Literature Review |
|
Corresponding author: Arco van de Ven ( acn@xs4all.nl ) Academic editor: Oscar van Leeuwen
© 2026 Arco van de Ven.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
van de Ven A (2026) Wat zijn de consequenties van duurzaamheidsverslaggeving voor de administratieve organisatie? Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 100(3): 131-139. https://doi.org/10.5117/mab.100.154213
|
De regelgeving en verantwoording met betrekking tot duurzaamheidsaspecten (Environmental, Social & Governance (ESG)) staan zeer in de belangstelling. Alhoewel het belang van betrouwbaarheid van deze duurzaamheidsinformatie wordt onderkend, zijn er weinig publicaties over hoe de administratieve organisatie hierop moet worden aangepast. In dit artikel wordt uiteengezet wat de invloed van ESG-informatie is op de informatieverzorging en de beheersingsmaatregelen om tot betrouwbare informatie te komen.
Administratieve organisatie, ESG, interne beheersing, bestuurlijke informatieverzorging
In dit artikel wordt een praktische indeling gepresenteerd van de verschillende soorten beheersingsmaatregelen die relevant zijn voor de betrouwbaarheid van ESG-informatie. Daarnaast wordt de invloed van deze niet-financiële informatie op het verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van ESG-informatie besproken.
“For the first time…we are putting sustainability reporting on equal footing with financial reporting. And this is hugely significant. We need accurate and reliable information to ensure investments are being made towards a more sustainable future. Companies need the information to plan their transition plans. And investors need the information to have clarity about what they’re investing in and to combat greenwashing.” (McGuinness, zoals geciteerd in VinciWorks (2023, p. 4))
Omdat de Europese wet- en regelgeving over duurzaamheid zoals de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) en het Omnibus-vereenvoudigingspakket snel verandert, neemt de aandacht voor duurzaamheidsverslaggeving toe en zijn er veel publicaties over de inhoud en betekenis van deze veranderende wet- en regelgeving (
Allereerst volgt hier een inleidende bespreking van de achtergrond van de regelgeving om aan te geven wat voor soort informatie relevant is in het kader van duurzaamheid. Daarna wordt ingegaan op welke kwaliteitseisen aan deze duurzaamheidsinformatie kunnen worden gesteld en welke beheersingsmaatregelen mogelijk zijn in het kader van betrouwbaarheid. Het artikel wordt vervolgd door relevante aspecten van het verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van duurzaamheidsinformatie te bespreken. De daaropvolgende paragraaf gaat in op de invloed van ESG-aspecten op de interne beheersing en het artikel wordt afgesloten met een samenvatting in de vorm van een raamwerk voor betrouwbaarheid van ESG-informatie en enkele concluderende opmerkingen.
Het akkoord van Parijs en de duurzaamheidsdoelstellingen (Sustainable Development Goals (SDG’s)) van de Verenigde Naties in 2015 hebben de urgentie van duurzaamheid en klimaatverandering in Europa nog duidelijker op de agenda gezet (
In de Taxonomy Regulation (
Naast de vraag wanneer organisaties al dan niet duurzaam zijn, is het van belang wat er over duurzaamheid zal moeten worden gerapporteerd. Deze duurzaamheidsverantwoording bevat ESG-aspecten die in de (concept)standaarden zijn opgenomen of momenteel nog worden uitgewerkt. Over de ESG-invloed die organisaties hebben moet worden gerapporteerd wat van belang is. In de terminologie van de regelgeving: wat is materieel voor de organisatie? Deze materialiteit is niet alleen gerelateerd aan wat het outside-in-perspectief wordt genoemd (de mate waarop duurzaamheidsaspecten de prestaties, de positie en de ontwikkeling van de organisatie treffen), maar heeft ook betrekking op een inside-out-perspectief. Dit perspectief gaat in op de duurzaamheidseffecten die door de organisatie worden veroorzaakt op de omgeving (
De ESRS-standaarden bieden aanknopingspunten voor de aspecten waarop de materialiteit kan worden bepaald en zijn een verdere verfijning van de E van Environmental, de duurzaamheidspilaar, op de gebieden:
Bij de S van Social is er een onderverdeling van de invloed op:
Bij de G van governance is er een verdere onderverdeling in:
In de standaarden wordt de inhoud van de mogelijk te verstrekken informatie benoemd. Dit betreft per deelgebied niet alleen indicatoren met doelen, maar ook het gevoerde beleid en de activiteiten. Dit drieluik wordt vaak afgekort als PAT (‘Policies, Actions en Targets’). Deze mogelijke informatie-elementen worden in standaarden datapunten genoemd. De datapunten uit de standaarden kunnen zowel beschrijvende teksten zijn alsook kwantitatieve informatie in de vorm van indicatoren met doelstellingen die voor deze indicator zullen worden nagestreefd.
