Essay |
|
Corresponding author: Edo Roos Lindgreen ( e.e.o.rooslindgreen@uva.nl ) Academic editor: Annemarie Oord
© 2025 Edo Roos Lindgreen, John Bendermacher, Frans Eusman.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Roos Lindgreen E, Bendermacher J, Eusman F (2025) Internal audit als witte zwaan. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 99(4): 175-180. https://doi.org/10.5117/mab.99.154653
|
De snelle opeenvolging van impactvolle externe gebeurtenissen in dit decennium heeft bij veel bestuurders en toezichthouders geleid tot een veranderde kijk op risico’s en risicobeheersing, en daarmee ook op de rol van internal audit. In dit opiniestuk gaan de auteurs in op deze ontwikkeling, het belang van scenarioplanning en op de uitdagingen die internal audit de komende jaren verder te wachten staan. Aan de orde komen onder meer de rol van de tweede lijn, onafhankelijkheid, transparantie, human capital, organisatiecultuur, AI, ESG en regelgeving.
Internal auditing, black swans, scenarioplanning, transparantie, gedrag en cultuur, AI, ESG, cybersecurity
Chief Audit Executives (CAE’s) en internal audit professionals krijgen de komende jaren te maken met grote en deels onvoorspelbare veranderingen. Auteurs geven in dit paper een beknopte visie op deze ontwikkeling, gebaseerd op eigen ervaringen en gedachtewisselingen met experts in het vakgebied, en hopen hiermee een bijdrage te leveren aan een internal auditfunctie die is voorbereid op de toekomst.
Panta rhei, schreef de Griekse filosoof Heraclitus 2500 jaar geleden. Alles stroomt. De wereld is constant in verandering, en in die verandering moeten mensen hun plaats kennen. Never a dull moment, maakten de Engelsen daar later onderkoeld van. De huidige aaneenschakeling van mondiale crises, geopolitieke aardverschuivingen en technologische revoluties illustreert de waarde van deze wijsheden. Een pandemie, wereldwijde inflatie, echte oorlogen, handelsoorlogen en de stormachtige opkomst van kunstmatige intelligentie (AI): de parade van “black swans” (
De sociaal-economische impact van deze gebeurtenissen kan moeilijk overschat worden. Het aantal faillissementen steeg wereldwijd, met 7% in 2023 en 9% in 2024, in de Verenigde Staten zelfs met tientallen procenten, mede als gevolg van de pandemie (
In al deze dynamiek blijft internal audit stabiel. Dat was vijf tot tien jaar geleden niet de verwachting; auditing zou nooit meer hetzelfde zijn, dachten velen toen. Continuous auditing zou gemeengoed worden (
Dat internal auditing een stabiele factor is, betekent niet dat het vakgebied heeft stilgestaan. Wat in elk geval sterk veranderd is, is de visie op risicobeheersing, en daarmee ook de visie op de rol en inrichting van de derde lijn. Leunde deze visie ooit sterk op het traditionele post-SOx-model waarin risico’s vrijwel direct werden vertaald naar mitigerende maatregelen die dus in het auditplan afgedekt moesten worden (en dus leidden tot lange lijsten met risico’s en beheersingsmaatregelen), de meeste organisaties kiezen inmiddels bewust voor een efficiëntere en effectievere aanpak die nog steeds risk-based is, maar waarin focus op de meest impactvolle risico’s zwaarder weegt dan het streven naar volledigheid, en waarin meer gekeken wordt naar de adequaatheid van governance en het functioneren van risicomanagement en de tweede lijn.
Wat verdwenen is, of in elk geval verminderd, is het geloof in de maakbaarheid van risicobeheersing. Hier heeft een zekere naïviteit plaatsgemaakt voor realisme. Dachten we vroeger misschien nog dat we alle belangrijke risico’s in onze organisaties konden afdekken door een adequaat stelsel van beheersingsmaatregelen, de afgelopen vijf jaar is die gedachte – of hoop – bijgesteld, nu is gebleken dat de grootste risico’s niet voortkomen uit de bestaande, min of meer stabiele situatie, maar uit plotselinge, vaak onverwachte gebeurtenissen buiten de organisatie. Zo werd Heineken begin dit jaar plotseling geconfronteerd met de dreiging van Amerikaanse importheffingen van 25% op producten uit Mexico. Een snel antwoord op zo’n dreiging is er niet; het openen van een brouwerij in de Verenigde Staten duurt minimaal 5 jaar. Euroclear kreeg in korte tijd de verantwoordelijkheid voor 200 miljard euro aan geblokkeerde tegoeden van de Russische Centrale Bank en tientallen miljarden op bevroren bankrekeningen. En zo kan vrijwel elke organisatie wel voorbeelden noemen van “black swans” die de afgelopen jaren opdoken maar daarvoor niet scherp op de risicoradar van de eerste, tweede en derde lijn hadden gestaan. Binnen veel organisaties is de aandacht van internal audit dan ook verschoven van een meer traditionele benadering van risicobeheersing en compliance naar focus op strategische risico’s enerzijds, en op wendbaarheid en weerbaarheid van de organisatie anderzijds.
