Research Article |
|
Corresponding author: Dick de Waard ( d.a.de.waard@rug.nl ) Academic editor: Annemarie Oord
© 2026 Jan Anne Kwant, Dick de Waard.
This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Kwant JA, de Waard D (2026) De gewenste say on climate in het Nederlandse vennootschapsrecht: reeds bestaand of toekomstmuziek? Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 100(4): 189-200. https://doi.org/10.5117/mab.100.205364
|
In dit artikel wordt onderzocht in hoeverre het Nederlandse vennootschapsrecht toereikend is voor aandeelhouders die invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van beursvennootschappen. Het vertrekpunt is dat het klimaatbeleid onderdeel is van de algemene strategie en het beleid en daarmee primair tot de bestuursbevoegdheid behoort, onder toezicht van de raad van commissarissen. Analyses van bepalingen uit Boek 2 BW, parlementaire stukken, literatuur, rechtspraak en AvA-evaluaties leren dat aandeelhouders beschikken over juridische instrumenten waarmee zij beperkt invloed kunnen uitoefenen op het klimaatbeleid van de vennootschap. De analyses van de relevante rechtsontwikkelingen op het gebied van environmental, social en governance (ESG)-wetgeving in de EU en in Nederland en de stappen die op dat gebied in Frankrijk worden gezet leveren weliswaar inspiratie op, maar voorlopig nog beperkte mogelijkheden.
Aandeelhoudersinvloed, beursvennootschappen, klimaatbeleid, klimaatverandering, ondernemingsrecht, onderzoek, say on climate
Een deel van de aandeelhouders van Nederlandse beursvennootschappen wenst de vennootschappen waarin zij aandelen bezitten in de richting van een ambitieus klimaatbeleid te sturen. Om die reden is onderzocht in hoeverre aandeelhouders instrumenten worden geboden om invloed uit te oefenen op het klimaatbeleid van beursvennootschappen.
“Ik ben als CEO gebonden aan de wensen van onze aandeelhouders. (…) En nu denkt u bij aandeelhouders misschien aan oude witte mannen uit Wassenaar. Dan moet ik u helaas uit de droom helpen, want onze aandeelhouders bestaan voor het grootste deel uit uw pensioenfondsen. Die voelen uw hete adem in hun nek. (…) Dus stemmen ze consequent voor de hoogst haalbare opbrengst en desnoods de vuilste industrieën, zodat u er straks warmpjes bij zit, als u met pensioen gaat.” (
Deze parafrase uit het script van het toneelstuk ‘De Zaak Shell’ belicht een belangrijk spanningsveld: de institutionele belegger als aandeelhouder van een Nederlandse beursvennootschap die nog veelal gericht is op winstmaximalisatie, ook als dat ten koste gaat van klimaatdoelen.
Klimaatverandering wordt breed ervaren als een steeds groter vraagstuk. Uit onderzoek blijkt dat bij een temperatuurstijging van 1°C de schade van gevaarlijke klimaatverandering een verlies van 12% BBP wereldwijd met zich meebrengt (
Vanuit diverse onderdelen van de maatschappij – waaronder activistische aandeelhouders – neemt de druk om actie te ondernemen op het gebied van klimaat op ondernemingen toe. Een organisatie als Follow This dient tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering (AvA) aandeelhoudersresoluties aangaande het klimaatbeleid van beursvennootschappen in. Mede door de beperkingen uit de jurisprudentie hebben deze resoluties echter nog niet tot het gewenste resultaat geleid.
Na boekhoudschandalen als Enron en Ahold is nadrukkelijk gekeken naar een herpositionering van de AvA in het bestel van de checks & balances (
In het huidige Nederlandse vennootschapsrecht is het bestuur belast met het besturen van de vennootschap (2:129 BW). Bij de uitvoering van deze bestuurstaak richt het bestuur zich op het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming. Aangezien kwesties betreffende het klimaat het vennootschappelijk belang kunnen raken, verdienen zij bestuurlijke afweging. Het bepalen van het beleid en de strategie behoort primair tot deze bestuursbevoegdheid. In hoeverre kunnen aandeelhouders hier daadwerkelijk invloed op uitoefenen? Klimaatverandering is, zoals gesteld, een urgent probleem en de maatschappij en aandeelhouders oefenen steeds meer druk uit op het bestuur om een ambitieus klimaatbeleid te hanteren. De vraag die rijst is welke instrumenten aandeelhouders worden geboden om positieve invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap te bewerkstelligen, ofwel:
“In hoeverre is het Nederlandse vennootschapsrecht toereikend voor aandeelhouders die invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van de Nederlandse beursvennootschap en welke aanbevelingen dan wel aandachtspunten kunnen worden geformuleerd om de mate van toereikendheid uit te breiden?”
