Research Article |
|
Corresponding author: René Orij ( r.orij@nyenrode.nl ) Academic editor: Annemarie Oord
© 2025 René Orij, Robert Vogelsang, Michael Erkens.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Orij R, Vogelsang R, Erkens M (2025) Duurzaamheidsrapportages van de Nederlandse Rijksoverheid – ontwikkelingen van 2023 tot 2024. In: Klaver-Drost M, Oord A (Eds) Het jaar 2024 verslagen. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 99(5): 323-334. https://doi.org/10.5117/mab.99.170656
|
In dit artikel wordt de ontwikkeling van de duurzaamheidsverslaggeving door de Nederlandse Rijksoverheid in de periode 2023–2024 onderzocht. Op basis van tekstanalysesoftware en zoektermen uit de European Sustainability Reporting Standards (ESRS), aangevuld met de conceptstandaarden van de International Public Sector Accounting Standards Board (IPSASB), is een kwantitatieve vergelijking gemaakt met eerdere jaren. De resultaten laten zien dat in 2024 meer gerapporteerd wordt over de meeste duurzaamheidsthema’s uit de ESRS. Tegelijkertijd is de versnippering van duurzaamheidsinformatie (rapportagevormen, reikwijdte en kaders) over diverse rapportages onverminderd groot gebleven. De diepgang en reikwijdte van de rapportages blijken in 2024 op dezelfde wijze verbonden te zijn aan de specifieke beleidsvelden van de ministeries als in 2023. Opvallende inhoudelijke verschuivingen ontbreken grotendeels. De veranderde politieke context lijkt nauwelijks invloed te hebben gehad op de rapportages.
Duurzaamheidsverslaggeving, Rijksoverheid, ESG, ESRS
Een unieke dataset van twee jaar is samengesteld om uitingen van het Rijk over duurzaamheid te exploreren. De resultaten zijn van belang voor zowel beleidsmakers als voor opstellers van rapportages binnen de publieke sector.
Een uitspraak uit 2013 van de toenmalige Britse premier David Cameron zou luiden: “Get rid of all the green crap”. De uitspraak is nooit bevestigd door hem, maar ook niet ontkend (
De afgelopen jaren is er veel gebeurd op het terrein van regelgeving voor duurzaamheidsverslaggeving door ondernemingen. Met de invoering van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD) zijn grote beursgenoteerde Europese ondernemingen verplicht om vanaf het boekjaar 2024 verantwoording af te leggen over hun milieu-, sociale en governance-prestaties. Die verplichting is nog niet helemaal helder, omdat op het moment van schrijven van dit stuk verschillende Europese landen, waaronder Nederland, de CSRD formeel nog niet geïmplementeerd hebben, onder andere omdat min of meer gelijktijdig een pakket maatregelen werd voorgesteld om te snoeien in deze en andere duurzaamheidsrichtlijnen, de Omnibus (
In de periode 2022–2025 is er veel gebeurd op het terrein van Europese regelgeving over duurzaamheidsverslaggeving door ondernemingen; van een grote uitbreiding van de Non-Financial Reporting Directive (NFRD) uitmondend in de CSRD, naar een plotselinge wijziging van de reikwijdte en een verlichting van de verslaggevingseisen volgens de Omnibus (
De Europese Commissie is tot nu toe zeer actief op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving, maar heeft geen eisen voor overheden opgesteld. Er is geen gestandaardiseerde en vergelijkbare duurzaamheidsrapportage binnen de publieke sector. IPSASB (2023) heeft aangegeven dat zij in 2025 de eerste duurzaamheidsstandaarden voor publieke organisaties wil publiceren, maar deze bevinden zich momenteel nog in de fase van ‘Exposure Draft’.
