Research Article |
|
Corresponding author: Dick de Waard ( d.a.de.waard@rug.nl ) Academic editor: Ralph ter Hoeven
© 2026 Wouter Huiberts, Dick de Waard.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Huiberts W, de Waard D (2026) Meten met twee maten – vervolg. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 100(3): 141-153. https://doi.org/10.5117/mab.100.174073
|
Met de komst van de CSRD en de ESRS wordt ernaar gestreefd om duurzaamheidsverslaggeving voor met name grote ondernemingen een wettelijke basis te geven. Veel grote ondernemingen rapporteren al meerdere jaren vrijwillig over hun duurzaamheidsbeleid en prestaties, en een deel hiervan doet dit sinds 2017 op basis van de NFRD. Voor overheden, waaronder gemeenten, zijn op dit punt nog geen wettelijke voorschriften uitgewerkt. In deze bijdrage wordt in kaart gebracht hoe transparant gemeenten zijn over hun duurzaamheidsbeleid en – prestaties in hun jaarverslag 2023. Een vergelijkbaar onderzoek – met een specifiek hiervoor ontworpen benchmark – is eerder uitgevoerd op de jaarverslagen 2020 van een grote groep gemeenten. Deze benchmark is nu opnieuw toegepast. Uit de resultaten blijkt dat er ten opzichte van 2020 stappen zijn gezet, maar toch rapporteren gemeenten nog beperkt over duurzaamheid. De gepresenteerde informatie is meer gericht op beleid en plannen dan op de concrete uitkomsten daarvan. De analyse van de eigen voetafdruk blijft beperkt.
Gemeenten, jaarverslaggeving, duurzaamheid, transparantie
Gemeenten zijn als organisatie onderdeel van een keten en ook zij laten een voetafdruk achter in de maatschappij. Om die reden kan worden beargumenteerd dat het van belang is dat ook gemeenten verantwoording moeten afleggen over duurzaamheid; over de inzet van mens en natuur, over gedrag in de eigen bedrijfsvoering en over hun impact, waaronder uiteraard de uitvoering van gemeentelijk beleid.
Er gebeurt sinds 21 april 2021 veel op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving. Op die datum werd de concept-CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive) door de Europese Commissie gepubliceerd. Daarop aansluitend zijn gedetailleerde verslaggevingsstandaarden uitgewerkt zoals de ESRS (European Sustainability Reporting Standards) en hebben allerhande aanvullende richtlijnen op het gebied van duurzaamheid (gedrag en verslaggeving) het licht gezien. Anno 2025 is door de introductie van het Omnibus-project op 26 februari 2025 een moment van bezinning ingelast en zijn inperkingen/vereenvoudigingen van de regelgeving uitgewerkt. Op het moment echter dat gemeenten in Nederland in 2024 hun jaarverslag 2023 publiceerden, waren de CSRD en ESRS op Europees niveau goedgekeurd en was de invoering van deze regelgeving in volle gang.
Gemeenten hoeven niet aan de CSRD te voldoen. Maar ook gemeenten zijn onderdeel van waardeketens en kunnen door ondernemingen die wel aan de CSRD moeten voldoen worden bevraagd over hun duurzaamheidsprestaties. Daarnaast moeten gemeenten ook op basis van regelgeving transparant zijn over hun activiteiten en de uitkomsten daarvan. Langzaamaan wordt zichtbaar dat ook overheden aandacht besteden aan transparantie over duurzaamheid. De Coalition of the Willing is opgericht en door deze werkgroep is een handreiking voor verslaggeving ontwikkeld die is gestoeld op de uitgangspunten van de CSRD. Daarnaast sluiten gemeenten zich aan bij het SDG-netwerk. Een actie die kan inspireren tot transparantie. Bij de Rijksoverheid (Ministerie van Economische Zaken en Klimaat en de Algemene Rekenkamer) worden workshops en seminars voor medewerkers georganiseerd.
Gemeentelijke organisaties leveren net als ondernemingen een bijdrage aan het maatschappelijk voortbrengingsproces. Enerzijds door eigen activiteiten, anderzijds door stimuleren, kaderstelling en faciliteren. Dit betekent dat gemeenten, net als ondernemingen, een sociaal contract hebben met de maatschappij. De maatschappij geeft gemeenten de ruimte om te opereren, een license to operate. Gemeenten informeren de maatschappij omtrent hun prestaties, om te tonen dat zij aan de verwachtingen van de maatschappij hebben voldaan. Deze relatie is toegelicht in de legitimatietheorie. Deze theorie is in feite een verbreding van de agency- en de stakeholdertheorie (
In deze bijdrage worden de uitkomsten gepresenteerd van de herhaling van een onderzoek naar de aandacht voor duurzaamheid in de jaarverslaggeving 2020 door gemeenten in Nederland. Dit eerdere onderzoek was erop gericht om vast te stellen in welke mate gemeenten verslag doen van hun prestaties op het gebied van duurzaamheid. De voorliggende uitwerking van de analyse van de uitkomsten is derhalve op dezelfde leest geschoeid als de bijdrage in het MAB in september 2023 (
Wetenschappelijk onderzoek dat gericht is op verslaggeving door gemeenten over duurzaamheid in de Nederlandse context is zeer beperkt tot niet voorhanden. In een onderzoek (
In paragraaf 2 wordt de onderzoekspopulatie toegelicht, waarna in paragraaf 3 een toelichting wordt gegeven bij de onderzoeksmethode. Paragraaf 4 bevat de beschrijvende statistiek: de uitkomsten uit de benchmark, en in paragraaf 5 zijn enkele aanvullende analyses opgenomen. In paragraaf 6 komen wij tot onze conclusies en aanbevelingen.