Om tot de beantwoording van de onderzoeksvraag te komen is juridisch doctrinair onderzoek verricht. De toepassing van deze methode richt zich in dit onderzoek op het geldende recht en dan specifiek op Nederlandse, Europese en Franse wet- en regelgeving, jurisprudentie en literatuur. Het verkent het vennootschapsrechtelijke kader waarbinnen aandeelhouders het klimaatbeleid van de beursvennootschap kunnen beïnvloeden, mede gezien haar doorgaans brede en versnipperde aandeelhoudersbasis. Daarnaast zijn aandeelhouders van beursvennootschappen ook vaak beleggers, die net als andere aandeelhouders van beursvennootschappen vaak anoniem zijn (
In het eerste deel van het onderzoek is de huidige positie van klimaatbeleid binnen het Nederlandse vennootschapsrecht onderzocht, met specifieke aandacht voor de vraag wie binnen de beursvennootschap verantwoordelijk is voor het formuleren van dit beleid (paragraaf 3). Daarnaast zijn bestaande juridische instrumenten geanalyseerd waarmee aandeelhouders invloed kunnen uitoefenen op het klimaatbeleid (paragraaf 4). Hiervoor zijn bepalingen uit Boek 2 BW, parlementaire stukken, literatuur en rechtspraak geraadpleegd. Tevens zijn de AvA-evaluaties van Eumedion geanalyseerd.
In het tweede deel van het onderzoek is gekeken naar relevante rechtsontwikkelingen op het gebied van environmental, social en governance (ESG)-wetgeving (paragraaf 5). Dit betreffen de gewijzigde Aandeelhoudersrichtlijn, de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de Corporate Sustainability Due Diligence Directive (CSDDD), de EU Omnibus Regulation, de Nederlandse Corporate Governance Code (de Code) en de amendementen inzake de say on climate bij de Franse Code de Commerce. Daarbij is onderzocht in hoeverre deze ontwikkelingen aandeelhouders beter in staat stellen om klimaatrelevante besluitvorming binnen de vennootschap te beïnvloeden. Ter afsluiting zijn in paragraaf 6 de conclusies en aanbevelingen opgenomen.
Dit onderzoek gaat uit van de premisse dat er aandeelhouders bestaan die hun aandeelhoudersrechten willen aanwenden om beursvennootschappen aan te sporen een ambitieus klimaatbeleid te voeren. Dit onderzoek hanteert de term say on climate voor alle mogelijkheden van aandeelhouders om invloed uit te kunnen oefenen op het klimaatbeleid van de vennootschap.
Om te kunnen beoordelen of het Nederlandse vennootschapsrecht toereikend is voor aandeelhouders die invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van de vennootschap, is inzicht vereist in de juridische aard en positionering van dit beleid. Deze paragraaf gaat daarom in op de positie van het klimaatbeleid van beursvennootschappen binnen het Nederlandse vennootschapsrecht en wie verantwoordelijk is voor het opstellen van dit beleid.
Het duurzaamheidsbeleid van beursvennootschappen, waar het klimaatbeleid vaak onderdeel van is, beslaat in de meeste gevallen bedrijfsrelevante kwesties, die gekoppeld worden aan de kern van de missie en visie van de onderneming. Uit onderzoek dat in 2021 onder 35 beursvennootschappen is uitgevoerd, is gebleken dat 97% van deze vennootschappen duurzame doelstellingen had opgesteld, waarvan 34% deze had neergelegd in een aparte strategie
In het Nederlandse vennootschapsrecht is het bestuur belast met het besturen (waaronder strategie en beleid) van de vennootschap (2:129 lid 1 BW). De Raad van Commissarissen (RvC) houdt in een two-tier structuur toezicht op het beleid van het bestuur en de algemene zaken (2:140 lid 2 BW). De two-tier structuur is in dit onderzoek als uitgangspunt genomen. Dit onderzoek sluit, bij het ontbreken van een wettelijke definitie van strategie, aan bij de definitie van Nieuwe Weme en Salemink, die strategie omschrijven als de door het bestuur vastgestelde doelstellingen op lange termijn (
Doordat het Nederlandse vennootschapsrecht uitgaat van het stakeholdermodel, richt het bestuur van de vennootschap zich bij het opstellen van de strategie en het beleid op het belang van de vennootschap en de met haar verbonden onderneming (2:129 lid 5 BW) (
Doordat de definitie van het bestendige succes verder niet door de HR wordt uitgewerkt, blijft de inhoud van deze definitie open.
