Research Article |
|
Corresponding author: Bart Dierynck ( b.dierynck@tilburguniversity.edu ) Academic editor: Barbara Majoor
© 2026 Bart Dierynck, Claudia Marangoni, Christian Peters, Lobke Weijers.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Dierynck B, Marangoni C, Peters C, Weijers L (2026) Werken bij een Big 4- of non-Big 4-kantoor: werk-privébalans, professionele ontwikkeling en persoonlijkheidskenmerken. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 100(4): 159-166. https://doi.org/10.5117/mab.100.185356
|
Voor studenten en jonge accountants is de keuze tussen een Big 4- en een non-Big 4-kantoor belangrijk voor hun verdere loopbaan. Inzicht in de verschillen tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren kan deze kantoren helpen bij het aantrekken, ontwikkelen en behouden van talent. Op basis van een vragenlijst onder 161 werkzame jonge accountants in de controlepraktijk bij Nederlandse Big 4- en non-Big 4-kantoren is onderzocht of jonge accountants verschillen ervaren in hun werk-privébalans en ontwikkelingsmogelijkheden. Ook is onderzocht of bij een Big 4- of non-Big 4-kantoor werkzame jonge accountants verschillende persoonlijkheidskenmerken hebben. De onderzoeksresultaten wijzen op een duidelijke afweging tussen werkdruk enerzijds en ontwikkelinfrastructuur anderzijds. Kantoren kunnen deze afweging gebruiken om zich te positioneren ten aanzien van potentiële medewerkers.
Accountantscontrole, Big 4, werkplekleren, werk-privébalans, persoonlijkheid
De vergelijking tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren laat zien dat het onderscheid tussen beide niet zozeer in formele regelingen ligt, maar in de werkdruk en planning enerzijds en ontwikkelingsstructuren anderzijds. Dit heeft implicaties voor het aantrekken van personeel. Waar Big 4-kantoren kunnen focussen op ontwikkelingsmogelijkheden, kunnen non-Big 4-kantoren juist concurreren door een lagere werkdruk.
De keuze tussen een Big 4- en een non-Big 4-accountantskantoor is voor studenten en jonge accountants een van de eerste belangrijke loopbaankeuzes. Voor zowel het Big 4-kantoor als het non-Big 4-kantoor is het dan ook belangrijk om op een bij de kantoorgrootte passende wijze talent aan te trekken en zich te positioneren als aantrekkelijke werkgever. Op basis van een vragenlijst onder 161 jonge accountants onderzoeken we in deze studie hoe accountants bij Big 4- en non-Big 4-kantoren twee samenhangende facetten van hun werksituatie ervaren: de werk-privébalans en ontwikkelingsmogelijkheden. We testen of deze twee aspecten een ‘afweging’ vormen in wat een kantoor biedt: meer uren en strakkere deadlines, gecombineerd met een meer formele ontwikkelinfrastructuur bij de Big 4-kantoren ten opzichte van non-Big 4-kantoren die een betere werk-privébalans bieden maar een minder formele ontwikkelinfrastructuur. Daarnaast bieden we een aanvullend perspectief op persoonlijkheidskenmerken en wordt inzicht gegeven in welk type persoon door welk kantoortype wordt aangetrokken of behouden. Het onderzoek doet geen causale claims over kantooromvang, maar vergelijkt percepties en kenmerken tussen Big 4- en non-Big-4 kantoren. De inzichten uit onze analyses vertalen we vervolgens naar concrete aanbevelingen voor Nederlandse accountantskantoren.