De zaken die spelen bij duurzaamheidsverslaggeving door overheden zijn veelzijdig, en minder eenduidig dan bij ondernemingen, hoewel die laatste groep ook diffuse prikkels en determinanten kent (Orij 2023). Publieke druk (Mol et al. 2024) en politieke druk (
In het eerste deel van dit onderzoek is onderzocht over welke onderwerpen op het gebied van Environmental, Social en Governance (ESG) de Rijksoverheid nu al informatie verschaft, met een focus op de verschillen met het vorige jaar. Om vergelijkbaarheid met eerder onderzoek te vergroten, worden ook de ESG-onderwerpen uit de European Sustainability Reporting Standards (ESRS) (
In dit onderzoek zijn documenten bestudeerd die betrekking hebben op de kalenderjaren 2023 en 2024 als de meeste recente publicatiejaren. Uiteraard zijn voor beide jaren dezelfde documentcriteria gehanteerd om vergelijkbaarheid zoveel mogelijk te garanderen. Er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen beleids- en bedrijfsvoeringinformatie, net als in eerder onderzoek (
De ontwikkeling van een stelsel dat voorschrijft hoe overheden over duurzaamheid kunnen rapporteren staat nog in de kinderschoenen. Het duurzaamheidsrapportagestelsel van de International Public Sector Accounting Standards Board (IPSASB) is in 2024 als ‘Exposure Draft’ uitgezet, maar gaat alleen over klimaatgerelateerde informatieverschaffing. De IPSASB beoogt het verbeteren van verslaggeving door nationale overheden. De Nederlandse overheid zegt over het door de IPSASB ontwikkelde financiële rapportagestelsel: “Om goede verslaggevingsstandaarden voor de publieke sector, maar vooral voor de Rijksoverheid te kunnen ontwikkelen, volgt het ministerie de internationale ontwikkelingen op het gebied van financiële verslaggeving” (
Er zijn landen (bijvoorbeeld Schotland en Nieuw-Zeeland) die hun monitoring en rapportage, de ‘Beyond GDP’-thema’s en indicatoren verbinden aan de Sustainable Development Goals (SDG’s) (
Naast de documenten voortkomend uit de begrotings- en verantwoordingscyclus zijn er diverse rapportages
Tabel
| Type document | Reikwijdte | Kader | Type document | Financiële of niet-financiële focus |
|---|---|---|---|---|
| Jaarverslag | Ministerie | Rijksbegrotingsvoorschriften, Comptabiliteitswet | Verantwoording | Financieel |
| Begroting | Ministerie | Rijksbegrotingsvoorschriften, Comptabiliteitswet | Informerend | Financieel |
| Klimaatnota | Rijksbreed | Vormvrij (volgt uit Klimaatwet) | Verantwoording | Niet-financieel |
| Duurzaamheidsverslag* | Ministerie | Vrije keuze (voornamelijk GRI) | Verantwoording | Niet-financieel |
| Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk | Rijksbreed | Vormvrij | Verantwoording | Niet-financieel |
| C02 managementplan | Ministerie | SKAO Handboek | Verantwoording | Niet-financieel |
| Monitor Brede Welvaart | Nationaal | Conference of European Statisticians-systematiek | Informerend | Niet-financieel |
| Fact-sheets Brede Welvaart | Nationaal | Vormvrij | Informerend | Niet-financieel |
| SDG-rapportage | Nationaal | Vormvrij | Informerend | Niet-financieel |
| Miljoenennota | Rijksbreed | Vormvrij (volgt uit Comptabiliteitswet) | Informerend | Financieel |
Vergelijkbaarheid van duurzaamheidsprestaties is zonder focus in de verslaggeving uitdagend. Dat is één van de redenen dat we voor dit onderzoek voor de ESRS’en hebben gekozen als maatstaf om te onderzoeken hoe de Rijksoverheid over de in deze ESRS’en opgenomen ESG-thema’s rapporteert.
Verantwoording tegenover de Staten-Generaal over beleid, bedrijfsvoering en geld door het Rijk vindt jaarlijks plaats op de derde woensdag van mei: ‘Verantwoordingsdag’. Dan komen de verantwoordingsdocumenten, zoals genoemd in Tabel
In een niet veranderende wereld zijn er zijn twee veelgebruikte categorieën van theorieën; economische en sociaal-politieke. Een economische theorie is bijvoorbeeld de ‘agency theory’, maar die is hier minder relevant, en ook niet de theorie over het concept informatieasymmetrie (Mol et al. 2024). De sociaal-politieke theorieën zijn met name de legitimiteits-, accountability- en stakeholdertheorie. De sociaal-politieke theorieën zijn eventueel bruikbaar in dit artikel, ware het niet dat we de keuze hebben gemaakt om de verandering tussen 2023 en 2024 te duiden. De focus ligt daarbij op een vermeend verminderd draagvlak voor duurzaamheid in het huidige politieke klimaat. Draagvlak is een element uit de legitimiteitstheorie (
Een element dat bruikbaar is vanuit de ‘accountability theory’ is het democratische perspectief. Daarbij geldt dat verantwoording afleggen over duurzaamheidskwesties nodig is (Van Boven 2007), om daarmee politieke zaken in te brengen. Aanvullend op ‘accountability’ bestaat er ook ‘felt accountability’. Dat ‘voelen’ of ervaren van de verantwoordelijkheid om verantwoording af te leggen wordt ook gevoed door een psychologisch contract op basis van een combinatie van formele en informele regels of verantwoordingsmechanismen. Informele mechanismen kunnen bestaan uit groepsnormen, culturele normen van een organisatie, en ook uit loyaliteit aan de leidinggevende en collega’s van een individu (
Het ligt voor de hand om de verschillen tussen 2023 en 2024 te duiden aan de hand van de veranderde kijk op duurzaamheid in de westerse wereld, zoals de hierboven genoemde gewijzigde visie op duurzaamheid in de VS, en een verandering in het landsbestuur, van kabinet-Rutte IV in 2023 naar het kabinet-Schoof, dat regeerde tijdens Verantwoordingsdag in 21 mei 2024, het moment waarop de rapportages beschikbaar kwamen.