De Code verstaat onder het begrip stakeholders: “groepen en individuen die direct of indirect het bereiken van de doelstellingen van de vennootschap beïnvloeden of erdoor (kunnen) worden beïnvloed: werknemers, aandeelhouders en andere kapitaalverschaffers, toeleveranciers, afnemers en andere belanghebbenden”. Voor de ene stakeholder is het gediende belang meer evident dan voor de andere. Een aandeelhouder kan in beginsel zijn eigen belang dienen, en zich richten op zoveel mogelijk rendement (Wennex-arrest, HR 30 juni 1944). In jurisprudentie wordt dit recht enigszins beperkt, doordat aandeelhouders bij de uitoefening van zeggenschapsrechten onder bijzondere omstandigheden het belang van de vennootschap dienen te laten prevaleren boven het eigen belang. Het belang van een bepaalde stakeholder dient niet bij voorbaat te prevaleren boven het belang van een andere stakeholder. Een evenwichtig uitgevoerde belangenafweging kan eveneens bijdragen aan het vinden van oplossingen voor maatschappelijke uitdagingen, zoals klimaatverandering. In de praktijk blijkt het echter mogelijk dat vennootschappen zich met name of uitsluitend richten op financiële doelstellingen ten behoeve van de aandeelhouders (
De laatste jaren is de aandacht voor maatschappelijke belangen toegenomen, met name ten aanzien van duurzaamheidsaspecten zoals het klimaat en milieu.
In deze paragraaf wordt ingegaan op de vraag in hoeverre aandeelhouders hun huidige aandeelhoudersrechten effectief kunnen inzetten om invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap uit te oefenen en in hoeverre deze instrumenten juridisch worden beperkt.
Boek 2 BW kent verschillende rechten aan aandeelhouders toe, die mogelijk ingezet kunnen worden om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen. Aandeelhouders worden minimaal eenmaal per jaar uitgenodigd om de AvA bij te wonen, waar zij onder andere geïnformeerd worden en toezicht kunnen houden op de beursvennootschap (2:108 lid 1 BW). De AvA heeft van oudsher een drietal functies: (1) verantwoordingsorgaan voor het bestuur en de RvC, waarin zij verantwoording afleggen over het gevoerde beleid en toezicht; (2) overlegorgaan voor aandeelhouders, het bestuur en de RvC; en (3) besluitvormingsorgaan waar wordt gestemd over ontwerpbesluiten (
Een AvA vindt plaats na bijeenroeping, waartoe het bestuur en de RvC bevoegd zijn. Wanneer urgente zaken behandeld dienen te worden kan een buitengewone AvA (BAvA) worden gehouden. Aandeelhouders zijn, zonder een statutaire grondslag, in beginsel niet zelfstandig bevoegd om een (B)AvA bijeen te roepen en deze bevoegdheid komt niet toe aan de AvA zelf. Aandeelhouders die niet over dit statutaire bijeenroepingsrecht beschikken, kunnen alleen of gezamenlijk een verzoek tot machtiging tot bijeenroeping bij de voorzieningenrechter indienen. Daarbij dienen de verzoekers een redelijk belang te hebben en minimaal 10% van het aandelenbelang te vertegenwoordigen. Door de hoge bevoegdheidseisen om een (B)AvA bijeen te roepen, dienen aandeelhouders samen te werken om aan deze eisen te voldoen. Hierdoor lijkt het bijeenroepen van een (B)AvA weinig effectief voor invloeduitoefening op het klimaatbeleid. Bijeenroeping van een (B)AvA biedt wel de mogelijkheid om een scherpe dialoog aan te gaan. Door een BAvA bijeen te roepen waarbij het klimaatbeleid als bespreekpunt wordt geagendeerd, worden andere aandeelhouders gemobiliseerd en zouden zij tezamen het bestuur onder druk kunnen zetten.