We onderscheiden overheidsorganisaties op verschillende niveaus. Op landelijk niveau kennen we de ministeries die inherent grote organisaties zijn. Op regionaal niveau kennen wij provinciaal opererende organisaties, zoals de provincies zelf en de waterschappen. Op lokaal niveau zijn vooral de gemeenten actief. Dit onderzoek is gericht op de verslaggeving door gemeentelijke overheden.
Gemeentelijke overheden zijn op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording Gemeenten (BBV) verplicht om jaarlijks informatie openbaar te maken over de taakvelden die aan de gemeenten zijn toegewezen. Dit betreft verantwoordingsinformatie over de taken die gemeenten moeten uitvoeren. De wijze waarop een gemeente deze taken uitvoert, heeft effect op de economie, de mens, de maatschappij en het milieu. Aan gemeentelijke organisaties wordt vanuit de aan hen toegewezen taakvelden de mogelijkheid geboden om concrete waarde te creëren, door kaders te scheppen, initiatieven te ondersteunen en maatregelen te nemen, die gericht zijn op de kwaliteit van het milieu, de leefbaarheid en het welzijn in de gemeente. Daarnaast is de gemeente een organisatie die zichzelf nadrukkelijk doelen kan stellen op het gebied van haar eigen impact op het milieu en op de mens en de maatschappij. Om deze beide dimensies vorm te kunnen geven, zijn ook de taken op het gebied van bestuur en ondersteuning van belang. Bij de uitvoering van de benchmark wordt informatie uit de jaarverslagen beoordeeld op aansturing, beleid en (de analyse van) uitkomsten.
In het onderzoek zijn de Nederlandse gemeenten betrokken die naar de stand van 2023 (2021) meer dan 50.000 inwoners hadden. Dit betreft een onderzoekspopulatie van 95 gemeenten (2020: 88 gemeenten).
Dit exploratieve onderzoek is uitgevoerd aan de hand van de benchmark die is ontwikkeld voor het overeenkomstig onderzoek dat is uitgevoerd op de jaarverslagen van gemeenten over 2020 en is gepubliceerd in MAB 23 september 2023 (
| Hoofdthema | Specifiek onderwerp |
|---|---|
| 1. Afvalmanagement | Huishoudelijk afval |
| Zwerfafval | |
| 2. Duurzaamheidsdoelstellingen | SDG’s |
| Internationaal | |
| Landelijke doelen | |
| Stakeholderbetrokkenheid | |
| 3. Interne organisatie | Energieverbruik en -mix |
| Afvalmanagement | |
| Duurzame inkoop | |
| Personeel | |
| Verantwoordelijkheid | |
| 4. Milieu | CO2 |
| Stikstof | |
| Duurzame energie | |
| Onderhoud groen | |
| Luchtkwaliteit | |
| Bodemkwaliteit | |
| 5. Mobiliteit | Algemeen |
| 6. Wonen | Energieverbruik |
| Vergroening | |
| Verdeling beschikbare woonkavels | |
| Klimaatneutraal |
Informatie op de website van gemeenten is alleen in het onderzoek betrokken indien daar in het jaarverslag expliciet met een link naar wordt verwezen. Er moet sprake zijn van een duidelijke connectie met het jaarverslag: de publiek beschikbare periodieke verantwoording van de gemeente.
In de benchmark is voor elk onderwerp gebruikgemaakt van een score van 0 tot 3, waarbij de 0-score betekent dat in het geheel geen informatie is gegeven. De scores 1, 2 en 3 zijn gebruikt als kan worden vastgesteld dat in toenemende mate bruikbare informatie over een onderwerp is gerapporteerd. Een score van 1 wordt toegekend als een thema is genoemd als aandachtsgebied of als slechts een eventuele verplichte indicatorscore is gegeven. Een score van 2 wordt toegekend als er sprake is van een uitgebreidere toelichting, die eventueel kwantitatief is onderbouwd, en de score van 3 vertegenwoordigt de hoogste graad van transparantie als er ook sprake is van een analyse ten opzichte van eerdere jaren of andere organisaties. De maximale score die hiermee kan worden behaald is 63 punten. De benchmark bestaat uit globale beschrijvingen per onderwerp, waarbij een gedetailleerde lijst van deelonderwerpen en specifieke prestatie-indicatoren achterwege is gelaten. In Tabel
Thema 3 betreft de impact van de gemeente als organisatie op het milieu, haar omgeving en haar medewerkers: haar eigen voetafdruk. In alle thema’s komen elementen van beheersing van duurzaamheidsvraagstukken terug (strategie en verantwoordelijkheid).
De overige thema’s in de benchmark hebben een focus op het beleid, de plannen, activiteiten, maatregelen en uitkomsten op het gebied van duurzaamheid in de gemeentelijke taken (taakvelden) ten behoeve van de inwoners en bedrijven. Daarbij is geen gebruikgemaakt van een gedetailleerde lijst met subthema’s en onderwerpen. Primair is vastgesteld of de gemeenten in hun jaarverslag aandacht besteden aan de betreffende thema’s of niet.
