Column |
|
Corresponding author: Anna Gold ( anna.gold@vu.nl ) Academic editor: Annemarie Oord
© 2026 Anna Gold.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Gold A (2026) Professioneel oordeel en auditkwaliteit in het AI-tijdperk. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 100(3): 97-99. https://doi.org/10.5117/mab.100.196617
|
De opkomst van artificial intelligence (AI) en geavanceerde data-analyse heeft het potentieel om de audit ingrijpend te veranderen. In zowel praktijk als beleid wordt die impact vaak beschreven in termen van efficiëntie- en kwaliteitswinsten: grotere datasets, verfijnde patroonherkenning en meer consistente besluitvorming. In een beroep waarin onzekerheid, interpretatie en professioneel oordeel centraal staan, is de impact van AI echter dieper en complexer.
De centrale stelling in deze column is dat AI de audit niet primair verandert doordat de technologie beter rekent, maar doordat wordt herontworpen hoe een professioneel oordeel tot stand komt: hoe accountants vertrouwen vormen, hoe zij informatie delen, en hoe verantwoordelijkheid wordt georganiseerd. De kernvraag is daarmee niet slechts wat AI kan, maar wat de inzet van AI doet met individueel, collectief institutioneel oordeel – en welke implicaties dat heeft voor auditkwaliteit.
Veel toepassingen van data-analyse in de audit zijn erop gericht onzekerheid te reduceren. Een bekend voorbeeld is ‘full population testing’, waarbij auditors volledige datasets analyseren in plaats van steekproeven. Intuïtief lijkt dit te leiden tot betere oordelen: meer data zou immers gelijkstaan aan beter inzicht. Empirisch onderzoek schetst echter een genuanceerder beeld.
Een verwant mechanisme treedt op bij het gebruik van audit data analytics (ADA) die door anderen zijn ontwikkeld.
Opmerkelijk genoeg kan ook het tegenovergestelde optreden: accountants kunnen juist te weinig vertrouwen op AI.
Gezamenlijk laten deze bevindingen zien dat AI geen eenduidig effect heeft op professioneel oordeel. Hetzelfde systeem kan leiden tot zowel overmatig als ondermaats vertrouwen. Het centrale probleem is daarmee niet technologische betrouwbaarheid, maar menselijke kalibratie: het vermogen om te bepalen wanneer algoritmische output richtinggevend is en wanneer deze kritisch moet worden bevraagd.
Professioneel oordeel in de audit is geen louter individueel cognitief proces. Het ontstaat in interactie: binnen controleteams, in reviewcycli en in communicatie met cliënten. AI beïnvloedt ook deze sociale dimensie van het controleproces.
Een hardnekkig probleem in de auditpraktijk is dat accountants – vooral op juniorniveau – relevante observaties niet altijd delen met hun team of leidinggevende. Dit hangt samen met onzekerheid over de interpretatie en relevantie van bevindingen.
In hun experiment krijgen auditors toegang tot een AI-systeem dat helpt om implicaties van observaties te verkennen. De AI geeft geen normatief oordeel, maar biedt context door mogelijke interpretaties en vervolgstappen te schetsen. Accountants met AI-ondersteuning blijken beter te kunnen bepalen wanneer observaties gedeeld moeten worden, en wanneer niet. AI fungeert hier niet als vervanger van professioneel oordeel, maar als cognitieve ondersteuning die het redeneringsproces verdiept.
De invloed van AI reikt verder dan de auditorganisatie en manifesteert zich in de interactie tussen auditor en cliënt.
Deze bevindingen onderstrepen dat professioneel oordeel een relationeel en contextafhankelijk fenomeen is. AI beïnvloedt niet alleen individuele beslissingen, maar ook de interacties waarin oordelen worden gedeeld, uitgedaagd en gelegitimeerd.
De meest verstrekkende implicaties van AI liggen op het niveau van de professie als geheel. AI is geen neutraal hulpmiddel dat eenvoudig aan bestaande praktijken kan worden toegevoegd, maar een technologie die bijdraagt aan een herontwerp van het beroep.
Een eerste implicatie betreft leren. Traditioneel ontwikkelen accountants hun expertise door middel van learning on the job (
Deze verschuiving raakt ook de wijze waarop prestaties worden beoordeeld. Veel beoordelingssystemen zijn nog steeds sterk gericht op technische uitvoering en productiviteit, met name op juniorniveaus. Daardoor ontstaat een paradox: professionals worden afgerekend op taken die AI steeds beter kan uitvoeren, terwijl vaardigheden zoals kritisch denken en het challengen van algoritmische output onvoldoende worden ontwikkeld en beloond.
Tot slot roept AI fundamentele vragen op over accountability.
AI biedt aanzienlijke mogelijkheden om audits efficiënter en consistenter te maken. Tegelijkertijd verandert de inzet van AI fundamenteel hoe professioneel oordeel tot stand komt. De centrale uitdaging ligt niet in technologische adoptie, maar in professioneel ontwerp: het doelbewust vormgeven van mens‑AI‑interactie, leerprocessen en accountabilitystructuren. Alleen wanneer het beroep daarin expliciete keuzes maakt, kan professioneel oordeel ook in een data‑gedreven context zijn richtinggevende rol behouden.
Prof. dr. Anna Gold is hoogleraar Auditing aan de Vrije Universiteit Amsterdam en Academic Director bij de Foundation for Auditing Research.
Eerdere versies van de in deze column ontwikkelde gedachtegang zijn gepresenteerd tijdens de ledenvergadering van de NBA (december 2025) en tijdens de EY Accountancypoort (maart 2026).