifieke wettelijke bepaling met zich brengt. Voor wat betreft het opnemen van de maatschappelijk aanvaardbare normen (artikel 2:362 lid 1 BW) verwijs ik naar de behandeling van de wetsgeschiedenis (paragraaf) van mijn bijdrage.</p>
    </sec>
    <sec sec-type="Slot" id="sec8">
      <title>Slot</title>
      <p>De reacties van Hoogendoorn en Den Hollander bevestigen wat mij betreft het standpunt van mijn bijdrage om de plaats van Richtlijnen in ons maatschappelijk bestel te heroverwegen. Hetzij via de praktijk, inclusief het laaghangende fruit waar Hoogendoorn over spreekt (vermelding van de Richtlijnen in de jaarrekening zelf), hetzij (of alsmede) via politieke besluitvorming door bijvoorbeeld aanpassing van artikel 362 BW 2. Ik kan tot slot alleen maar hopen dat de gezamenlijkheid van onze bijdragen – waarin diverse en soms tegengestelde standpunten zijn gemotiveerd – tot steun zal zijn bij een verantwoorde politieke besluitvorming.</p>
      <boxed-text id="box1">
        <p><bold>Prof. dr. R.L. ter Hoeven RA</bold> is hoogleraar externe verslaggeving aan de Rijksuniversiteit Groningen en was van oktober 1997 tot juni 2025 werkzaam bij Deloitte Accountants als vaktechnisch partner.</p>
      </boxed-text>
    </sec>
  </body>
</article>