De AvA geniet een informatierecht. Zij krijgt bijvoorbeeld de jaarrekening, het bestuursverslag en het verslag van de RvC toegestuurd (
Aandeelhouders kunnen punten op de agenda van de AvA (doen) plaatsen wanneer zij (gezamenlijk) over 3% van het aandelenkapitaal van de beursvennootschap beschikken (2:114a lid 1 BW). Een dergelijk verzoek kan slechts in uitzonderlijke gevallen worden geweigerd. Dat kan indien dit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid of vanwege misbruik van bevoegdheid (
In de praktijk maken aandeelhouders van beursvennootschapen weinig gebruik van hun agenderingsrecht (zie Tabel
Overzicht aantallen agendapunten op initiatief van aandeelhouders – gebaseerd op de Eumedion-evaluatieverslagen 2014–2025 van de AvA’s van Nederlandse beursvennootschappen.
| Seizoen | Participatiegraad | Punten ter stemming | Geagendeerd door aandeelhouders | |
|---|---|---|---|---|
| AEx | AMx | |||
| 2014 | 70,0% | 58,0% | 924 | 0 |
| 2015 | 70,0% | 58,0% | 937 | 4 |
| 2016 | 71,0% | 65,0% | 873 | 1 |
| 2017 | 71,0% | 68,0% | 945 | 2 |
| 2018 | 72,4% | 64,9% | 972 | 1 |
| 2019 | 73,2% | 65,8% | 997 | 2 |
| 2020 | 71,0% | 63,0% | 1.037 | 1 |
| 2021 | 75,0% | 70,9% | 1.210 | 1 |
| 2022 | 76,9% | 72,3% | 1.049 | 1 |
| 2023 | 79,1% | 75,2% | 1.013 | 1 |
| 2024 | 80,0% | 71,5% | 1.084 | 1 |
| 2025 | 79,2% | 67,3% | 1.082 | 1 |
In de literatuur bestaat discussie over de vraag of het agenderingsrecht van aandeelhouders te veel door jurisprudentie (Boskalis/Fugro) wordt ingeperkt (
In beginsel is iedere aandeelhouder bevoegd om zijn stem uit te brengen op de AvA op basis van ‘one share, one vote’ (
Een ander aandeelhoudersrecht dat mogelijk ingezet zou kunnen worden om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen is het schorsings- en ontslagrecht. Bij vennootschappen komt dit recht in beginsel toe aan de AvA, tenzij de vennootschap onderworpen is aan het volledige structuurregime. De RvC is in de basis bevoegd om bestuurders te schorsen. De AvA is bij een beursvennootschap die het volledige structuurregime hanteert bevoegd om (onder voorwaarden) het vertrouwen in de gehele RvC op te zeggen. Dit leidt tot het ontslag van de gehele RvC (
In theorie zouden aandeelhouders het bestuur of de RvC te allen tijde kunnen ontslaan, mits hiervoor de juiste procedures zijn gevolgd. In de praktijk wordt weinig gebruikgemaakt van het ontslagrecht. Het komt voor dat bestuurders bij wie ontslag dreigt, onder druk van medebestuurders, de RvC, de AvA of andere betrokkenen zelf ontslag nemen. Daarnaast dienen aandeelhouders samen te werken om tot een meerderheid op de AvA te komen. Doordat het in de praktijk niet voorkomt en aandeelhouders samen dienen te werken om tot een meerderheid te komen, achten wij het schorsings- en ontslagrecht geen effectief middel om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen.
Door de jaarrekening vast te stellen (2:101 lid 3 BW) geeft de AvA goedkeuring aan de door het bestuur gepresenteerde financiële uitkomst van het gevoerde beleid en de weerslag daarvan op de financiële positie van de vennootschap (
Het verlenen van decharge voor het gevoerde beleid en het toezicht daarop aan het bestuur en de RvC is een standaard agendapunt op de jaarlijkse AvA (
Beursvennootschappen dienen in hun statuten een doelomschrijving op te nemen, waarin zij beschrijven welke werkzaamheden de vennootschap verricht (2:66 lid 1 BW) (
Het enquêterecht (2:344 e.v. BW) is een instrument om bij de OK een verzoek in te dienen tot het gelasten van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken binnen de (beurs)vennootschap (
Het enquêterecht is een zwaar middel, kost tijd en geld en kan tot ongewenste resultaten leiden (
Naast de instrumenten die aandeelhouders op basis van Boek 2 BW kunnen inzetten, komt hen eveneens een aantal instrumenten buiten dit wetboek toe. De in deze paragraaf besproken aandeelhoudersinstrumenten zijn niet altijd wettelijk verankerd, maar kunnen wel vennootschapsrechtelijke gevolgen hebben.
