Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie 78(3): 75-80, doi: 10.5117/mab.78.15710
De private fraudeonderzoeker
expand article infoFrancien Rense
Open Access
Abstract
De private fraudeonderzoeker krijgt er in het eindrapport van de Enquêtecommissie Bouwnijverheid genadeloos van langs. De Enquêtecommissie spreekt van de ‘buitenwettelijke speurhond’ die zich ‘taken en bevoegdheden aanmeet welke hem wellicht niet toekomen en die opsporings- en vervolgingswerkzaamheden van overheden kunnen belemmeren’. Ze zouden zich bedienen van trucs en zouden voldoende gedetailleerde normering van hun werkzaamheden ontberen1. Een eerste aanzet tot gedetailleerde normering voor private fraudeonderzoekers is inmiddels gedaan; het Koninklijke NIVRA heeft op 14 maart 2003 de ontwerp-richtlijn inzake persoonsgerichte accountantsonderzoeken gelanceerd2. Dit artikel gaat over de toepasbaarheid van die ontwerp-richtlijn en stelt de vraag aan de orde of de daarin opgenomen verplichting tot hoor en wederhoor inderdaad een vereiste is in een fraudeonderzoek.