Aansluitend op de toepassing van de benchmark is per gemeente in kaart gebracht welke partij na de verkiezingen van 2022 de grootste partij in de gemeente was. De politieke partijen zijn gerubriceerd op basis van de meest relevante politieke kleur: links (D66, PvdA, GroenLinks, SP), lokaal (grote variëteit aan niet-landelijke partijen), rechts (VVD) en religieus (CDA, SGP en ChristenUnie). Dit is een grofmazige indeling, omdat binnen de onderscheiden kleuren weer sprake is van de nodige variatie tussen partijen en regio’s/gemeenten.
Aan het onderzoek naar de verslaggeving over 2023 zijn twee nieuwe elementen toegevoegd ten opzichte van het onderzoek 2020. Ten eerste is in kaart gebracht welke gemeenten mede-initiatiefnemer zijn van de Coalition of the Willing. De Coalition of the Willing is een initiatief waarbij vijf gemeenten samenwerken met tien andere overheidsorganisaties en vier accountantsorganisaties om duurzaamheidsverslaggeving door gemeenten/overheden te bevorderen. Door dit samenwerkingsverband is de ‘Handreiking Duurzaamheidsrapportage en -verantwoording voor decentrale overheden’ opgesteld en gepubliceerd (
Ten tweede is onderzocht of er een relatie bestaat tussen het lidmaatschap van het netwerk Gemeenten4GlobalGoals en de uitkomsten van de transparantiebenchmark. Dit netwerk, opgericht onder de VNG, bestaat uit gemeenten die de 17 Sustainable Development Goals omarmen en op lokaal niveau bijdragen aan de realisatie ervan (bron: www.vng.nl).
Voor de analyse van onze data is gebruikgemaakt van een AI-gebaseerde analysetool, ontwikkeld door accountantsorganisatie BDO. Deze analysetool is specifiek ontworpen om een grote hoeveelheid tekst te analyseren op geselecteerde onderwerpen. Aan de hand van een aantal jaarverslagen is de analysetool getraind door middel van trial-and-error. De analyse is gebaseerd op de vooraf gedefinieerde thema’s en onderwerpen. Elk van de onderwerpen is voorzien van een beschrijving en een aantal zoektermen.
De analysetool levert als output een datasheet met per gemeente en per factor: de categorie, het onderwerp, de bijbehorende criteria van de benchmark waaraan de scores zijn gekoppeld, zoals toegelicht in paragraaaf 3.1 (inclusief beschrijving en zoektermen), de relevante zinsneden uit het verslag, de betrokken paginanummers en de toegekende score. De som van de scores per factor zijn bij elkaar opgeteld om de totale score te bepalen. De output van de analysetool bestaat uit de specifieke zinnen uit het jaarverslag. Deze zinnen zijn rechtstreeks overgenomen uit de brontekst; de analysetool genereert zelf geen interpretatieve of synthetiserende teksten. Daarnaast is per factor een overzicht gegenereerd van zes paginanummers waarop de meeste relevante informatie is aangetroffen. Dit onderstreept dat de tool niet kan hallucineren; een veelgehoorde zorg bij AI-toepassingen.
Door de ingevoerde vraagstelling, beschrijving en zoektermen per onderwerp aan te vullen of aan te passen, is de analysetool getraind tot deze het, op basis van de menselijke controle, gewenste antwoord gaf. Vervolgens is deze controle toegepast op een grotere groep jaarverslagen. Nadat bevestigd werd dat ook dit leidde tot de correcte data, zijn de overige jaarverslagen 2023 geüpload in de analysetool. De analysetool genereerde per onderzochte factor een score 0, 1, 2 of 3, zoals hiervoor toegelicht.
Hoewel de analysetool een centrale rol speelde in het verzamelen en structureren van de data, zijn alle bevindingen handmatig gereviewd. De onderzoekers hebben de volledige output gecontroleerd op juistheid, consistentie en contextuele interpretatie. Eventuele onvolkomenheden in de automatisch gegenereerde analyse zijn waar nodig aangepast. De inzet van de analysetool dient zodoende primair als ondersteuning bij het zoekproces, terwijl de uiteindelijke beoordeling van de verslaggeving altijd onder menselijke controle/beoordeling heeft plaatsgevonden.
In het navolgende wordt aan de hand van de toegepaste benchmark een toelichting gegeven bij de uitkomsten daarvan per geselecteerd hoofdonderwerp. Dit betreft de informatie, zoals opgenomen in het jaarverslag 2023 van de geselecteerde gemeenten. De hoofdthema’s zijn in Tabel
| 2023 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| Ja | Nee | Ja | Nee | |
| Verantwoordelijkheid toegelicht | 37 | 58 | 21 | 67 |
| Percentage | 39% | 61% | 24% | 76% |
Aantal inwoners per gemeente in relatie tot transparantie over duurzaamheid (2023).