De kernbevindingen wijzen op een herkenbare afweging: meer uren en strakkere deadlines, gecombineerd met een meer formele ontwikkelinfrastructuur bij de Big 4- ten opzichte van de non-Big 4-kantoren. Specifiek zijn de bevindingen eenduidig. De bij Big 4-kantoren werkzame jonge accountants rapporteren een intensiever werkritme: meer uren, frequenter werken onder strikte deadlines en een lagere ervaren acceptatie en haalbaarheid van parttime werken, vooral in piekperiodes. Tegelijkertijd zijn verschillen in alternatieve werkregelingen beperkt. Meer specifiek, mogelijkheden voor thuiswerken, flexibiliteit in werktijden en ruimte om studietijd te beschermen verschillen weinig tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren. Aan de ontwikkelingskant zien we ook verschillen. Big 4-kantoren bieden vaker mogelijkheden tot specialisatie (zowel naar onderwerp als klanttype), hanteren een formelere beoordelingscyclus en worden sterker gewaardeerd op werkplekbegeleiding in vergelijking met non-Big 4-kantoren. Het feitelijke trainingsvolume in uren, inclusief de postmasteropleiding, verschilt daarentegen niet systematisch tussen beide groepen.
In onze analyses naar persoonlijkheidskenmerken gebruiken we de ‘Big Five’ persoonlijkheidskenmerken:
We vinden dat jonge accountants die werkzaam zijn bij de Big 4-kantoren hoger scoren op extraversie en openheid voor nieuwe ervaringen. Op de andere persoonlijkheidskenmerken vinden we geen significante verschillen.
Deze resultaten bieden voor de praktijk aanknopingspunten om zich te positioneren ten aanzien van jonge accountants. Accountantskantoren over het volledige spectrum gebruiken vaak generieke slogans om zich te positioneren. Dergelijke slogans verwijzen bijvoorbeeld vaak naar ‘het prachtige beroep van de accountant’, maar ze geven potentiële medewerkers daarmee geen inzicht in de unieke kenmerken die het kantoor te bieden heeft. Dit verkleint de kans op een goede match tussen kandidaat en kantoor, wat belangrijk is om de uitstroom van jonge accountants te beperken. Onze resultaten tonen echter aan dat er duidelijke verschillen zijn tussen de Big 4- en non-Big 4-kantoren in de afweging tussen werkdruk en ontwikkelingsinfrastructuur. Kantoren binnen het volledige spectrum kunnen de kans op een goede match met een kandidaat verhogen door de genoemde afweging explicieter te maken in de communicatie met jonge accountants, maar ook door hun sterke punt binnen deze afweging te benadrukken, waarmee ze zich van de andere kantoren kunnen onderscheiden.
Uit eerder onderzoek blijkt dat Big 4- en non-Big 4-kantoren in meerdere opzichten van elkaar verschillen. Zo suggereren meerdere studies dat de Big 4-kantoren een hogere controlekwaliteit leveren (e.g.
Anekdotisch bewijs suggereert dat de werkdruk bij Big 4-kantoren hoger ligt dan bij non-Big 4-kantoren. Dit blijkt voor accountants ook een reden te zijn om de overstap te maken van een Big 4-kantoor naar een non-Big 4-kantoor of om het beroep te verlaten (
Onderzoeksvraag 1: Ervaren bij een Big 4-kantoor werkzame accountants een andere werk-privébalans dan accountants die werkzaam zijn bij een non-Big 4-kantoor, in Nederland?
Ontwikkelingsmogelijkheden worden in het accountantsberoep als erg belangrijk beschouwd (
Onderzoeksvraag 2: Is er een verschil in ontwikkelingsmogelijkheden bij Big 4- en non-Big 4-kantoren in Nederland?
