<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<!DOCTYPE article PUBLIC "-//TaxonX//DTD Taxonomic Treatment Publishing DTD v0 20100105//EN" "../../nlm/tax-treatment-NS0.dtd">
<article xmlns:mml="http://www.w3.org/1998/Math/MathML" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink" xmlns:tp="http://www.plazi.org/taxpub" article-type="research-article" dtd-version="3.0" xml:lang="en">
  <front>
    <journal-meta>
      <journal-id journal-id-type="publisher-id">69</journal-id>
      <journal-id journal-id-type="index">urn:lsid:arphahub.com:pub:8D21F818-6EEF-540F-91C7-D50E3E5A13E0</journal-id>
      <journal-title-group>
        <journal-title xml:lang="en">Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie</journal-title>
        <abbrev-journal-title xml:lang="en">MAB</abbrev-journal-title>
      </journal-title-group>
      <issn pub-type="ppub">0924-6304</issn>
      <issn pub-type="epub">2543-1684</issn>
      <publisher>
        <publisher-name>Amsterdam University Press</publisher-name>
      </publisher>
    </journal-meta>
    <article-meta>
      <article-id pub-id-type="doi">10.5117/mab.96.96861</article-id>
      <article-id pub-id-type="publisher-id">96861</article-id>
      <article-categories>
        <subj-group subj-group-type="heading">
          <subject>Introduction to special issue</subject>
        </subj-group>
        <subj-group subj-group-type="scientific_subject">
          <subject>Externe verslaggeving (External reporting)</subject>
        </subj-group>
      </article-categories>
      <title-group>
        <article-title>﻿Kleine stapjes voorbij compliance en boilerplate</article-title>
      </title-group>
      <contrib-group content-type="authors">
        <contrib contrib-type="author" corresp="yes">
          <name name-style="western">
            <surname>Brouwer</surname>
            <given-names>Arjan</given-names>
          </name>
          <email xlink:type="simple">arjan.brouwer@pwc.com</email>
          <uri content-type="orcid">https://orcid.org/0000-0003-1994-1698</uri>
          <xref ref-type="aff" rid="A1">1</xref>
        </contrib>
      </contrib-group>
      <aff id="A1">
        <label>1</label>
        <addr-line content-type="verbatim">Vrije Universiteit, Amsterdam, Netherlands</addr-line>
        <institution>Vrije Universiteit</institution>
        <addr-line content-type="city">Amsterdam</addr-line>
        <country>Netherlands</country>
      </aff>
      <author-notes>
        <fn fn-type="corresp">
          <p>Corresponding author: Arjan Brouwer (<email xlink:type="simple">arjan.brouwer@pwc.com</email>).</p>
        </fn>
        <fn fn-type="edited-by">
          <p>Academic editor: Annemarie Oord</p>
        </fn>
      </author-notes>
      <pub-date pub-type="collection">
        <year>2022</year>
      </pub-date>
      <pub-date pub-type="epub">
        <day>21</day>
        <month>12</month>
        <year>2022</year>
      </pub-date>
      <volume>96</volume>
      <issue>11/12</issue>
      <fpage>365</fpage>
      <lpage>366</lpage>
      <uri content-type="arpha" xlink:href="http://openbiodiv.net/59E7B5A1-E9A1-547D-BE88-0046A167E9DD">59E7B5A1-E9A1-547D-BE88-0046A167E9DD</uri>
      <history>
        <date date-type="received">
          <day>29</day>
          <month>10</month>
          <year>2022</year>
        </date>
        <date date-type="accepted">
          <day>30</day>
          <month>10</month>
          <year>2022</year>
        </date>
      </history>
      <permissions>
        <copyright-statement>Arjan Brouwer</copyright-statement>
        <license license-type="creative-commons-attribution" xlink:href="https://creativecommons.org/licenses/by-nc-nd/4.0/" xlink:type="simple">
          <license-p>This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.</license-p>
        </license>
      </permissions>
    </article-meta>
  </front>
  <body>
    <sec id="SECID0EDC">
      <title/>
      <p>De ontwikkelingen rondom duurzaamheidsverslaggeving gaan onverminderd door. Na de publicatie van de draft Corporate Sustainability Reporting Directive (<abbrev xlink:title="Corporate Sustainability Reporting Directive" id="ABBRID0EJC">CSRD</abbrev>) in april 2021 is in Europa vaart gemaakt met het ontwikkelen van de European Sustainability Reporting Standards (<abbrev xlink:title="European Sustainability Reporting Standards" id="ABBRID0ENC">ESRS</abbrev>), waarvan de eerste concepten in april 2022 zijn gepubliceerd. Deze draft <abbrev xlink:title="European Sustainability Reporting Standards" id="ABBRID0ERC">ESRS</abbrev>’en vereisen gedetailleerde rapportage over een groot aantal Environmental, Social en Governance-aspecten. Hoewel de vereisten naar aanleiding van de ontvangen commentaren hierop worden ingeperkt, zal de informatieverschaffing over duurzaamheid door grote Europese ondernemingen op basis van de definitieve standaarden sterk toenemen. Op basis van de <abbrev xlink:title="Corporate Sustainability Reporting Directive" id="ABBRID0EVC">CSRD</abbrev> moet deze informatie op één plek worden opgenomen, namelijk in het bestuursverslag.</p>