| Aantal inwoners per gemeente | # | Gemiddelde score | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | ||
| 50.000 – < 60.000 | 23 | 25,7 | 3,0 | 3,7 | 3,7 | 7,0 | 1,9 | 6,2 |
| 60.000 – < 70.000 | 17 | 25,6 | 2,6 | 3,9 | 4,6 | 6,6 | 1,9 | 5,7 |
| 70.000 – < 80.000 | 7 | 26,0 | 2,4 | 4,1 | 3,6 | 7,1 | 2,0 | 6,6 |
| 80.000 – < 90.000 | 6 | 26,5 | 2,5 | 4,0 | 4,5 | 6,8 | 2,0 | 6,2 |
| 90.000 – < 100.000 | 10 | 26,2 | 2,5 | 4,0 | 3,5 | 7,1 | 2,1 | 6,6 |
| 100.000 – < 200.000 | 24 | 28,2 | 3,1 | 3,5 | 3,5 | 9,2 | 2,0 | 6,5 |
| 200.000 – < 350.000 | 4 | 31,0 | 4,3 | 3,8 | 3,8 | 9,3 | 2,0 | 7,5 |
| 350.000 – < 1.000.000 | 4 | 39,0 | 4,8 | 5,3 | 6,0 | 13,0 | 2,0 | 7,3 |
| Maximale score | 63,0 | 6,0 | 12,0 | 12,0 | 18,0 | 3,0 | 12,0 | |
Aantal inwoners per gemeente in relatie tot transparantie over duurzaamheid (2020).
| Aantal inwoners per gemeente | # | Gemiddelde score | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Totaal | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | ||
| 50.000 – < 60.000 | 23 | 17,1 | 2,9 | 1,9 | 1,7 | 5,3 | 1,8 | 3,5 |
| 60.000 – < 70.000 | 13 | 16,7 | 2,5 | 1,5 | 2,7 | 4,5 | 1,7 | 3,8 |
| 70.000 – < 80.000 | 8 | 17,6 | 2,8 | 1,1 | 1,5 | 6,3 | 1,9 | 4,1 |
| 80.000 – < 90.000 | 7 | 14,7 | 2,4 | 1,0 | 1,3 | 5,1 | 1,1 | 3,7 |
| 90.000 – < 100.000 | 5 | 15,6 | 2,2 | 1,0 | 2,0 | 6,4 | 1,2 | 2,8 |
| 100.000 – < 200.000 | 24 | 20,8 | 3,3 | 2,0 | 1,4 | 7,9 | 1,8 | 4,4 |
| 200.000 – < 350.000 | 4 | 27,8 | 4,0 | 2,5 | 3,5 | 11,0 | 2,0 | 4,8 |
| 350.000 – < 1.000.000 | 4 | 27,3 | 2,8 | 3,0 | 4,0 | 10,5 | 2,3 | 4,8 |
| Maximale score | 63,0 | 6,0 | 12,0 | 12,0 | 18,0 | 3,0 | 12,0 | |
Grootste partij per gemeente in relatie tot transparantie over duurzaamheid (2023).
| Politieke kleur | Grootste partij | # | Gemiddelde score | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tot | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |||
| Links | D66 | 4 | 29,3 | 3,3 | 4,3 | 3,3 | 8,8 | 2,3 | 7,3 |
| GL/PvdA | 16 | 28,8 | 3,4 | 4,0 | 3,5 | 8,5 | 2,2 | 6,8 | |
| SP | 0 | ||||||||
| Lokaal | Diverse partijen | 47 | 27,4 | 2,9 | 4,1 | 4,1 | 7,6 | 2,0 | 6,3 |
| Rechts | VVD | 12 | 26,9 | 3,1 | 3,8 | 3,3 | 8,3 | 1,9 | 6,2 |
| Religieus | CDA | 7 | 25,9 | 2,4 | 3,2 | 4,9 | 6,7 | 2,0 | 6,0 |
| ChristenUnie | 2 | 22,5 | 2,5 | 1,0 | 2,5 | 8,5 | 2,0 | 5,5 | |
| SGP | 2 | 25,5 | 2,0 | 3,5 | 3,5 | 7,0 | 2,0 | 7,0 | |
| Maximale score | 63 | 6 | 12 | 12 | 18 | 3 | 12 | ||
Grootste partij per gemeente in relatie tot transparantie over duurzaamheid (2020).
| Politieke kleur | Grootste partij | # | Gemiddelde score | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Tot | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |||
| Links | D66 | 3 | 22,0 | 4,0 | 1,3 | 0,7 | 8,0 | 2,3 | 5,7 |
| GroenLinks | 8 | 26,8 | 3,6 | 3,1 | 2,8 | 10,4 | 2,3 | 4,6 | |
| PvdA | 3 | 22,7 | 3,7 | 3,3 | 2,7 | 6,3 | 1,3 | 5,3 | |
| SP | 2 | 17,0 | 3,0 | 1,5 | 1,5 | 7,5 | 1,5 | 2,0 | |
| Lokaal | Diverse partijen | 34 | 16,6 | 2,8 | 1,6 | 1,7 | 5,6 | 1,6 | 3,4 |
| Rechts | VVD | 18 | 20,1 | 2,9 | 1,1 | 2,6 | 7,3 | 1,8 | 4,4 |
| Religieus | CDA | 13 | 15,5 | 2,2 | 1,8 | 1,2 | 5,3 | 1,5 | 3,6 |
| ChristenUnie | 4 | 23,5 | 3,8 | 3,0 | 2,5 | 6,5 | 2,3 | 5,5 | |
| SGP | 3 | 16,0 | 2,0 | 1,3 | 2,0 | 5,3 | 1,7 | 3,7 | |
| Maximale score | 63 | 6 | 12 | 12 | 18 | 3 | 12 | ||
Grafiek
Afvalmanagement is een vast onderdeel van de gemeentelijke taken. De mate waarin daarover verslag wordt uitgebracht varieert sterk. De gemiddelde transparantiescore voor verslaggeving over huishoudelijk afval bedraagt in 2023 afgerond 2,0 (2,03) en is daarmee nagenoeg gelijk aan 2020 (2,0; 1,96). Gemeenten verstrekken wel kwantitatieve informatie, zoals de hoeveelheid ingezameld afval, maar deze wordt slechts beperkt in verband gebracht met voorgaande jaren of met andere organisaties. De aandacht voor afvalscheiding en hergebruik neemt wel enigszins toe, mede onder invloed van landelijke duurzaamheidsdoelstellingen.