Voor de kwaliteit van de ESG-verantwoording, zowel intern als extern, is elk datapunt relevant; het geeft inzicht in de materiële onderwerpen voor de organisatie. Vanuit een management control-optiek is het van belang om de juiste kritieke indicatoren, effectieve beleidsplannen en activiteiten te selecteren. Niet de hoeveelheid van datapunten is hierbij van belang, maar welke informatie kritiek is om zicht te geven op de materiële onderwerpen en hoe deze informatie het beleid en de acties gaat helpen om de doelstellingen te bereiken. Met betrekking tot de administratieve organisatie is het van belang dat vanuit de informatieverzorging deze datapunten (tijdig) kunnen worden verstrekt en dat er beheersingsmaatregelen worden getroffen om de betrouwbaarheid van deze duurzaamheidsinformatie te borgen.
Kwaliteit van informatie is van oudsher een belangrijk onderwerp in het vakgebied AO. Bestaande kwaliteitsmodellen zijn met name gericht op financiële informatie, waarbij de begrippen relevantie en betrouwbaarheid (
Welke beheersingsmaatregelen kunnen worden getroffen in het kader van de betrouwbaarheid van duurzaamheidsinformatie? Hierbij kan worden aangesloten bij een indeling in een viertal soorten maatregelen:
Preventieve beheersingsmaatregelen kunnen worden onderverdeeld in a) normen; b) richtlijnen; en c) controle-technische functiescheiding.
De vooraf te stellen normen moeten eenduidig zijn en consequent worden nageleefd. Waar financiële verantwoording vooral gebaseerd is op normen, zoals standaardkostprijzen, vaste verkoopprijzen en kortingspercentages, ligt dit bij de niet-financiële duurzaamheidsinformatie anders. De definitie van de te verzamelen duurzaamheidsinformatie is namelijk niet altijd vastgelegd in verslaggevingsstandaarden en kan daardoor per organisatie verschillen. Daarom is het essentieel dat organisaties de definities van de datapunten expliciet vastleggen en accorderen.
Een voorbeeld kan dit concreter maken. Het is niet eenvoudig om een materieel belangrijk thema, zoals circulariteit (ESRS E5), te vertalen naar specifieke datapunten. In de ESRS Navigator van de
Deze keuzes hebben grote gevolgen voor de inrichting van de informatieverzorging. De mate waarin de huidige informatiesystemen deze informatie nu al kunnen opleveren en de mate van betrouwbaarheid van deze informatie dienen mee te spelen in de keuze van de specifieke datapunten. Daarnaast kunnen schattingen en aannames een rol spelen, waardoor de betrouwbaarheid afhangt van de kwaliteit van deze aannames. Het is daarom belangrijk om de normen duidelijk te definiëren en de onderliggende bronnen transparant te verantwoorden. Voor CO2-informatie wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar het Greenhouse Gas Protocol, dat voorschrijft dat zowel de gehanteerde norm expliciet wordt vermeld als de bron (
Naast de normen zijn ook omrekenfactoren cruciaal. Wanneer bijvoorbeeld de CO2-uitstoot door personeelsgebonden mobiliteit moet worden bepaald, moeten de kilometers van benzine-, diesel- en elektrische auto’s worden omgerekend naar CO2-equivalenten. Dit vereist vastgestelde omrekenfactoren en een periodieke evaluatie.
Onder normstelling wordt traditioneel ook ex-ante oordeelsvorming gerekend, zoals begrotingen (
Eventuele afwijkingen van de norm kunnen ontstaan door tegenvallende prestaties om de doelstellingen te realiseren, of door onbetrouwbare data of kwalitatieve ontoereikendheid van de normen.
Naast de genoemde wat hardere normen is in de klassieke AO-literatuur sprake van richtlijnen (
Voor het verstrekken van betrouwbare duurzaamheidsinformatie kan het noodzakelijk zijn dat bepaalde informatie moet worden verzameld en vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat inkopers gebonden zijn aan richtlijnen waarin eisen aan leveranciers worden gesteld, zoals het aanleveren van specifieke data over duurzaamheidsaspecten of het voldoen aan een bepaald keurmerk. Welke richtlijnen in een specifieke organisatie noodzakelijk zijn, hangt af van welke kritieke duurzaamheidsinformatie voor de organisatie materieel en relevant is.
De laatste categorie betreft de controle-technische functiescheiding. Ook bij duurzaamheidsinformatie is het nodig om na te denken over de verdeling van bevoegdheden. Bij duurzaamheidsinformatie vindt de primaire vastlegging vaak niet plaats binnen de standaardboekhoudpakketten. Er is vaak sprake van meerdere registraties en overdrachtsmomenten voordat de informatie uiteindelijk in een rapportage wordt opgenomen. Hierdoor neemt het belang van het scheiden van registrerende en controlerende functies toe, zodat overnamefouten tijdig kunnen worden gesignaleerd en door middel van correctieve beheersingsmaatregelen in de toekomst kunnen worden voorkomen. De rol van de beschikkende functie, die normen en richtlijnen vaststelt, is hiervoor reeds besproken.