Er bestaat weinig onderzoek op dat terrein.
Mol et al. (2024, p. 447) stellen vast dat “het hebben van een linkse gemeenteraad tot een hogere transparantiescore leidt, terwijl bij het college van burgemeester en wethouders juist een rechtse samenstelling dit effect heeft.” Op basis van scores per politieke partij in de Chapel Hill Expert Survey (
Samenvattend is het voor de hand liggend dat de politieke kleur van de bestuurlijke leiding invloed kan hebben op duurzame ambities van een overheid en op duurzaamheidsverslaggeving door die overheid. Onze onderzoeksobjecten zijn ministeries en die zijn in aantal beperkt, waardoor we slechts een klein aantal waarnemingen hebben. Daardoor is een beperkte statistische toetsing mogelijk. In het kader van dit onderzoek is onderzocht in hoeverre er verschillen tussen de jaren bestaan en of deze verschillen verband houden met de politieke oriëntatie van de verantwoordelijke minister van het ministerie.
Duurzaamheidsinformatie komt uit diverse bronnen, zie Tabel
Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van openbaar beschikbare specifieke documenten van de Nederlandse Rijksoverheid over 2024, zie Tabel
De documenten zijn onderzocht met gebruik van de tekstanalysesoftware van ATLAS.TI. De te zoeken begrippen zijn gebaseerd op sleutelbegrippen in de ESRS’en, zoals in
In het onderzoek van
De definities, zoals opgenomen in Tabel
Bij directe effecten van bedrijfsvoering ondervinden gemeenschappen de impact van overheidsactiviteiten of -processen vaak ongevraagd en soms onbedoeld (neveneffect). De impact van beleid manifesteert zich wanneer eindgebruikers, vrijwillig of verplicht, gebruikmaken van overheidsdiensten of andere vormen van output. In de Tabel
Indien mogelijk maken we gebruik van statistische toetsen om de geconstateerde verschillen tussen 2023 en 2024 te onderbouwen. Vanwege de kleine dataset maken we alleen gebruik van zogenaamde ‘univariate’ toetsen, waardoor de samenhang met meerdere variabelen of mogelijke causaliteit niet ondersteund wordt. We gebruiken toetsen die gemiddelden tussen de jaren met elkaar vergelijken. Met die werkwijze toetsen we statistisch of de politieke oriëntatie van de belangrijkste minister van een ministerie samenhangt met verschillen tussen ministeries en tussen de jaren.
Dit onderzoek richt zich, zoals eerder aangegeven, vooral op de verschillen tussen 2023 en 2024, en dan met name op de relatieve verschillen, omdat absolute verschillen potentieel weinig zeggend zijn. In sommige gevallen zijn er meer gegevens beschikbaar, waardoor absolute getallen vervuild kunnen zijn. Op enkele plekken zullen we de absolute getallen wel duiden.
Op basis van het eerste gedeelte van dit onderzoek worden achtereenvolgens tien tabellen besproken met de volgende inhoud:
Naast de wettelijke bepaling dat ministeries verantwoording afleggen over het gevoerde beleid zijn er geen duidelijke normen, maar slechts verwachtingen of eigen ideeën over de ESG-onderwerpen waarover zij verder informatie verschaffen. In Tabel
| Ministerie | Uitgaven in 2024 (x miljard €)* | Aantal documenten | Beleidsveld* |
ESG-beleidsfocus (verwachting, zie |
|---|---|---|---|---|
| Algemene Zaken | 0,6 | 5 | Coördinatie algemeen regeringsbeleid | Governance |
| Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | 10,9 | 10 | Binnenlandsbeleid (incl. Caribisch Nederland, democratie en openbaar bestuur). | Governance |
| Buitenlandse Zaken | 11,3 | 9 | Buitenlandsbeleid & internationale ontwikkeling | Milieu & Sociaal |
| Defensie | 12,5 | 7 | Bescherming grondgebied, bevorderen internationale rechtsorde en bijstaan bij rampen. | Milieu & Sociaal |
| Economische Zaken en Klimaat | 10,0 | 8 | Stimuleren innovatie en ondernemingsklimaat, Klimaat | Milieu & Sociaal |
| Financiën | 26,0 | 5 | Rijksfinanciën | Governance |
| Infrastructuur en Waterstaat | 13,9 | 11 | Bodem en ondergrond, landelijke gebieden, wegen en vaarwaternet | Milieu |
| Justitie en Veiligheid | 24,5 | 3 | Rechtsorde, inclusief politie | Governance |
| Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | 4,0 | 5 | Landbouw, natuur en voedselveiligheid | Milieu |
| Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | 56,5 | 5 | Onderwijs, kunst en cultuur | Sociaal |
| Sociale Zaken en Werkgelegenheid | 63,4 | 5 | Werk en bestaanszekerheid | Sociaal |
| Volksgezondheid, Welzijn en Sport | 38,2 | 5 | Gezondheid en Zorg | Sociaal |
| Rijksbrede documenten | N.v.t. | 9 | Brede Welvaart-indicatoren, SDG-rapportages | Milieu & Sociaal |
| Overig | 5 | Hoge Colleges van Staat |
Op basis van eigen interpretatie hebben wij een relatie opgesteld tussen beleidsvelden en ESG op geaggregeerd niveau, zie Tabel
Aantallen gevonden ESRS-gerelateerde begrippen en gemiddelden op geaggregeerd ESG-niveau.*
| 2024 | 2023 | Verschil gemiddeld | Verschil gemiddeld | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Gemiddeld over ministeries | Totaal | Gemiddeld over ministeries | |||||
| N | N | % | N | N | % | N | %-punt | |
| ESRS 1/2 | 1912 | 147.1 | 13.2 | 1847 | 153.9 | 16.5 | -6.8 | -3.3 |
| Environmental | 6679 | 513.8 | 31.3 | 4346 | 362.2 | 25.4 | 151.6 | 5.9 |
| Social | 7262 | 558.6 | 47.6 | 5608 | 497.3 | 49.6 | 91.3 | -1.9 |
| Governance | 1199 | 92.2 | 7.8 | 969 | 80.8 | 8.4 | 11.5 | -0.6 |
| Totaal | 17052 | 1311.7 | 100% | 12770 | 1094.2 | 100% | x | x |
In Tabel
Aantallen en gemiddelden van aantallen van ESRS-gerelateerde begrippen in 2023 en 2024 en het verschil tussen die jaren.
| 2024 | 2024 | 2023 | 2023 | Verschil gemiddelden | Verschil gemiddelden | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tot. | Gemiddelde over ministeries | Tot. | Gemiddelde over ministeries | |||||
| N | N | % | N | N | % | N | %-punt | |
| ESRS 1/2 | 1912 | 147,1 | 13,2 | 1847 | 153,9 | 16,5 | -6,8 | -3,3 |
| E1 | 4670 | 359,2 | 22,7 | 2853 | 237,8 | 17,2 | 121,4 | 5,5 |
| E2 | 147 | 11,3 | 0,6 | 105 | 8,8 | 0,5 | 2,5 | 0,1 |
| E3 | 190 | 14,6 | 0,8 | 199 | 16,6 | 0,95 | -2,0 | -0,2 |
| E4 | 279 | 21,5 | 1,9 | 205 | 17,1 | 2,1 | 4,4 | -0,2 |
| E5 | 1393 | 107,2 | 5,2 | 984 | 82,0 | 4,7 | 25,2 | 0,5 |
| S1 | 996 | 76,6 | 7,8 | 399 | 33,3 | 4,9 | 43,3**|*** | 2,9 |** |
| S2 | 3159 | 243,0 | 19,8 | 3851 | 320,9 | 32,5 | -77,9 | -12,7**|** |
| S3 | 1815 | 139,6 | 11,8 | 1075 | 89,6 | 9,7 | 50,0* | 2,1 |
| S4 | 1292 | 99,4 | 8,2 | 283 | 23,6 | 2, | 75,8***|*** | 5,7***|*** |
| G1 | 1199 | 92,2 | 7,8 | 969 | 80,8 | 8,4 | 11,4 | -0,6 |
Tabel
In Tabel
De verschillen tussen de jaren bij de begrippen die te koppelen zijn aan S2 en S4 zouden gebaseerd kunnen zijn op definitieverandering, zoals benoemd in hoofdstuk 4.