Naast de werkpercepties die in de voorgaande secties centraal stonden, onderzoeken we ook of de persoonlijkheidskenmerken van accountants bij Big 4- en non-Big 4-kantoren van elkaar verschillen. Omdat persoonlijkheid een relatief stabiel kenmerk is, in tegenstelling tot de werkpercepties die door de werkomgeving worden gevormd, kan dit inzicht bieden in selectie- en plaatsingsprocessen. Door de verschillen in organisaties en institutionele omgevingen trekken Big 4- en non-Big 4-kantoren mogelijk een ander type persoon aan. Bovendien kan het zo zijn dat er specifieke kenmerken nodig zijn om succesvol te zijn binnen een Big 4-kantoor dan wel een non-Big 4-kantoor. Dit leidt er mogelijk toe dat mensen zonder de specifieke kenmerken om succesvol te zijn het kantoor verlaten. Door de invloed van deze twee factoren (i.e., het aantrekken van personen met specifieke kenmerken en het vertrek van personen zonder specifieke kenmerken om succesvol te zijn binnen het type kantoor) hebben accountants bij een Big 4-kantoor mogelijk andere persoonlijkheidskenmerken dan accountants bij een non-Big 4-kantoor. Persoonlijkheidskenmerken zijn (extra) van belang in het accountantsberoep, omdat ze onder andere de professioneel-kritische instelling kunnen beïnvloeden (
Onderzoeksvraag 3: Hebben werkzame accountants bij Big 4-kantoren andere persoonlijkheidskenmerken dan accountants die werkzaam zijn bij non-Big 4-kantoren, in Nederland?
Om onze onderzoeksvragen te beantwoorden, maken we gebruik van gegevens uit een eerdere vragenlijst (
In de vragenlijst evalueren de deelnemers eerst verschillende stellingen over hun werk als jonge accountant op een 5-punts-Likertschaal, variërend van 1 (‘helemaal oneens’) tot en met 5 (‘helemaal eens’).
| Stelling | Gemiddelde Big 4 | Gemiddelde Non-Big 4 | Coëfficiënt Big 4 |
|---|---|---|---|
| 1. Het auditberoep vereist regelmatig meer dan 8 uur per dag werken of werken in het weekend. | 3,81 | 3,41 | 0,56*** |
| (0,99) | (1,16) | (0,19) | |
| 2. Ik maak gemiddeld minder dan 5 overuren per week tijdens busy season. | 2,56 | 3,23 | -0,87*** |
| (1,33) | (1,24) | (0,25) | |
| 3. Ik moet regelmatig werken met strikte deadlines. | 3,93 | 3,52 | 0,44*** |
| (0,82) | (0,97) | (0,16) | |
| 4. Ik heb regelmatig een reistijd van minder dan 30 minuten. | 2,73 | 2,77 | -0,21 |
| (1,34) | (1,36) | (0,27) | |
| 5. Ik kan minstens twee dagen per week thuiswerken. | 3,15 | 2,77 | 0,31 |
| (1,23) | (1,32) | (0,24) | |
| 6. Als junior auditor wordt het geaccepteerd en is het mogelijk om parttime te werken. | 2,68 | 3,13 | -0,39** |
| (1,04) | (1,00) | (0,20) | |
| 7. Ik krijg genoeg mogelijkheden van mijn accountantskantoor om me op mijn studie te concentreren, zodat ik dit niet regelmatig in de avonduren of het weekend hoef te doen. | 2,75 | 2,85 | -0,04 |
| (1,15) | (1,13) | (0,22) | |
| 8. Ik heb de mogelijkheid om mijn werkweek in te richten zoals het mij uitkomt, bijvoorbeeld door in de vroege ochtend of avond te werken in plaats van tijdens kantooruren. | 3,05 | 3,27 | -0,21 |
| (1,11) | (1,11) | (0,22) |
| Stelling | Gemiddelde Big 4 | Gemiddelde Non-Big 4 | Coëfficiënt Big 4 |
|---|---|---|---|