      <p>Orij, Breijer en Erkens hebben onderzoek gedaan naar de huidige praktijk van de rapportage van niet-financiële informatie door Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen. Zij stellen vast dat ondernemingen nu een va­riëteit aan rapporten gebruiken om stakeholders te informeren. Soms zijn dat geïntegreerde verslagen en in andere gevallen specifieke themarapporten. Hierbij worden zowel op aandeelhouders gerichte raamwerken gebruikt als op bredere stakeholdergroepen gerichte raamwerken. De onderzoekers concluderen dat ondernemingen duidelijkere keuzes maken over het verstrekken van niet-financiële informatie aan specifieke belanghebbenden bij de aparte niet-financiële themarapporten dan bij geïntegreerde verslagen. De <abbrev xlink:title="Corporate Sustainability Reporting Directive" id="ABBRID0E2C">CSRD</abbrev> zal in Europa voor meer uniforme informatieverschaffing in één verslag leiden. Op basis van het onderzoek van Orij, Breijer en Erkens kan echter wel de vraag worden opgeworpen of het opnemen van alle informatie in één verslag de duidelijkheid en vindbaarheid van informatie voor specifieke gebruikers verbetert. De aanpak waarbij vanuit een kort geïntegreerd verslag wordt verwezen naar specifieke themarapporten (zoals bij het door Accountancy Europe voorgestelde Core&amp;More-concept) zou hier, gegeven de conclusies van de auteurs, mogelijk beter aan bijdragen.</p>
      <p>Kamp-Roelands en Looijenga onderzoeken inhoudelijk de klimaatgerelateerde informatie in het bestuursverslag, de plek waar op dit moment het Besluit bekendmaking niet-financiële informatie de opname van deze informatie vereist voor de grote beursfondsen. Als de <abbrev xlink:title="Corporate Sustainability Reporting Directive" id="ABBRID0EBD">CSRD</abbrev> wordt geïmplementeerd, zal dit van toepassing worden voor alle grote ondernemingen. Beide auteurs concluderen dat de transparantie over klimaat ten opzichte van 2018 is toegenomen. Vooral de AMX-ondernemingen zijn meer transparant geworden over klimaat in de strategie en risicoparagraaf, ze maken de koppeling met de Sustainable Development Goals, en klimaat komt ook meer terug in de remuneratie. Kamp-Roelands en Looijenga constateren echter ook dat er nog veel verbetering mogelijk is bij het doorvertalen van strategie en risico’s naar concrete acties, middellange- en langetermijndoelstellingen, tijdpaden, scenarioanalyses en analyse van prestaties.</p>
      <p>In het onderzoek van Van der Tas, Aggarwal en Maksimovic wordt de impact van klimaatrisico’s op de jaarrekening en de controleverklaring belicht. Hoewel zij een sterke toename zien van het aantal jaarrekeningen waarin wordt gerefereerd aan de impact van klimaatverandering, concluderen zij dat de informatieverschaffing nog beperkt is. Ondernemingen stellen in de toelichting bij de jaarrekening dat de impact van klimaatrisico’s op de jaarrekening niet materieel is, maar lichten de veronderstellingen of scenarioanalyses die aan die conclusie ten grondslag liggen nauwelijks toe. Bijzonder is daarnaast dat een aantal ondernemingen aangeeft de analyse te zijn gestart en de impact daarvan te verwerken in de jaarrekening 2022. Ook zijn er meerdere jaarrekeningen waarin klimaatrisico’s door de onderneming niet worden vermeld, terwijl deze wel worden benoemd door de accountant in de controleverklaring.</p>
      <p>De door Camfferman en Veldman en de door A. Brouwer, Hijink en Westerduin onderzochte verslaggeving staat enigszins in schril contrast tot de toenemende transparantie en bredere maatschappelijke context waarin de verslaggeving wordt geplaatst in de hiervoor beschreven onderzoeken. De publicatieverplichtingen van de door Camfferman en Veldman onderzochte kleine en microrechtspersonen zijn beperkt. Hoewel de auteurs concluderen dat de minimumvoorschriften in het algemeen redelijk worden nageleefd, zien zij ruimte voor verbetering in het beter afstemmen van de toelichting op de specifieke omstandigheden van de onderneming. Deze toelichting bestaat op dit moment vaak geheel of grotendeels uit (‘<italic>boilerplate</italic>’) standaardteksten, die in sommige gevallen duidelijk niet van toepassing zijn. In een kleine minderheid van met name kleine rechtspersonen ontbreekt de toelichting grotendeels of geheel. A. Brouwer, Hijink en Westerduin onderzoeken de jaarrekeningen van Europese Special Purpose Acquisition Companies (SPACs). Hoewel SPACs inhoudelijk sterk vergelijkbaar zijn, is de nodige