Voor zwerfafval blijft de score relatief laag (0,9 in 2023 tegenover 1,1 in 2020). Gemeenten beperken zich hier veelal tot het benoemen van initiatieven, zoals opruimacties en vrijwilligersprojecten, zonder structureel kwantitatieve resultaten te rapporteren.
Ondanks de lichte verbetering in transparantie blijft voor beide subthema’s de kloof met het maximale aantal punten (3,0) aanzienlijk. Dit suggereert dat gemeenten nog weinig inzicht geven in de effectiviteit van hun beleid en maatregelen. Het ontbreken van vergelijkbare data maakt het bovendien lastig om de impact van initiatieven in de tijd te volgen.
Door de Nederlandse overheid zijn de in 2015 gepubliceerde duurzaamheidsdoelstellingen van de Verenigde Naties, de Sustainable Development Goals (SDG’s), onderschreven. Deze doelstellingen richten zich op het brede spectrum van duurzaamheidsvraagstukken, maar een van de meest zichtbare daarin is SDG 13: klimaatverandering. In de jaarverslagen van veel grote Nederlandse ondernemingen is zichtbaar dat zij zich in hun strategie conformeren aan de SDG’s, waarbij zij een relevante bijdrage kunnen leveren aan de realisatie daarvan. Daarbij wordt op grote schaal aandacht besteed aan SDG 13, waarbij door veel ondernemingen wordt ingegaan op de kansen en risico’s vanuit het klimaatvraagstuk. Ook geven veel ondernemingen informatie over de wijze waarop de aandacht voor klimaatverandering is verankerd in de governancestructuur, strategie, risicoanalyse en doelen (
Het thema duurzaamheidsdoelstellingen richt zich op de mate waarin gemeenten in hun jaarverslagen aandacht besteden aan internationale en nationale duurzaamheidsdoelstellingen, de Sustainable Development Goals (SDG’s) en de betrokkenheid van stakeholders bij klimaatgerelateerde beleidsvorming. In Grafiek
Ondanks de lichte stijgingen blijven per subthema de verschillen met het maximale aantal punten (3,0) groot. Gemeenten richten zich in hun toelichtingen vooral op beleidsambities en procesbeschrijvingen, maar bieden beperkt inzicht in hun daadwerkelijke bijdrage aan de realisatie van (inter)nationale (klimaat)doelen.
In de verslaggevingsrichtlijnen die vanuit de EU worden ontwikkeld, is de positie van de onderneming in de waardeketen een belangrijk perspectief. De positie van de gemeente in haar waardeketen is in de benchmark belicht door te meten in welke mate de gemeente transparant is over haar eigen voetafdruk: haar eigen operationele kwaliteit.
In Grafiek
Doordat de hoeveelheid en kwaliteit van de informatie over de toepassing van duurzaamheid binnen de eigen organisatie achterblijven, is het voor stakeholders lastig om de effectiviteit van gemeentelijk beleid op dat punt te beoordelen.
Binnen het thema ‘Interne organisatie’ is in kaart gebracht of gemeenten in hun jaarverslag informatie geven over de governancestructuur (beheersing van duurzaamheid in het algemeen). Met het oog daarop is in kaart gebracht of informatie is gegeven over het beleggen van de verantwoordelijkheid daaromtrent in de organisatie. Uit Tabel
Het thema milieu omvat verschillende duurzaamheidsonderwerpen, te weten: bodemkwaliteit, CO2-uitstoot, duurzame energie, lucht- en bodemkwaliteit, onderhoud van groenvoorzieningen en stikstof. In Grafiek
Op het gebied van luchtkwaliteit is nauwelijks vooruitgang zichtbaar: de gemiddelde score stijgt van 0,7 naar 0,8. Gemeenten vermelden zelden concrete meetresultaten of trends, ondanks de maatschappelijke relevantie van dit thema.
Samengevat laten de cijfers zien dat gemeenten stappen zetten richting meer transparantie, met name op het gebied van stikstof en duurzame energie. Toch blijft het beeld overwegend beleidsmatig: gemeenten leggen vooral plannen, kaders en ambities vast, terwijl inzicht in concrete milieuprestaties vaak ontbreekt.
Het thema mobiliteit omvat onder andere beleidsplannen en maatregelen met betrekking tot infrastructuur, bereikbaarheid, openbaar vervoer, laadpalen en duurzame mobiliteitsoplossingen zoals deelauto’s en deelfietsen. Gemeenten besteden in hun jaarverslagen relatief veel aandacht aan dit onderwerp vergeleken met andere duurzaamheidsthema’s.