| 1. Ik heb de mogelijkheid om mij te specialiseren in een bepaald onderwerp (bijv. ESG, data-analyse). | 4,03 | 3,33 | 0,80*** |
| (0,71) | (0,91) | (0,15) | |
| 2. Ik heb de mogelijkheid om mij te specialiseren in een bepaald type klant (bijv. commerciële bedrijven, gezondheidszorg). | 4,00 | 3,40 | 0,55*** |
| (0,72) | (1,11) | (0,16) | |
| 3. Ik ontvang dagelijks feedback op mijn werk. | 2,84 | 2,75 | -0,04 |
| (1,08) | (0,91) | (0,19) | |
| 4. Ik ontvang wekelijks feedback op mijn werk. | 3,19 | 3,23 | -0,13 |
| (1,01) | (0,99) | (0,20) | |
| 5. Mijn prestaties worden minimaal elk kwartaal formeel beoordeeld. | 3,70 | 2,60 | 1,00*** |
| (1,08) | (1,12) | (0,22) | |
| 6. De leercurve van een junior auditor is langzaam en het duurt meerdere jaren voordat een junior auditor meer verantwoordelijkheid krijgt. | 2,06 | 2,21 | -0,11 |
| (1,00) | (1,01) | (0,19) | |
| 7. Als junior auditor heb ik meerdere mogelijkheden om mij verder te ontwikkelen als professional. | 4,16 | 4,13 | 0,07 |
| (0,62) | (0,57) | (0,11) | |
| 8. Ik ontvang adequate trainingssessies die bijdragen aan mijn functioneren. | 3,94 | 3,73 | 0,24 |
| (0,82) | (0,68) | (0,11) | |
| 9. Ik ontvang adequate on-the-job training en begeleiding om mijn werk goed uit te voeren. | 4,25 | 3,88 | 0,24** |
| (0,56) | (0,76) | (0,12) |
Om onderzoeksvragen 1 en 2 te beantwoorden, vergelijken we ten eerste de antwoorden op de verschillende stellingen tussen deelnemers van Big 4- en non-Big 4-kantoren en ten tweede de numerieke schattingen tussen deelnemers van Big 4- en non-Big 4-kantoren. Mogelijk verschillen de ervaringen van deelnemers niet louter door het type kantoor, maar ook door andere factoren. Daarom controleren wij in een regressieanalyse het effect van leeftijd (kan samenhangen met autonomie en verantwoordelijkheden), geslacht (kan samenhangen met voorkeuren en ervaringen rond werk-privébalans), ervaring (kan percepties beïnvloeden) en de Big Five-persoonlijkheidskenmerken (kunnen samenhangen met zowel werkpercepties als kantoorselectie). De Big Five-persoonlijkheidskenmerken zijn extraversie, aangenaamheid, consciëntieusheid, emotionele stabiliteit, en openheid voor ervaringen. De coëfficiënt van de variabele Big 4 geeft aan of er een verschil is in perceptie van de betreffende stelling tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren. Om het verschil in persoonlijkheidskenmerken te berekenen, gebruiken we Student’s t-toetsen.
Tabel
We vinden geen verschil in het aantal accountants dat een kortere reistijd heeft dan 30 minuten (stelling 4, β = -0.21, p = 0.43), de mogelijkheid tot thuiswerken (stelling 5, β = 0.31, p = 0.19), de mogelijkheden om zich op de studie te concentreren (stelling 7, β = -0.04, p = 0.85)), en de mogelijkheid om de werktijden naar eigen inzicht in te richten (stelling 8, β = -0.21, p = 0.33). Dit suggereert dat er geen verschillen zijn in alternatieve werkregelingen tussen Big 4- en non-Big 4-accountantskantoren in Nederland. De effectgroottes van de significante verschillen variëren van klein tot middelgroot (partial η2 = 0,026 tot 0,072), wat wijst op praktisch betekenisvolle maar niet overweldigende verschillen.
In Tabel
Regressie resultaten verschil in numerieke schattingen Big 4 vs. non-Big 4.