De geautomatiseerde verwerking van het verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van gegevens is een belangrijk middel om de betrouwbaarheid van informatie te borgen.
Bij Scope 2, de uitstoot die samenhangt met gekochte energie en daarmee wordt gegenereerd door leveranciers (
Bij Scope 3, de uitstoot als gevolg van activiteiten in de waardeketen van de organisatie (
De primaire vastlegging van ESG-data kan dus op zeer uiteenlopende wijze tot stand komen. Dit hangt zowel samen met de diversiteit aan materiële ESG-datapunten als met de verschillen tussen Scope 1, 2 of 3 binnen een specifiek ESG-onderwerp. Het stelsel van normen en richtlijnen dat bij de preventieve maatregelen is besproken, is bij duurzaamheidsinformatie hierdoor minder eenduidig en minder gestandaardiseerd dan bij financiële informatie. Het benodigde normenkader is afhankelijk van de materiële onderwerpen en over welke categorie, scope, de gegevens moeten worden verzameld.
In de genoemde voorbeelden spelen richtlijnen voor de keuring van sensoren en voor inkoopcontracten waarin de verplichting tot aanlevering van extra data opgenomen is, een belangrijke rol. Naast de richtlijnen zijn ook normen essentieel, zoals normen over het CO2-verbruik per kilometer per type vervoersmiddel, de omrekenfactoren van sensoruitkomsten naar broeikasgasdata en normen over de herkomst en onderbouwing van de gehanteerde bronnen. Met name bij Scope 3 spelen aannames over gedrag van klanten met betrekking tot de producten van de organisaties een belangrijke rol. Hoewel externe inschattingen op brancheniveau vaak wel aanwezig zijn, moeten de veronderstellingen expliciet worden gemaakt om deze te vertalen naar de eigen producten en activiteiten van de organisatie. De wijze waarop deze preventieve beheersingsmaatregelen in de informatieverzorging geautomatiseerd worden vastgesteld en gecontroleerd, bepaalt daarmee in hoge mate de betrouwbaarheid van de gerapporteerde duurzaamheidsinformatie.
Standaardisatie van de informatieverwerking vindt niet alleen plaats bij de verzameling van gegevens, maar ook in de verwerking en rapportages daarvan. Er zijn diverse softwarepakketten op de markt die het centraal vastleggen, verwerken en verstrekken van ESG-informatie ondersteunen (
Het hanteren van een standaard geautomatiseerd pakket kan de betrouwbaarheid verhogen. De wijze waarop de invoer wordt gevraagd vindt namelijk op een uniforme gestandaardiseerde plaats, en hiermee worden preventieve beheersingsmaatregelen in het administratieve proces geïntegreerd. Dit kan onder meer door het opnemen en integreren van de standaarden van de verschillende verslaggevingsstandaardsetters en het centraal registreren van definities, omrekenfactoren en bronnen in het pakket. Bovendien kan de leverancier van het softwarepakket wijzigingen bijhouden van de verslaggevingsstandaarden en deze doorvoeren in het softwarepakket, hetgeen de actualiteit van de informatievoorziening ondersteunt.
Voor de kwaliteit van de informatie zijn op de betrouwbaarheid en controleerbaarheid gerichte beheersingsmaatregelen van belang. Voor de controleerbaarheid, oftewel het achteraf kunnen vaststellen van de betrouwbaarheid van informatie, is logging van de mutaties essentieel. Een survey van KPMG LLP uit begin 2024 onder 550 bestuursleden van organisaties met meer dan een miljard dollar omzet laat zien dat circa 47 procent Excel als belangrijkste informatiesysteem gebruikt (
Naast deze functionaliteiten kan de betrouwbaarheid van de gegevens worden verhoogd door geautomatiseerde controles. Deze controles verschillen in essentie niet van geautomatiseerde controles zoals beschreven in de AO-literatuur. De onvolwassenheid van de informatievoorziening rondom duurzaamheidsrapportages blijkt echter uit het veelvuldig ontbreken van dergelijke controles (
Repressieve beheersingsmaatregelen vinden periodiek plaats na het opstellen van de (concept)rapportage. In een ideale situatie functioneren de preventieve en geautomatiseerde beheersingsmaatregelen zodanig effectief dat de repressieve controles uitsluitend dienen ter bevestiging van de goede werking van het systeem. Het beperkte empirische onderzoek dat beschikbaar is wijst echter uit dat de informatieverzorging rondom duurzaamheidsinformatie in veel organisaties nog onvolwassen is. Hierdoor zijn repressieve controles met correctieve beheersingsmaatregelen noodzakelijk om de betrouwbaarheid te verhogen (
Repressieve beheersingsmaatregelen worden doorgaans ingedeeld in de categorieën verbandscontroles, analyses en overige controles (
Vanuit een planning- en controlperspectief is het vaststellen van dergelijke normen van belang om sturing op duurzaamheidsdoelstellingen mogelijk te maken. Vanuit betrouwbaarheidsperspectief kunnen afwijkingen ten opzichte van deze normen bovendien duiden op onbetrouwbare vastleggingen. Detailcontrole op de verschillen is noodzakelijk om correcties op de verantwoording door te voeren. De detailcontrole kan als correctieve beheersingsmaatregel verbeteringen in het administratieve proces aanbrengen om herhaling in toekomstige perioden te voorkomen.