De gemiddelde score stijgt van 1,8 in 2020 naar 2,0 in 2023. Uit de analyses blijkt dat gemeenten niet alleen vaker rapporteren over beleidsinitiatieven en investeringen op het gebied van mobiliteit, maar ook meer concrete en kwantitatieve informatie opnemen. Zo worden vaker gegevens gedeeld over gerealiseerde laadpalen en fietspaden, en worden vaker resultaten uit voorgaande jaren opgenomen. Op dit punt lijkt de verslaggeving zich stap voor stap te ontwikkelen van een voornamelijk kwalitatieve beschrijving naar een meer meetbare en vergelijkbare vorm van rapportage.
Met deze score laten gemeenten zien dat mobiliteit een redelijk ontwikkeld thema is in de verslaggeving. De resterende ruimte naar de maximale score biedt vooral kansen om de transparantie verder te versterken, bijvoorbeeld door het structureel opnemen van meetbare effecten en goed vergelijkbare indicatoren.
Het thema wonen richt zich op de rol van gemeenten in het verduurzamen van de woningvoorraad, het bevorderen van klimaatneutraal bouwen, het vergroenen van woonomgevingen en de verdeling van beschikbare bouwkavels. Over het algemeen is de verslaggeving op dit thema in 2023 verbeterd ten opzichte van 2020, maar de kloof met het maximale aantal punten per subthema (3,0) blijft groot.
De gemiddelde score voor informatie over energieverbruik stijgt van 1,3 in 2020 naar 1,9 in 2023. Gemeenten rapporteren vaker over het energiegebruik van huishoudens en initiatieven om de energie-efficiëntie te verhogen. Hoewel beleidsplannen en stimuleringsmaatregelen vaker worden benoemd, ontbreekt veelal een structurele kwantitatieve onderbouwing, bijvoorbeeld over gerealiseerde besparingen.
Samenvattend laten de cijfers zien dat gemeenten op het thema wonen stappen zetten richting meer transparantie, vooral wat betreft energieverbruik en klimaatneutraal bouwen. De focus ligt echter nog sterk op plannen en ambities, terwijl de concreetheid van de rapportage over behaalde resultaten achterblijft.
De omvang van de gemeenten varieert sterk. De kleinste gemeente telde 50.004 (2020: 50.011) inwoners. De grootste gemeente telde 931.298 (2020: 873.338) inwoners. Uit het vorige onderzoek kwam naar voren dat een mogelijke relatie zichtbaar was tussen de omvang van een gemeente en de transparantie op het gebied van duurzaamheid. Om hier opnieuw inzicht in te krijgen, is een vergelijkbare frequentieverdeling gemaakt van het aantal gemeenten per omvanggroep. In de Tabellen 3 en 4 zijn de gemiddelde scores per thema zichtbaar gemaakt, waarbij de nummering van de thema’s is aangehouden, zoals gehanteerd in Tabel
In beide overzichten is zichtbaar dat de transparantie duidelijk toeneemt naarmate gemeenten meer dan 100.000 inwoners hebben. Deze uitkomst is vergelijkbaar met de uitkomsten voor de jaarverslagen 2020. Voor de groep gemeenten tot 100.000 inwoners is in het jaarverslag 2023 sprake van een onderling vergelijkbaar lage score die schommelt rond het gemiddelde van 25,9 punten (41,1% van het maximum van de benchmark). In de jaarverslagen 2020 was dit 16,6 punten (26,3%). De gemeenten met meer dan 100.000 inwoners scoren net als in 2020 over de gehele breedte ruim hoger, maar maken in de verslaggeving over de gemeentelijke taken (taakvelden) vooral een groot verschil in het thema (4) milieu. Het verschil in het thema (6) wonen is ten opzichte van 2020 afgenomen. Met betrekking tot de interne organisatie is duidelijk zichtbaar dat alleen de echt grote gemeenten (vanaf 350.000 inwoners) hierover meer informatie verschaffen. Ook hier is het verschil ten opzichte van 2020 afgenomen.
Bij de aansturing van gemeenten zijn politieke partijen een factor van betekenis. In kaart is gebracht welke partij na de laatste gemeenteraadsverkiezingen de grootste was. De grootste partij is in de praktijk niet altijd betrokken bij de samenstelling van het college. Omwille van hun vertegenwoordiging in de raad wordt deze variabele ingezet als proxy voor de invloed van politieke partijen. De nummering van de kolommen komt overeen met de nummering van de thema’s in tabel 1: (1) afvalmanagement, (2) duurzaamheidsdoelstellingen, (3) interne organisatie, (4) milieu, (5) mobiliteit, en (6) wonen.
Tabellen 5 en 6 laten zien hoe de gemiddelde verslaggevingsscores per duurzaamheidsthema verschillen, afhankelijk van de grootste politieke partij in de gemeenteraad. Daarbij is zichtbaar dat de stijging in de transparantiescores op het gebied van duurzaamheid zich voordoet ongeacht de politieke kleur van de raad. Alleen de score bij de ChristenUnie als grootste partij is min of meer ongewijzigd ten opzichte van 2020. De uiteindelijke scores wijzen er wel op dat gemeenten met een linkse grootste partij doorgaans uitgebreider en transparanter rapporteren over duurzaamheid dan gemeenten met een rechtse, lokale of religieuze grootste partij.