Tabellen 5–7 laten een verdere detaillering zien; aantallen ESRS-begrippen per ministerie, inclusief de verschillen tussen 2023 en 2024. In Tabel
| ESRS | AZ | BZK | BZ | DEF | EZK | FIN | IenW | JenV | LNV | OCW | SZW | VWS | Rijksbreed | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 1 en 2 | 18 | 10 | 17 | 6 | 10 | 29 | 11 | 15 | 16 | 13 | 15 | 6 | 5 | 13 | 11 |
| E1 Klimaatverandering | 41 | 14 | 24 | 7 | 55 | 25 | 28 | 2 | 14 | 6 | 17 | 14 | 47 | 1 | 27 |
| E2 Verontreiniging | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 0 | 3 | 0 | 1 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 1 |
| E3 Water en Mariene hulpbronnen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 5 | 0 | 4 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 1 |
| E4 Biodiversiteit en Ecosystemen | 0 | 1 | 1 | 1 | 2 | 0 | 2 | 0 | 16 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 2 |
| E5 Circulaire Economie | 1 | 7 | 2 | 1 | 11 | 4 | 20 | 1 | 3 | 1 | 3 | 2 | 13 | 1 | 8 |
| S1 Eigen Personeel | 9 | 8 | 9 | 33 | 3 | 6 | 4 | 9 | 2 | 4 | 9 | 2 | 4 | 17 | 6 |
| S2 Werknemers in de waardeketen | 13 | 28 | 23 | 30 | 7 | 9 | 17 | 28 | 9 | 29 | 23 | 31 | 10 | 12 | 18 |
| S3 Getroffen gemeenschappen | 11 | 14 | 10 | 12 | 5 | 11 | 5 | 23 | 10 | 12 | 14 | 15 | 10 | 25 | 11 |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | 6 | 10 | 7 | 4 | 4 | 12 | 3 | 8 | 6 | 10 | 10 | 23 | 5 | 20 | 8 |
| G1 Zakelijk gedrag | 0 | 8 | 5 | 4 | 2 | 4 | 2 | 13 | 18 | 25 | 8 | 7 | 4 | 11 | 7 |
| Totaal* | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
In de Rijksbrede documenten wordt vooral de nadruk gelegd op klimaatverandering en maatschappelijke thema’s. De oorzaak hiervan kan gezocht worden in de oorsprong van de SDG-rapportages en de Brede Welvaart-indicatoren. Deze rapportages geven gestructureerd informatie over de nationale economische groei, sociale ontwikkeling en het milieu.
In Tabel
ESRS-rapportages per ministerie over 2024 (in absolute aantallen genoemde begrippen).
| ESRS | AZ | BZK | BZ | DEF | EZK | FIN | IenW | JenV | LNV | OCW | SZW | VWS | Rijksbreed | Overig | Totaal |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS ½ | 45 | 152 | 170 | 35 | 215 | 216 | 274 | 155 | 111 | 169 | 120 | 78 | 172 | 14 | 1926 |
| E1 Klimaatverandering | 100 | 224 | 240 | 42 | 1174 | 188 | 692 | 24 | 92 | 74 | 140 | 181 | 1499 | 1 | 4671 |
| E2 Verontreiniging | 0 | 1 | 3 | 8 | 6 | 1 | 81 | 0 | 9 | 2 | 0 | 4 | 32 | 0 | 147 |
| E3 Water en Mariene hulpbronnen | 0 | 1 | 2 | 0 | 2 | 0 | 122 | 0 | 30 | 0 | 0 | 0 | 33 | 0 | 190 |
| E4 Biodiversiteit en Ecosystemen | 0 | 12 | 17 | 4 | 33 | 0 | 60 | 2 | 109 | 5 | 2 | 2 | 33 | 0 | 279 |
| E5 Circulaire Economie | 3 | 22 | 118 | 5 | 230 | 29 | 476 | 6 | 17 | 11 | 23 | 25 | 428 | 1 | 1394 |
| S1 Eigen Personeel | 22 | 84 | 135 | 188 | 64 | 47 | 86 | 93 | 12 | 48 | 73 | 32 | 112 | 19 | 1015 |
| S2 Werknemers in de waardeketen | 31 | 209 | 468 | 168 | 158 | 71 | 412 | 284 | 63 | 389 | 187 | 415 | 304 | 13 | 3172 |
| S3 Getroffen gemeenschappen | 27 | 95 | 239 | 69 | 101 | 82 | 119 | 232 | 70 | 163 | 116 | 196 | 306 | 28 | 1843 |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | 15 | 68 | 165 | 21 | 85 | 88 | 68 | 77 | 43 | 127 | 84 | 301 | 150 | 22 | 1314 |
| G1 Zakelijk gedrag | 1 | 48 | 143 | 23 | 49 | 33 | 47 | 129 | 121 | 332 | 65 | 91 | 117 | 12 | 1211 |
| Totaal | 244 | 916 | 1700 | 563 | 2117 | 755 | 2437 | 1002 | 677 | 1320 | 810 | 1325 | 3186 | 110 | 17162 |
Tabel
ESRS-rapportages per ministerie; de verschillen tussen 2024 en 2023 in procentpunten van de aandacht per thema.