Aandeelhouders en/of NGO’s kunnen een ‘Dear board’ letter of een ‘Dear CEO’ letter gebruiken om aan medeaandeelhouders, andere stakeholders, analisten, stemadviesbureaus en de pers aandacht te vragen voor punten die zij belangrijk vinden (
Daarnaast heeft Milieudefensie 29 grote milieuvervuilende bedrijven opgeroepen om een klimaatplan op te stellen en naar hen op te sturen.
Een Dear board letter heeft geen formele juridische status en het is onduidelijk in hoeverre het enkel versturen van een dergelijke brief daadwerkelijk effectief is om invloed uit te oefenen op het klimaatbeleid van een beursvennootschap. Een Dear board letter kan effectiever worden ingezet in combinatie met andere aandeelhoudersrechten.
Om praktische redenen worden stemadviseurs (proxy advisors) ingeschakeld (
Een risico dat gerelateerd is aan gevaarlijke klimaatverandering is dat beursvennootschappen aansprakelijk worden gesteld voor de milieuschade die zij aanrichten of dreigen aan te richten. Deze aansprakelijkheid kan worden vastgesteld door middel van klimaatrechtszaken, die de laatste jaren steeds meer in opkomst zijn (
Door aandelen te verkopen, ook wel ‘stemmen met de voeten’ genoemd, kan een aandeelhouder invloed uit (proberen te) oefenen op het bestuur. Aandeelhouders zouden deze invloed kunnen inzetten wanneer zij het niet eens zijn met het door het bestuur gevoerde klimaatbeleid (
In deze paragraaf staat de vraag centraal welke relevante ontwikkelingen zich op Europees, Nederlands en Frans niveau hebben voorgedaan, en in hoeverre deze ontwikkelingen de mogelijkheden van aandeelhouders versterken om effectief invloed uit te kunnen oefenen op het klimaatbeleid van de beursvennootschap.
De gewijzigde Aandeelhoudersrichtlijn (2017/828 EU) heeft als doel de betrokkenheid van institutionele beleggers en vermogensbeheerders te vergroten, alsook de transparantie binnen beursvennootschappen te versterken. Hiermee beoogt deze richtlijn specifieke problemen op te lossen die de effectiviteit van het corporate governancekader in de weg staan (
De gewijzigde Aandeelhoudersrichtlijn vraagt institutionele beleggers en vermogensbeheerders om een betrokkenheidsbeleid op te stellen dat is gericht op de wijze waarop zij ‘toezien’ op de vennootschappen waarin wordt belegd. Dit toezicht betreft relevante aangelegenheden, zoals de strategie, de financiële en de niet-financiële prestaties en risico’s. Dit is bijzonder, want het bestuur bepaalt het (klimaat)beleid en de RvC houdt het toezicht daarop.
De CSRD verplicht in scope ondernemingen – waaronder grote beursgenoteerde ondernemingen – om een duurzaamheidsverslag op te stellen. Door de komst van de Omnibusverordening is de scope van de CSRD echter sterk verkleind, waardoor enkel vennootschappen met (gemiddeld) meer dan 1.000 werknemers en een omzet van € 450 miljoen onder de reikwijdte van de CSRD vallen (2 Omnibusverordening). De CSRD wordt beschouwd als een essentieel instrument om transparantie te vergroten, de verantwoording door ondernemingen te verbeteren en de transitie naar een duurzame economie te ondersteunen (
Ondernemingen die binnen de scope van de CSDDD vallen, dienen feitelijke of potentiële negatieve effecten op mensenrechten en het milieu, die voortkomen uit eigen activiteiten, de activiteiten van hun dochterondernemingen en hun zakenpartners in de activiteitenketens vast te stellen, te voorkomen, te beëindigen of tot een minimum te beperken. Om dit doel te kunnen bereiken dienden zij in de oorspronkelijke richtlijn hiervoor een transitieplan op te stellen en uit te voeren. Deze verplichting is in de Omnibusverordening echter komen te vervallen (4 lid 16 Omnibusverordening). Daarnaast is de scope van de CSDDD verkleind naar vennootschappen met meer dan 5.000 werknemers en een netto-omzet wereldwijd van € 1.5 miljard (2 lid 2 Omnibusverordening). Door het wegvallen van de verplichting een transitiestrategie op te stellen is de AvA een mogelijkheid ontnomen om kennis te nemen van de concrete plannen van de onderneming op dit gebied, en om deze informatie te gebruiken om gerichte vragen te stellen en eventueel in te zetten bij een enquêteprocedure.