diversiteit zichtbaar in de verslaggeving van de onderzochte SPACs. Dit lijkt grotendeels verklaard te worden door de locatie van beursnotering van de SPAC en het op de SPAC toepasselijke vennootschapsrecht. Zo heeft slechts één van de aan Euronext genoteerde SPACs de Nederlandse nv-vorm en hebben andere SPACs gekozen voor de bv-vorm. Of ze zijn opgericht naar buitenlands recht, zoals dat van de Kaaimaneilanden of Guernsey. Dit is bijvoorbeeld van invloed op de toepasselijkheid van – en informatieverschaffing over – corporate governance codes, investeringsbeleid en risico’s. Ook in de verwerking van de uitgegeven instrumenten (aandelen en warrants) is diversiteit zichtbaar. De reden voor die diversiteit is echter niet altijd duidelijk, doordat een goede toelichting over de kritische schattingen en oordelen ontbreekt.</p>
      <p>Bij toegelaten instellingen volkshuisvesting constateren T. Brouwer en Ter Hoeven eveneens dat toelichtingen niet altijd goed zijn toegesneden op de specifieke aandachtsgebieden van de organisatie. Zij stellen vast dat de algemene kwaliteit van de toelichtingen vergelijkbaar is met 2018 en dat de meeste verplichte of verwachte toelichtingen zijn opgenomen, maar dat dit in veel gevallen sterk gericht lijkt op compliance en niet op het goed informeren van stakeholders over de voor de organisatie relevante aspecten. Gegeven het financieringsprofiel en historie in de sector zou in veel gevallen meer diepgaande en relevante informatie worden verwacht over zaken als het beleid ten aanzien van het renteprofiel en afdekking van renterisico’s, sensitiviteit voor renterisico, de onderkenning van embedded derivaten, onderpandverplichtingen (margin calls) en belangrijke veronderstellingen voor de bepaling van reële waardes. Gezien de volatiliteit van de rente in 2022 zal het belang van deze informatie alleen maar toenemen. T. Brouwer en Ter Hoeven hebben ook een aantal mooie best practices gezien waar andere organisaties hun voordeel mee kunnen doen. Van Duuren en Ter Hoeven onderzoeken de toelichting over omzetverantwoording door Nederlandse bouwbedrijven. Zij constateren dat de toelichting van ondernemingen die IFRS toepassen is verbeterd na de invoering van IFRS 15 en dat IFRS-toepassers meer nuttige informatie verstrekken dan de ondernemingen die rapporteren op basis van NL GAAP. Ondernemingen die rapporteren onder NL GAAP nemen in veel gevallen geen (goede) toelichting op over kritische schattingen en oordelen, terwijl de auteurs dat wel zouden verwachten gezien de complexiteit van contracten en inherente schattingsonzekerheid bij de omzetverantwoording in deze sector. Ook in dit onderzoek komen de auteurs veel boilerplate en weinig ondernemingsspecifieke informatie tegen. Weliswaar bevat richtlijn 110 een vereiste om van belangrijke oordelen en schattingen de aard en veronderstellingen toe te lichten als dit voor het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, maar de auteurs geven aan dat deze eis mogelijk te generiek en onderbelicht is. De aangepaste richtlijnen voor omzetverantwoording die onder NL GAAP vanaf 2022 moeten worden toegepast zijn op diverse punten in lijn gebracht met IFRS 15, maar de auteurs constateren dat belangrijke toelichtingsinformatie ten aanzien van nieuwe concepten, zoals prestatieverplichtingen en variabele vergoedingen, niet is overgenomen in de Nederlandse richtlijn voor onderhanden projecten. De onderzoeken in deze editie van <italic>Het jaar verslagen</italic> laten op onderdelen een positieve ontwikkeling zien, met name waar het gaat om aspecten van duurzaamheid in de jaarverslaggeving. De stapjes zijn echter nog klein en veel van het in deze editie opgenomen onderzoek laat zien dat er nog veel ondernemingen zijn die niet verder gaan dan de minimum ‘compliance’-vereisten en/of moeite hebben om de in standaarden opgenomen principes en het algemene inzichtvereiste te vertalen naar goede ondernemingsspecifieke toelichtingen. Hier ligt nog een grote uitdaging met het oog op de verbetering van de kwaliteit, toegankelijkheid en relevantie van verslaggeving. De best practices die in de verschillende onderzoeken zijn geïdentificeerd kunnen organisaties inspireren om hierin stappen te maken.</p>
      <p>Ik sluit af met een woord van dank aan de auteurs en de leden van de redactie en de redactieraad voor hun inspanningen bij de totstandkoming van deze editie van <italic>Het jaar verslagen</italic> en de bijdrage die ze daarmee leveren aan de verdere verbetering van de verslaggeving in Nederland.</p>
      <boxed-text id="box1" position="float" orientation="portrait">
        <p><bold>Prof. dr. A.J. Brouwer RA – Arjan</bold> is hoogleraar externe verslaggeving aan de Vrije universiteit Amsterdam en partner bij PwC.</p>
      </boxed-text>
    </sec>
  </body>
</article>