| ESRS / Ministerie | AZ | BZ | BZK | DEF | EZK | FIN | IenW | JenV | LNV | OCW | SZW | VWS | Rijksbreed |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| ESRS 1&2 | -16 | -2 | -2 | -4 | -1 | 1 | -3 | 1 | -4 | 3 | -1 | -9 | -3 |
| E1 Klimaatverandering | 36 | 12 | 12 | -2 | -4 | -14 | 3 | 1 | -3 | 4 | -1 | 12 | 9 |
| E2 Verontreiniging | 0 | -1 | -1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -1 |
| E3 Water en Mariene hulpbronnen | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -2 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | -1 |
| E4 Biodiversiteit en Ecosystemen | -1 | 0 | 0 | 0 | 1 | 0 | 1 | 0 | -3 | 0 | 0 | 0 | -1 |
| E5 Circulaire economie | 0 | -1 | -1 | 1 | 2 | 0 | -5 | 0 | -1 | 1 | 1 | 0 | 5 |
| S1 Eigen personeel | 3 | 2 | 2 | 0 | 2 | 5 | 3 | 4 | 1 | 4 | 7 | 2 | 1 |
| S2 Werknemers in de waardeketen | -20 | -13 | -13 | 0 | -2 | -6 | -1 | -16 | -1 | -26 | -18 | -22 | -7 |
| S3 Getroffen gemeenschappen | -2 | 1 | 1 | 0 | -1 | 4 | 1 | 8 | 3 | 2 | 2 | 1 | -8 |
| S4 Consumenten en eindgebruikers | 0 | 5 | 5 | 3 | 2 | 9 | 2 | 4 | 6 | 9 | 9 | 22 | 4 |
| G1 Zakelijk gedrag | 0 | -4 | -4 | -1 | 1 | 0 | 1 | -3 | 0 | 3 | 0 | -7 | 2 |
Hierna volgen de resultaten van de statistische toetsen met gemiddelden per politieke oriëntatie van de partij van de belangrijkste minister, volgens de Chapel Hill Expert Survey (CHES) (Rovny et al. (2024),
In Tabel
Analyse van de verschillen tussen gemiddelden per politieke oriëntatie van het ministerie.
| Rechts totaal | Gemiddelde over rechtse ministeries | Links totaal | Gemiddelde over linkse ministeries | Verschil tussen gemiddelden | Verschil tussen gemiddelden | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| N | N | % | N | N | % | N | %-punt | |
| Environ-mental | 8249 | 434 | 0.29 | 751 | 150 | 0.20 | 283 | 0.085 |
| Social | 9979 | 525 | 0.49 | 2019 | 404 | 0.51 | 121 | -0.021 |
| Governance | 1530 | 81 | 0.07 | 521 | 104 | 0.12 | 23 | -0.051 |
| ESRS 1/2 | 2946 | 155 | 0.15 | 641 | 128 | 0.16 | 27 | -0.014 |
| E1 | 5521 | 291 | 0.20 | 503 | 101 | 0.13 | 190 | 0.070 |
| E2 | 207 | 11 | 0.01 | 13 | 3 | 0.00 | 8 | 0.003 |
| E3 | 326 | 17 | 0.09 | 30 | 6 | 0.01 | 11 | 0.000 |
| E4 | 317 | 17 | 0.02 | 134 | 27 | 0.04 | 10 | -0.023 |
| E5 | 1878 | 99 | 0.05 | 71 | 14 | 0.02 | 85 | 0.034 |
| S1 | 1090 | 57 | 0.06 | 193 | 39 | 0.07 | 19|** | -0.0063|* |
| S2 | 5315 | 280 | 0.25 | 1391 | 278 | 0.33 | 2 | -0.081 |
| S3 | 2188 | 115 | 0.11 | 396 | 79 | 0.10 | 36 | 0.010 |
| S4 | 1386 | 73 | 0.07 | 39 | 8 | 0.01 | 65*|*** | 0.057**|*** |
| G1 | 1530 | 81 | 0.07 | 521 | 104 | 0.12 | 24 | -0.051 |
Analyse van de verschillen tussen gemiddelden over ministeries waar een wijziging van links naar rechts heeft plaatsgevonden.
| Verschuiving van links naar rechts | Geen verschuiving van links naar rechts | Verschil gemiddeld | Verschil gemiddeld | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | Gemiddeld over ministeries | Totaal | Gemiddeld over ministeries | |||||
| N | N | % | N | N | % | N | %-punt | |
| Environmental | 3817 | 477 | 0.34 | 837 | 209 | 0.19 | 267 | 0.151 |
| Social | 3781 | 473 | 0.45 | 2609 | 652 | 0.59 | -180 | -0.138 |
| Governance | 697 | 87 | 0.08 | 385 | 96 | 0.09 | -9 | -0.008 |
| ESRS 1/2 | 1143 | 143 | 0.14 | 597 | 149 | 0.14 | -6 | -0.005 |
| E1 | 2543 | 318 | 0.24 | 628 | 157 | 0.15 | 161 | 0.092 |
| E2 | 111 | 14 | 0.01 | 4 | 1 | 0.00 | 13|* | 0.0079|* |
| E3 | 154 | 19 | 0.01 | 3 | 1 | 0.00 | 19 | 0.011 |
| E4 | 213 | 27 | 0.03 | 33 | 8 | 0.01 | 18 | 0.020 |
| E5 | 796 | 100 | 0.05 | 169 | 42 | 0.03 | 57 | 0.020 |
| S1 | 499 | 62 | 0.08 | 385 | 96 | 0.09 | -34|* | -0.0097|* |
| S2 | 1707 | 213 | 0.18 | 1148 | 287 | 0.25 | -74 | -0.071 |
| S3 | 827 | 103 | 0.10 | 682 | 170 | 0.15 | -67* | -0.0531* |
| S4 | 748 | 94 | 0.08 | 394 | 98 | 0.09 | -5 | -0.004 |
| G1 | 697 | 87 | 0.08 | 385 | 96 | 0.09 | -9 | -0.008 |
De analyse in Tabel
Samenvattend laten de uitkomsten van de analyses van de politieke oriëntatie een weinigzeggend beeld zien, anders dan verwacht, gebaseerd op eerder onderzoek en geopolitieke ontwikkelingen. Een mogelijke verklaring hiervoor is timing. De start van de begrotings- en verantwoordingscyclus, de Miljoenennota, was feitelijk door het vorige kabinet gestart. De verantwoordingsdocumenten spiegelen de begroting. Derhalve is het aannemelijk dat effecten van een politieke verschuiving pas vertraagd tot uiting komen.