| Stelling | Gemiddelde Big 4 | Gemiddelde Non-Big 4 | Coëfficiënt Big 4 |
|---|---|---|---|
| 1. Het aantal overuren per week tijdens het busy season | 8,04 | 5,08 | 3,78*** |
| (3,74) | (2,45) | (0,65) | |
| 2. Het aantal overuren per week buiten het busy season | 1,89 | 1,13 | 1,16*** |
| (1,72) | (1,50) | (0,32) | |
| 3. Het aantal uren onderweg per dag | 4,72 | 2,37 | 3,58*** |
| (5,94) | (3,58) | (1,04) | |
| 4. Het percentage van de tijd dat je vanuit huis kunt werken per week | 24,57 | 23,13 | 1,86 |
| (13,80) | (15,37) | (2,69) | |
| 5. Het aantal uren per week voor het voorbereiden en volgen van trainingen, inclusief trainingen die nodig zijn om het RA-certificaat te behalen. | 7,23 | 5,76 | 0,57 |
| (4,61) | (4,67) | (0,90) |
In Tabel
Om te onderzoeken of de persoonlijkheidskenmerken van accountants die werkzaam zijn bij Big 4-kantoren verschillen van de persoonlijkheidskenmerken van accountants die werken bij non-Big 4-kantoren zijn onafhankelijke t-toetsen uitgevoerd op de vijf dimensies van het Big Five-model (extraversie, aangenaamheid, consciëntieusheid, stabiliteit en openheid). De analyses laten zien dat er significante verschillen bestaan op twee dimensies: extraversie en openheid voor ervaringen. Big 4-accountants scoren gemiddeld hoger op extraversie (M = 9,50) dan non-Big 4-accountants (M = 7,44; t = –4,37; p < 0,01; Cohen’s d = 0.75, groot effect). Ook voor openheid vinden we een significant verschil: Big 4-accountants scoren hoger (M = 9,46) dan non-Big 4-accountants (M = 8,29; t = –2,87; p < 0,01; Cohen’s d = 0,49, middelgroot effect). Voor de overige drie dimensies – aangenaamheid, consciëntieusheid en emotionele stabiliteit – worden geen significante verschillen gevonden (alle p > 0,10). In Figuur
Persoonlijkheidskenmerken per groep. Noot: deze figuur laat een vergelijking zien van persoonlijkheidskenmerken tussen non-Big 4-accountants, Big 4-accountants en master accountancystudenten op de 5 persoonlijkheidskenmerken stabiliteit, openheid, aangenaamheid, extraversie en zorgvuldigheid. De persoonlijkheidskenmerken zijn gemeten door middel van een 10-itemschaal voor de Big Five-dimensies van
Deze resultaten laten zien dat Big 4-kantoren relatief meer extraverte en meer open persoonlijkheden aantrekken of behouden, maar ze laten niet zien waardoor deze verschillen ontstaan (selectie, socialisatie of uitstroom). Dit past bij het beeld dat Big 4-omgevingen een communicatieve en dynamische werkstijl vereisen, waarbij de mogelijkheden aan uiteenlopende opdrachten en teams aantrekkingskracht uitoefenen op extraverte en nieuwsgierige professionals.
Onze studie toont aan dat de keuze tussen een Big 4- en een non-Big 4-kantoor in de Nederlandse praktijk gepaard gaat met een herkenbare afweging. Jonge accountants bij Big 4-kantoren rapporteren een intensiever werkritme met meer uren en strakkere deadlines en ervaren parttime werken minder als haalbaar dan jonge accountants bij non-Big 4-kantoren. Daarentegen zijn de verschillen in thuiswerken, flexibele werktijden en het beschermen van studietijd beperkt. Daar staat tegenover dat Big 4-kantoren vaker duidelijke specialisatiepaden en een formelere beoordelingscyclus aanbieden en dat on-the-job begeleiding hoger wordt gewaardeerd; het feitelijke trainingsvolume (inclusief Post-Master) verschilt echter niet systematisch tussen beide typen kantoren. Daarnaast vinden we persoonlijkheidsverschillen: Big 4-accountants scoren hoger op extraversie en openheid voor ervaring, terwijl de scores op aangenaamheid, consciëntieusheid en emotionele stabiliteit niet significant verschillen van de scores van non-Big 4-accountants op deze persoonlijkheidskenmerken.