Voor de komende jaren zien wij een aantal uitdagingen, veranderingen en ontwikkelingen in het werk van internal audit. Belangrijke en onderling samenhangende thema’s hierbij zijn scenarioplanning, de tweede lijn, onafhankelijkheid, transparantie, verwachtingen, AI, ESG, “human capital” en regelgeving. Deze thema’s komen hieronder kort aan de orde.
Volatiliteit, onzekerheid, complexiteit en ambiguïteit (VUCA) zullen wereldwijd de komende jaren eerder toe- dan afnemen (zie
Naast deze bijzondere categorie van risico’s moeten ook de meer gangbare operationele en financiële risico’s geadresseerd worden. We zien hier een grotere rol voor de tweede lijn en daarmee een duidelijker scheiding tussen de tweede en derde lijn. Was de tweede lijn in de financiële wereld al sterk ontwikkeld, ook in andere sectoren wint deze aan belang. De rol van internal audit verschuift daarbij van direct toezicht op de beheersing van specifieke risico’s naar toezicht op de inrichting en werking van een deugdelijk proces voor risicobeheersing. Specifieke risico’s of beheersingsmaatregelen kunnen steekproefsgewijs aan de orde komen; ‘the proof of the pudding is in the eating’. Data-analyse en continuous monitoring/continuous auditing brengen de tweede en derde lijn daarbij dichter bij elkaar.
CAE’s treden steeds vaker op als sparringpartner voor het bestuur en de lagen daaronder. De CAE is onafhankelijk, kent de organisatie door en door en is doorgaans vrij van politiek belang. Vooral binnen informeel-zakelijk opererende Nederlandse organisaties maken deze eigenschappen de CAE tot een gewaardeerd gesprekspartner. In ondernemingen met een meer formele of hiërarchische cultuur is die rol vaak beduidend kleiner. Als de rol van sparringpartner omslaat naar die van biechtvader, kan een bijzondere situatie ontstaan: de CAE kan signalen over risico’s of tekortkomingen in de beheersing ervan immers niet negeren. Zoals altijd kan een te innige relatie met de business de internal auditor bewust of onbewust beïnvloeden en zo de onafhankelijkheid in gevaar brengen (IPPF 2024). De CAE moet zich hiervan bewust zijn, misschien nog meer dan vroeger. Onafhankelijkheid is naar onze mening het hoogste goed van de internal auditor. Internal audit is niet per se een businesspartner. Businesspartners zijn er genoeg; onafhankelijke auditors daarentegen zijn schaars.
Waren de rapporten van internal audit in vroeger dagen strikt bedoeld voor intern gebruik, de laatste jaren is de kans op openbaarmaking toegenomen – bijvoorbeeld via een beroep op de Wet Open Overheid (WOO), in een juridische procedure, door een intentioneel lek, of door een inbraak. Bij het presenteren van de bevindingen uit openbaar gemaakte rapporten zullen de media – inclusief de sociale media – weinig rekening houden met de context waarbinnen een onderzoek heeft plaatsgevonden. In plaats daarvan is er “cherry picking”, waarbij losse onderdelen in het rapport uit hun verband worden gehaald en geïsoleerd worden gepresenteerd. De gevolgen kunnen groot zijn. Een kritisch rapport kan, wanneer openbaargemaakt, leiden tot reputatieschade, maar ook tot rechtszaken of claims. Voor een beursgenoteerde onderneming kunnen de bevindingen in een auditrapport bovendien directe gevolgen hebben voor de beurskoers. Interne auditrapporten kunnen zo vaker een onderdeel gaan worden van externe bespiegelingen, die dankzij internet een eeuwigdurend eigen leven gaan leiden. Daar is weinig aan te doen. Werkelijk gevoelige onderwerpen kun je weliswaar onder audit privilege of legal privilege laten onderzoeken, maar deze aanpak is omslachtig en – als er advocaten bij betrokken zijn – ook kostbaar, en in de meeste gevallen daarom niet wenselijk. De IAF zal in zijn aanpak meer rekening moeten houden met mogelijke openbaarmaking van zijn rapportages, wat nieuwe eisen stelt aan formulering en woordkeuze. De dreiging van openbaarmaking kan leiden tot een “chilling effect” (
Er lijkt soms een kloof te bestaan tussen de daadwerkelijke opdracht van de IAF en de – soms onrealistische en impliciete – verwachting van de stakeholders: bestuur, hoger management, audit committee. Het is een kloof die we al lang kennen uit de wereld van de externe accountant. Soms lijken stakeholders te verwachten dat de auditor altijd alles onderzoekt en dat alle risico’s daarmee volledig zijn afgedekt. Een fraude of ander incident leidt dan tot de vraag: waarom heeft de auditor dat niet gezien? Het antwoord mag duidelijk zijn: internal audit is er niet om fraude te detecteren, maar om te toetsen of er een goed werkend proces is om fraude zo goed mogelijk te voorkomen, in lijn met de risk appetite van de organisatie. Die risk appetite vertaalt zich direct naar het budget, de omvang en de taakstelling van het apparaat voor risicobeheersing, en zo kan het heel goed zijn dat een relatief klein organisatieonderdeel waar een fraude heeft plaatsgevonden de afgelopen twee jaar niet in scope geweest is. Wil de organisatie toe naar een lagere risk appetite, dan kan dat, maar niet zonder investering in de tweede en derde lijn.