In Tabel
Gemeenten waar D66 de grootste partij is, scoren met gemiddeld 29,3 ruim boven het gemiddelde. Met name de thema’s (4) milieu (8,8) en (6) wonen (7,3) scoren hoog, waarmee deze gemeenten transparanter zijn over hun duurzaamheidsdoelen voor deze thema’s. Ook het thema (2) duurzaamheidsdoelstellingen (4,3) krijgt bovengemiddeld veel aandacht, met meer expliciete verwijzingen naar nationale en internationale doelen en stakeholderbetrokkenheid.
Gemeenten met een grote lokale partij laten een gemiddelde totaalscore van 27,4 zien, waarmee ten opzichte van 2020 een ferme stap is gezet. Zij besteden vergelijkbare aandacht aan (2) duurzaamheidsdoelstellingen (4,1) als linkse partijen, maar scoren lager op (4) milieu (7,6). Het thema (6) wonen komt met 6,3 relatief sterk naar voren, wat kan duiden op een praktische focus op woningbouw en lokale voorzieningen. De bredere rapportage over meetbare milieu- en klimaatprestaties blijft daarentegen achter. Bij gemeenten waar de VVD of religieuze partijen de grootste partij vormen, liggen de totaalscores – en dan vaak ook de themascores – lager dan bij gemeenten waar de linkse partijen het grootste zijn. Deze scores zijn ook (zij het in mindere mate) lager dan bij gemeenten waar lokale partijen de grootste zijn. De procentuele stijging in de score is bij gemeenten met CDA en SGP als grootste partij het grootst. Daar is qua transparantie duidelijk een been bijgetrokken.
De resultaten bevestigen dat de politieke kleur van de grootste partij in de gemeenteraad samenhangt met de mate van transparantie in duurzaamheidsverslaggeving (Tabel
De hoogste score die in de benchmark kan worden gerealiseerd bedraagt 63. In Tabel
De gemiddelde score van alle onderwerpen (0 tot 3 punten) bedraagt 1,28, waarbij de uitkomsten per onderwerp sterk variëren. De gemiddelde standaarddeviatie is 0,62. Ook de totaalscores binnen de bandbreedte tot 42 kennen een grote onderlinge variatie, met dien verstande dat de hogere scores over het algemeen worden beïnvloed door de hogere scores op de thema’s milieu en wonen.
Onderzocht is of gemeenten in hun jaarverslag melding maken van het hanteren van een duurzaamheidsprogramma inclusief een toelichting daarbij. Tabel
| 2023 | 2020 | |||
|---|---|---|---|---|
| Ja | Nee | Ja | Nee | |
| Duurzaamheidsprogramma | 87 | 8 | 58 | 30 |
| Percentage | 92% | 8% | 66% | 34% |
Deze stijging duidt mogelijk op een toenemend bewustzijn bij gemeenten van het belang van duurzaamheid en de noodzaak om beleid en initiatieven op dit gebied zichtbaar te maken in de jaarverslagen. Toch blijkt uit de inhoudelijke analyse dat veel van deze duurzaamheidsprogramma’s nog vooral bestaan uit beleidsvoornemens en ambities. Concrete, meetbare resultaten of evaluaties van de effectiviteit van deze programma’s worden slechts beperkt opgenomen.
Tabel
| Ja | Nee | |
|---|---|---|
| SDG-gemeente | 60 | 35 |
| Percentage | 63% | 37% |
| Gemiddelde score | 27,9 | 26,1 |
| Ja | Nee | |
|---|---|---|
| Aangesloten gemeente | 5 | 90 |
| Percentage | 5% | 95% |
| Gemiddelde score | 30,0 | 27,8 |
De gemiddelde verslaggevingsscore van aangesloten gemeenten (27,9) ligt hoger dan die van niet-aangesloten gemeenten (26,1). Dit suggereert dat deelname aan het SDG-netwerk gemeenten stimuleert om transparanter te rapporteren en hun beleid sterker te verbinden aan internationale duurzaamheidsdoelen. Toch blijft het verschil relatief beperkt, wat er mogelijk op wijst dat aansluiting niet per se leidt tot substantiële verbeteringen in de verslaggevingspraktijk.
Tot slot laat de tabel over de Coalition of the Willing zien dat 5 van de 95 gemeenten in 2023 waren aangesloten bij dit samenwerkingsverband.
Opvallend is dat deze kleine groep een hogere gemiddelde verslaggevingsscore behaalt (30,0) dan niet-aangesloten gemeenten (27,8). Dit verschil zou erop kunnen duiden dat gemeenten die zich expliciet committeren aan coalities rond duurzaamheid over het algemeen voorlopers zijn in transparantie en beleidsimplementatie. Van de vijf aangesloten gemeenten zijn er drie in de grootteklasse 100.000–200.000 inwoners, één in de kleinste klasse (50.000 – <60.000) en één in de grootste klasse (350.000 – <1.000.000). Door de beperkte participatie is het echter niet gerechtvaardigd om hier conclusies aan te verbinden.
