﻿Principe;Uitleg;Modelimplicaties
"1. Brede waardecreatie: waardecreatie wordt gestimuleerd en is positief voor alle drie de waardedimensies.";"Dit is het langetermijndoel voor alle beslissingen, maar is niet altijd onmiddellijk mogelijk op bestaande activiteiten.";"Optimaliseer W F ≥ 0, S ≥ 0, E ≥ 0"
"2. Transitie: waar waarde wordt vernietigd, wordt een transitiepad naar herstel vastgesteld.";"Dit moet gelden voor alle drie de waardedimensies. Het transitiepad naar het beëindigen van de waardevernietiging moet geloofwaardig zijn.";"Dit kan worden vastgelegd in transitiecurves."
"3. Niet-substitueerbaar: salderen is in beginsel niet toegestaan.";"Negatieve effecten kunnen in beginsel niet worden gecompenseerd door positieve effecten, zelfs niet binnen dezelfde categorie. Als een project bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen vermindert, maar de biodiversiteit schaadt, moeten beide effecten zichtbaar zijn en worden geëvalueerd.";"Negatieve waarden hebben een groter effect dan positieve waarden van dezelfde omvang. Dat kan met een wegingsfactor (hier: delta > 1)."
"4. Missie: ondernemingen hebben de ruimte om hun eigen missie vast te stellen en in de besluitvorming op te nemen.";"De ruimte voor de eigen missie is groter naarmate beter aan bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. De missie weerspiegelt waar bedrijven goed in zijn. Daarom kan het bedrijf prioriteit geven aan een specifiek type waarde, zonder de anderen te verwaarlozen.";"Prioriteit kan met wegingsfactoren (hier: bèta en gamma). Deze worden bepaald door de betrokken aandeelhouders en belanghebbenden van het bedrijf."