Het IIA geeft aan dat menselijk kapitaal een belangrijk punt van aandacht zou moeten voor de IAF (
Natuurlijk gaan de verbluffende ontwikkelingen op het gebied van AI niet aan internal audit voorbij. Ook auditors zijn de afgelopen twee jaar gebruik gaan maken van generatieve AI voor het analyseren van data, het opstellen van plannen, het uitvoeren van hun opdracht, het verwerken van resultaten en het verbeteren van hun rapportages. De inzet van AI kan direct positieve effecten hebben op de efficiency van het auditproces, maar het is nog niet zo dat er blind kan worden vertrouwd op de output van AI-tools. Omissies en hallucinaties zijn nog steeds aan de orde van de dag en auditors moeten checks en dubbele checks uitvoeren om de juistheid en volledigheid van bevindingen te waarborgen. De CAE doet er goed aan om teams de ruimte te geven om te experimenteren en te leren, ook al kan de vraag hoeveel dat dan oplevert of gaat besparen – en op welke termijn – nog niet worden beantwoord – ook niet met behulp van AI. Belangrijk voor internal audit is de toepassing van AI door de organisatie en de risico’s die dat met zich meebrengt – waarbij het grootste risico wellicht strategisch is: investeert de organisatie wel voldoende in het werken met en opbouwen van kennis rond AI, of is men bezig de boot te missen? Andere inmiddels welbekende risico’s hebben betrekking op privacy, het delen van vertrouwelijke gegevens, en het niet voldoen aan wet- en regelgeving (
Duurzaamheid vormde de afgelopen jaren in veel opzichten een centraal thema. Er kwam Europese wetgeving in de vorm van de Corporate Sustainability Reporting Directive (
Naast de EU AI Act en de CSRD is ook andere Europese wet- en regelgeving relevant voor internal audit. Neem de Digital Operational Resilience Act (DORA); een Europese verordening die is ontworpen om de digitale weerbaarheid van financiële instellingen te verbeteren en die in januari van dit jaar in werking is getreden (
Sinds mensheugenis is bekend dat een eerlijke en veilige samenleving niet zonder wetten en regels kan (Hammurabi 1780 BC). Regels komen niet uit de lucht vallen; ze zijn vaak een reactie op calamiteiten of andere situaties die we maatschappelijk of politiek gezien als onwenselijk beschouwen. Regels belemmeren de autonomie en beperken de vrijheidsgraden waarbinnen een onderneming kan opereren, maar zorgen daarmee tegelijkertijd voor een gelijk speelveld, waarin de deelnemers gelijke kansen hebben en waarin deelnemers niet een oneerlijk voordeel kunnen behalen ten koste van andere deelnemers – of van de samenleving (
De komende jaren krijgen bedrijven en instellingen te maken met grote veranderingen in hun omgeving. In deze onrustige en veranderlijke wereld hebben de stakeholders van internal audit – bestuur en audit committee – een toenemende behoefte aan inzicht in strategische risico’s, in de risico’s van “black swans”, het vermogen om met deze risico’s om te gaan of er zelfs van te profiteren, in de wendbaarheid en weerbaarheid van de organisatie. Om toegevoegde waarde te kunnen blijven bieden, moet internal audit aan deze behoefte voldoen. Ook al initieert internal audit geen veranderingen – dat is aan het management –, de organisatie kan in een proces van scenarioplanning goed gebruikmaken van de inzichten en de vaak vooruitziende blik van internal audit. Tegelijkertijd moet internal audit zelf ook profiteren van nieuwe technologieën en werkwijzen en daarin investeren. Belangrijk daarbij is mee te bewegen met de golven zonder daar een speelbal van te worden. Laat internal audit dus een baken van rust zijn in een zee van onrust. Of, beter gezegd: een witte zwaan in een zee vol zwarte zwanen.
Prof. dr. E. Roos Lindgreen RE – Edo is hoogleraar Data Science in Auditing en programmadirecteur van de Executive MSc of Auditing Studies aan de Universiteit van Amsterdam.
J. Bendermacher RA CIA CRMA – John was tot 1 september 2025 Chief Internal Auditor bij Euroclear en is lid van de Monitoringcommissie Corporate Governance Code.
Drs. F. Eusman – Frans is Executive Director Global Audit bij The Heineken Company en Chairman of the Board bij IIA Nederland.
De auteurs danken J. Alders, H. Chuah, D. Daams, P. Hartog, J. Heimel, R. van Hienen, M. de Koeijer, V. Moolenaar, L. Post, M. Rozenberg en D. Stopetie voor hun input en/of reflecties op de conceptversie van dit artikel.
Bij het schrijven van dit artikel is gebruik gemaakt van ChatGPT 4o voor het vinden van relevante informatiebronnen. De links in de referenties zijn geraadpleegd in februari 2025.