Als laatste laten we een analyse per documentsoort zien, om aan te tonen dat de versnippering (in tegenstelling tot de focus van documenten en de bij die focus behorende stakeholders, zoals wat bij Integrated Reporting mogelijk zou zijn) van duurzaamheidsverslaggeving bij het Rijk nog steeds bestaat.
In Tabel
| ESRS/Documentsoort Aantallen in procenten* | ESRS 1/2 | E1 | E2 | E3 | E4 | E5 | S1 | S2 | S3 | S4 | G1 |
| Begrotingen | 44 | 23 | 38 | 42 | 45 | 26 | 41 | 49 | 44 | 44 | 45 |
| Jaarverslagen | 36 | 13 | 28 | 34 | 23 | 22 | 37 | 36 | 32 | 38 | 40 |
| Duurzaamheidsverslagen | 11 | 31 | 12 | 4 | 20 | 18 | 11 | 2 | 4 | 2 | 4 |
| Rijksbreed | 9 | 33 | 22 | 20 | 13 | 34 | 12 | 12 | 20 | 15 | 11 |
| Totaal** | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 | 100 |
| ESRS/Documentsoort Verschillen in procentpunten | ESRS 1/2 | E1 | E2 | E3 | E4 | E5 | S1 | S2 | S3 | S4 | G1 |
| Begrotingen | 0 | -5 | 3 | -1 | 3 | -7 | 6 | 2 | 8 | -1 | -4 |
| Jaarverslagen | -1 | -9 | -5 | 5 | -9 | -7 | -7 | -2 | 7 | 4 | -3 |
| Duurzaamheidsverslagen | 2 | 7 | 10 | 3 | 14 | 3 | 1 | 0 | -1 | -6 | 2 |
| Rijksbreed | -1 | 7 | -8 | -7 | -7 | 12 | -1 | -1 | -14 | 2 | 5 |
De beperkingen (grofmazig onderzoek, alleen openbare documentatie, geen onderscheid tussen beleids- en bedrijfsvoeringinformatie) die bij eerder onderzoek bestonden (
In dit onderzoek zijn de verschillen tussen rapportages met duurzaamheidsinformatie van de Nederlandse Rijksoverheid onderzocht, waarbij tevens de koppeling is gelegd met de ontwikkelingen in de wereld (met name Europa) en in Nederland in het bijzonder. De centrale onderzoeksvragen die daarbij gesteld werden hebben betrekking op (1) de uitgebreidheid van duurzaamheidsrapportages door het Rijk, (2) de spreiding over typen rapporten en de mogelijke versnippering, en (3) de vraag of recente politieke veranderingen zichtbaar doorwerken in de rapportages.
De Nederlandse Rijksoverheid rapporteert in de kern op consistente wijze over duurzaamheid in zowel bedrijfsvoering als beleid. De rapportages over 2024 wijken slechts in beperkte mate af van die van het voorgaande jaar. Wel worden er meer begrippen gehanteerd dan in 2023, met een enigszins gewijzigde verdeling over de ministeries. Opvallend zijn de relatief grote verschillen in de verdeling over de typen rapportages. Van de wens van de Algemene Rekenkamer uit 2021, namelijk een toename van integrated reporting, lijkt vooralsnog geen sprake. De versnippering is onverminderd groot en is in vergelijking met 2023 niet afgenomen.
Inhoudelijk zijn er vooral verschuivingen in het sociale domein te vinden, en bij bepaalde ministeries hebben die zich sterker gemanifesteerd dan bij andere ministeries. Dit kan te maken hebben met definitieverschillen ten opzichte van het voorgaande onderzoek. Een deel van de ministeries is doelgericht; zij rapporteren over de ESG-onderwerpen die direct verband houden met hun eigen beleidsterrein. Daarin hebben zich geen grote verschuivingen voorgedaan.