De bevindingen leveren duidelijke handvatten op voor beleid in de accountancysector. Het verschil tussen Big 4- en non-Big 4-kantoren zit minder in formele regelingen zoals thuiswerken of studietijd, maar juist meer in hoe werkdruk en planning zijn ingericht en hoe ontwikkelingsmogelijkheden zijn gestructureerd. Big 4-kantoren kunnen investeren in het beheersbaar houden van werkdruk, bijvoorbeeld door realistischere planningen te hanteren in het busy season en door parttime werken en studietijd niet alleen formeel haalbaarder te maken, maar ook in de praktijk. Tegelijkertijd kunnen zij hun sterke ontwikkeltrajecten blijven benadrukken. Non-Big 4-kantoren kunnen zich onderscheiden door hun lagere werkdruk en mogelijkheid tot maatwerk in werk en leren beter zichtbaar te maken, en daarnaast te investeren in het explicieter structureren van coaching, specialisatiepaden en beoordelingsmomenten. De verwachting is dat interventies in werkdrukbeheersing (planning, bemanning) het snelst zichtbaar zullen zijn voor medewerkers, terwijl veranderingen in de ontwikkelingsinfrastructuur meer investeringen en tijd vergen. In beide gevallen geldt dat eerlijke en specifieke communicatie over de afweging effectiever is dan generieke slogans. Recent onderzoek bevestigt dat werkdruk en de aantrekkelijkheid van het beroep nauw samenhangen (
Uiteindelijk onderstrepen onze bevindingen dat de eerste werkplek van jonge accountants niet alleen moet worden gezien als een startpunt van de loopbaan, maar ook als een omgeving die bepalend kan zijn voor hun welzijn, professionele zelfvertrouwen en verdere ontwikkeling binnen het beroep. Of een jonge accountant nu start bij een Big 4- of een non-Big 4-kantoor, de ‘temperatuur van het badwater’ moet prettig zijn. Dat wil zeggen, een veilige en passende werkomgeving waarin iemand zich thuis voelt, ruimte krijgt om te leren en tijdig kan aangeven wat wel en niet werkt. Juist in de eerste fase van de loopbaan kunnen regelmatige evaluatiemomenten hierbij helpen. Door vroeg en expliciet te bespreken of de kandidaat op de juiste plek zit, welke begeleiding of ontwikkelingsmogelijkheden worden gemist en waar aanpassingen nodig zijn, kunnen kantoren de kans op een duurzame aansluiting vergroten. Daarmee dragen zij niet alleen bij aan de ontwikkeling van individuele jonge accountants, maar ook aan het behoud van talent binnen het accountantsberoep als geheel.
Beperkingen
Onze studie kent enkele beperkingen. Ten eerste betreft het een cross-sectionele vragenlijst, waardoor geen causale uitspraken mogelijk zijn. Ten tweede zijn de uitkomsten gebaseerd op zelfrapportage en percepties, die kunnen afwijken van objectieve maatstaven. Ten derde is de steekproef met circa 70 procent Big 4-respondenten mogelijk niet representatief voor de volledige populatie jonge accountants in Nederland, zoals gedefinieerd in
Prof. dr. B.C.G. Dierynck – Bart is Professor in Accounting aan de Universiteit van Tilburg.
Dr. C. Marangoni – Claudia is Assistant Professor in Accounting aan de Universiteit van Tilburg.
Dr. C.P.H. Peters – Christian is Assistant Professor in Accounting en Informatiesystemen aan de University of Wisconsin–Madison.
L.T. Weijers MSc – Lobke is PhD student in Accounting aan de Universiteit van Tilburg.
De auteurs bedanken de Foundation for Auditing Research (FAR) voor hun subsidie 2023B04. De in dit artikel geuite opvattingen zijn die van de auteurs en weerspiegelen niet noodzakelijkerwijs de standpunten van de FAR.
De vragenlijst is goedgekeurd door de Institutional Review Board (IRB).
Aangezien de vragenlijst geruime tijd na het einde van de coronacrisis is afgenomen, verwachten we niet dat de crisis een direct effect heeft op de stellingen rondom thuiswerken en reistijd.
We erkennen dat de groep die recent (< 5 jaar) het post-masterprogramma heeft afgerond al verder zou kunnen zijn in hun carrière. Daarom vragen we in de stellingen specifiek naar hun ervaring als jonge accountant.
Uit onderzoek van
In de vragenlijst zoals gebruikt in