In de verslaggeving 2023 van de 95 grootste gemeenten in Nederland zijn de volgende ontwikkelingen zichtbaar (jaarverslag 2023 ten opzichte van jaarverslag 2020). De sterkste stijging in transparantie is zichtbaar in het thema wonen (van 4,1 punten in 2020 naar 6,3 in 2023). Gemeenten doen vaker verslag van energieverbruik, klimaatneutraal bouwen en de verdeling van beschikbare bouwkavels. Ook milieu vertoont een duidelijke toename in transparantie, van gemiddeld 6,8 in 2020 naar 7,8 in 2023. Deze stijging wordt vooral veroorzaakt door meer aandacht voor CO2-reductie, duurzame energie en stikstofproblematiek.
Op het gebied van duurzaamheidsdoelstellingen stijgt de score van 1,8 in 2020 naar 3,8 in 2023. Gemeenten benoemen vaker hun aansluiting bij nationale doelstellingen en het betrekken van stakeholders bij beleidsvorming. Toch blijft de rapportage over internationale afspraken en SDG’s beperkt. Dat is bijzonder, omdat 63% van de gemeenten zich heeft aangesloten bij het Gemeenten4GlobalGoals netwerk. Dit is onzes inziens een gemiste kans om het gerapporteerde beleid sterker te verbinden met wereldwijde ambities.
De thema’s interne organisatie en mobiliteit laten ook (lichte) verbeteringen in transparantie zien, respectievelijk een toename van 2,0 naar 3,9 en van 1,8 naar 2,0. Vooral binnen de interne organisatie groeit de aandacht voor duurzame inkoop en personeelsontwikkeling, maar de rapportage over het eigen afvalmanagement en energieverbruik blijft summier. Mobiliteit behaalt met 2,0 van de maximaal 3 punten relatief gezien de hoogste score van alle thema’s, wat erop wijst dat gemeenten binnen dit domein belang hechten aan transparantie.
Tot slot blijft de verslaggeving over afvalmanagement vrijwel stabiel, met een lichte daling van 3,0 (3,02) in 2020 naar 3,0 (2,95) in 2023. Gemeenten delen daarbij wel vaker cijfers over huishoudelijk afval, maar de rapportage over zwerfafval blijft marginaal.
Samenvattend tonen de resultaten dat gemeenten vooruitgang boeken in transparantie, maar de nadruk ligt nog sterk op beleidsplannen en intenties. Concrete, vergelijkbare en kwantitatieve informatie over behaalde resultaten blijft schaars. Om de verslaggeving verder te professionaliseren is het van belang dat gemeenten, mede in het licht van de actuele aandacht voor duurzaamheidsverslaggeving (CSRD/ESRS en Coalition of the Willing) meer inzetten op systematische monitoring, het formuleren van meetbare doelstellingen en het opnemen van effectanalyses in hun jaarverslagen. Het blijft daarbij ook van belang dat de gemeenten concrete aandacht besteden aan hun beleid en prestaties op het gebied van hun eigen voetafdruk, omdat dit expliciet laat zien hoe de gemeente omgaat met haar eigen afvalmanagement, duurzame inkoop, energiegebruik en personeel: leading by example.
Het onderzoek is uitgevoerd in 2025 op de gepubliceerde jaarverslagen 2023. Mede door de actuele ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheidsverslaggeving, het ontstaan van het Gemeenten4GlobalGoals-netwerk en de Handreiking Duurzaamheidsverslaggeving van de Coalition of the Willing is het wederom aan te bevelen om een vergelijkbaar onderzoek te herhalen, om te kunnen vaststellen of deze ontwikkelingen van invloed zijn op de inhoud van de verslaggeving over duurzaamheid door gemeenten. Het verdient aanbeveling om alsdan de benchmark aan te passen naar de modellen voor verslaggeving die inmiddels voor gemeenten zijn ontwikkeld, zoals het model van de Coalition of the Willing. Tevens kan in vervolgonderzoek worden ingegaan op de motieven van gemeentebesturen om wel/niet in duurzaamheidsinitiatieven te participeren en om wel/niet transparant te zijn over hun duurzaamheidsbeleid en -prestaties.
Ten slotte: dit onderzoek is gericht op de inhoud van verslaggeving. Het feit dat gemeenten in hun jaarverslag mogelijk beperkt aandacht besteden aan duurzaamheid, wil niet zeggen dat zij er in de dagelijkse praktijk niets mee doen. Organisaties zoals VNG, Coalition of the Willing, Gemeente.nu en Binnenlands Bestuur reiken concrete handvatten aan. Door beperkt over duurzaamheid te rapporteren, maken gemeenten niet zichtbaar of zij zich bewust zijn van de relevantie van duurzaamheidsvraagstukken, terwijl dat misschien wel zo is. Transparantie kan ertoe bijdragen dat gemeenten concreter worden in het stellen van ambitieuze doelstellingen, het creëren van interne bewustwording, het analyseren van de realisatie, het bijstellen van doelstellingen, de ontwikkeling van integrated thinking en het informeren van de belanghebbenden binnen hun gemeentegrenzen. Hierbij is transparantie een instrument om op te schalen en de realisatie van doelen te versnellen.
W.J.S. Huiberts – Wouter volgt de masteropleiding Accountancy & Controlling bij de Rijksuniversiteit Groningen en is als student assessor verbonden aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde.
Prof. dr. D.A. de Waard RA MA – Dick is als emeritus hoogleraar Auditing verbonden aan de vakgroep Accounting en Controlling van de Rijksuniversiteit Groningen.