De veranderde geopolitieke en maatschappelijke realiteit lijkt slechts in beperkte mate door te werken in de ESG-rapportages van de Nederlandse Rijksoverheid. Mogelijk is er sprake van een vertraging, waardoor effecten pas zichtbaar zijn over een langere periode. Een alternatieve verklaring is dat ministeries zich op het gebied van duurzaamheidsverantwoording beperkt laten leiden door de politieke actualiteit. Eventuele andere verklaringen voor de huidige wijze van rapporteren over duurzaamheid, zoals robuustheid van bestaande verantwoordingsstructuren of culturele aspecten, zijn niet onderzocht.
Prof. dr. R.P. Orij – René is hoogleraar corporate sustainability reporting bij het Center for Corporate Reporting, Finance & Tax van Nyenrode Business Universiteit en verbonden aan verschillende nationale en internationale academische journals op het gebied van accounting en sustainability. Hij is ook lid van het academic panel van EFRAG.
R. Vogelsang MSc RA – Robert is duurzaamheidsauditor bij de Auditdienst Rijk en verbonden aan Nyenrode Business Universiteit.
Prof. dr. M.H.R. Erkens – Michael is hoogleraar corporate reporting bij het Center for Corporate Reporting, Finance & Tax van Nyenrode Business Universiteit en associate professor financial accounting aan de Erasmus School of Economics.
Dezelfde rapportagetypen als in 2023, zie
Specifieke details over de gehanteerde zoektermen worden vanwege de omvang daarvan niet opgenomen in de bijlage. De gehanteerde zoektermen kunnen worden opgevraagd bij de auteurs.
De werkelijke rapportagefocus hebben we vastgesteld door de hoogste percentages te nemen die gezamenlijk meer dan 50% uitmaken.
| Standaard | Definitie |
|---|---|
| S1 – Eigen personeel | De groep mensen die rechtstreeks voor de organisatie werkt, inclusief werknemers met een arbeidsovereenkomst, ingehuurde zelfstandigen en via derden geleverde werknemers, voor zover zij primair onder de verantwoordelijkheid van de organisatie vallen. |
| S2 – Werknemers in de waardeketen | Werknemers in de upstream- en downstreamwaardeketen van de organisatie die materieel geraakt kunnen worden door haar activiteiten, producten of diensten, maar die niet tot de eigen personeelsgroep (S1) behoren. |
| S3 – Gemeenschappen | Individuen of groepen die materieel beïnvloed worden door de operationele activiteiten van de organisatie, inclusief door de waardeketen, maar waarbij de relatie ontstaat vanuit de bedrijfsvoering. |
| S4 – Consumenten en eindgebruikers | Individuen of groepen die voorzieningen, producten of diensten van de organisatie gebruiken of consumeren, waarbij de relatie ontstaat door beleidseffecten. |
| Ministerie | Relevantie ESG (verwachting) | Hoogste relatieve % 20024* | Hoogste relatieve % 2023* | ||
|---|---|---|---|---|---|
| Algemene Zaken | G | E1 & ESRS 1 EN 2 | Afwijkend | E1 & S2 | Afwijkend |
| Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties | G | E1, S2 & ESRS 1 EN 2 | Afwijkend | S2 & ESRS 1 EN 2 | Afwijkend |
| Buitenlandse Zaken | E en S | S2, E1 & S3 | Conformerend | S2 & E1 | Conformerend |
| Defensie | E & S | S1 & S2 | Licht afwijkend | S1 & S2 | Licht afwijkend |
| Economische Zaken en Klimaat | E & S | E1 | Licht afwijkend | E1 | Licht afwijkend |
| Financiën | G | ESRS 1 EN 2 & E1 | Afwijkend | ESRS 1 EN 2ESRS 1 EN 2 & E1 | Afwijkend |
| Infrastructuur en Waterstaat | E | E1 & E5 | Conformerend | E1 & E5 | Conformerend |
| Justitie en Veiligheid | G | S2 & S3 | Afwijkend | S2 & S3 | Afwijkend |
| Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | E | G1, E4 & ESRS 1 EN 2 | Licht afwijkend | ESRS 1 EN 2ESRS 1 EN 2, E4 & G1 | Licht afwijkend |
| Onderwijs, Cultuur en Wetenschap | S | S2 & G1 | Licht afwijkend | S2 & G1 | Licht afwijkend |
| Sociale Zaken en Werkgelegenheid | S | S2, ESRS 1 EN 2 & E1 | Licht afwijkend | S2, E1 & ESRS 1 EN 2ESRS 1 EN 2 | Licht afwijkend |
| Volksgezondheid, Welzijn en Sport | S | S2 & S4 | Conformerend | S2 & S4 | Conformerend |
| Rijksbrede documenten | E & S | E1 & S3 | Conformerend | E1 & E5 | Licht afwijkend |