Onder de overige controles zijn waarneming ter plaatse en detailcontroles opgenomen, gericht op de naleving van procedures, wet- en regelgeving (
In publicaties over het vakgebied AO staat het begrip interne beheersing steeds vaker centraal (
Wat betekent het COSO-raamwerk interne beheersing nu specifiek in het kader van betrouwbaarheid van ESG-data? De rol van de diverse financiële functies bij duurzaamheidsverantwoordingen verandert. De verwachting is dat controllers meer betrokken worden bij het rapportageproces van duurzaamheidsinformatie, waar zij dit in het verleden maar beperkt waren (
In dit artikel is nagegaan wat de verantwoording van ESG-onderwerpen betekent voor de informatieverzorging en de wijze waarop de betrouwbaarheid van deze informatie kan worden geborgd. De in de voorafgaande paragrafen besproken onderwerpen zijn in Figuur
In dit artikel is de aandacht in eerste instantie gericht op relevante beheersingsmaatregelen voor ESG-informatie. Hierbij is teruggegrepen op de indeling in preventieve en repressieve beheersingsmaatregelen. Het belang van de betrouwbaarheid van de ESG-informatie, mede in relatie tot geautomatiseerde informatieverzorging en de daarmee samenhangende beheersingsmaatregelen binnen het administratieve proces, is daarbij extra benadrukt. De grote diversiteit aan datapunten maakt een systematische aanpak binnen de organisatie noodzakelijk. De risicoanalyse binnen het COSO-internebeheersingsraamwerk biedt hiervoor een passend instrument en kan onderbouwen welke beheersingsmaatregelen in specifieke situaties binnen organisaties noodzakelijk zijn. De uitwerking van specifieke beheersingsmaatregelen voor de uiteenlopende ESG-datapunten valt echter buiten de reikwijdte van dit artikel.
Het doel van dit artikel was om bestaande opvattingen en kennis te combineren en daarmee inzicht en overzicht te bieden in de invloed van ESG-informatie op de administratieve organisatie. Aanvullend empirisch onderzoek naar de factoren die tekortkomingen in de administratieve organisaties verklaren is wenselijk.
Het in dit artikel gepresenteerde raamwerk kan bijdragen aan empirisch onderzoek naar de oorzaken van onbetrouwbaarheid van ESG-informatie. Hierbij kan worden onderzocht in hoeverre deze oorzaken samenhangen met tekortkomingen in de beheersingsomgeving of monitoring, dan wel met onvoldoende effectieve preventieve, procesmatige of repressieve beheersingsmaatregelen.
Naast het onderzoek naar (in)effectiviteit van de administratieve organisatie voor deze duurzaamheidsinformatie is onderzoek naar verschillen in de administratieve organisatie van financiële en niet-financiële informatie eveneens relevant. De COSO-methodiek over interne beheersing van duurzaamheidsinformatie (
Hoewel wet- en regelgeving rondom de verplichte verantwoording over duurzaamheidsinformatie onder druk staat, blijft de betrouwbaarheid van deze informatie relevant. De financiële consequenties van duurzaamheidsrisico’s, zoals de zichtbare effecten van klimaatverandering en de schaarste op de arbeidsmarkt, maken ESG-informatie bovendien van strategische belang voor organisaties. Het is daarmee niet alleen wetenschappelijk relevant om de betrouwbaarheid te vergroten, maar ook praktisch relevant.
Prof. dr. A.C.N. van de Ven RA – Arco is hoogleraar Internal Control & Accounting Information Systems bij TIAS School for Business and Society, Tilburg University en partner ACN Management Consultants BV.
Goedkeuring van de Europese standaarden vindt gedelegeerd aan de EFRAG plaats door de Europese Commissie.
Voor de betrouwbaarheid van informatie in geautomatiseerde systemen zijn General IT-Controls (GITC) essentieel om na te gaan of de applicaties in overeenstemming met de opzet functioneren. GITC vallen buiten de reikwijdte van dit artikel.