De implementatie van de CSDDD in de Nederlandse wet heeft nog niet plaatsgevonden. De Nederlandse wetgever beoogt de CSDDD zuiver en lastenluw om te zetten in de Wet internationaal verantwoord ondernemen (Wivo). Daarmee zal ook in deze regelgeving het transitieplan ontbreken. Voor wat betreft de aansprakelijkheid van ondernemingen die in scope zijn van de Wivo geldt hetzelfde als voor de aansprakelijkheid op basis van de CSDDD. Dat geldt ook voor het aangaan van een (klimaat)rechtszaak (
De EU Taxonomy is een Europese Verordening op basis waarvan de in scope ondernemingen inzicht moeten geven in hun duurzame activiteiten: het percentage van de investeringen, van de kosten en van de opbrengsten die voldoen aan de criteria uit de EU Taxonomy en die daarmee als duurzaam classificeren. Ook deze richtlijn is gericht op transparantie en verschaft de AvA geen specifieke rechten.
De specifiek Nederlandse ontwikkeling op het gebied van ESG-wet- en regelgeving is – afgezien van de invoering van de CSRD en CSDDD in onze nationale wetgeving – de herziening van de Code in 2022 en in 2025.
De Code heeft als doel om een deugdelijk en transparant stelsel van checks and balances binnen beursvennootschappen te bewerkstelligen en daartoe de verhoudingen tussen bestuur, RvC en de AvA te reguleren. De Monitoring Commissie Corporate Governance (Monitoring Commissie) heeft in de versie van de Code van 2022 duurzaamheid als één van de uitgangspunten genomen. Aandeelhouders, waaronder institutionele beleggers, dienen het belang van de op duurzame langetermijnwaardecreatie gerichte ondernemingsstrategie te onderkennen. Institutionele beleggers kunnen dit doen door jaarlijks een betrokkenheidsbeleid op te stellen en deze op hun website te publiceren. De beursvennootschap stelt een beleid op hoofdlijnen op voor een effectieve dialoog met relevante stakeholders over de duurzaamheidsaspecten van de strategie. Dit betekent geen recht voor de stakeholders. Het blijft aan het bestuur om te bepalen wie als relevante stakeholder wordt aangemerkt in de dialoog. In de herziening van de Code in 2025 is opgenomen dat het bestuursverslag een beperkte mate van zekerheid moet geven dat de duurzaamheidsverslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat (1.4.3 iii van de Code). Dat de Code doordrenkt is van duurzaamheid en dat de duurzaamheidsverslaggeving alvast in de Code is opgenomen zijn interessante ontwikkelingen, maar de Code breidt de bevoegdheden van aandeelhouders om invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap uit te oefenen niet uit en bestaande rechten worden evenmin versterkt.
In de Franse Assemblée nationale zijn in 2023 en 2024 twee amendementen ingediend om een say on climate op te nemen in de Code de Commerce. Deze amendementen beoogden de aandeelhouders verschillende rechten toe te kennen inzake het klimaatbeleid van beursvennootschappen. Om die reden is het interessant om de Franse situatie in deze analyse te betrekken.
De amendementen bepalen – kort gezegd – dat het bestuur van een beursvennootschap een klimaat- en duurzaamheidsstrategie op dient te stellen. Het bestuur moet deze driejaarlijks, en bij een belangrijke wijziging van deze strategie, ter adviserende stemming voorleggen aan de AvA. Daarnaast dient het bestuur van de vennootschap een jaarverslag op te stellen over de implementatie van de klimaat- en duurzaamheidsstrategie, die jaarlijks ter adviserende stemming aan de AvA wordt voorgelegd. Het bestuur dient rekening te houden met de uitkomst van de adviserende stemming en daarnaar te handelen, maar wordt er niet door gebonden. Hierdoor blijft het bestuur autonoom, terwijl de aandeelhouders de mogelijkheid krijgen om hun stem inzake de klimaat- en duurzaamheidsstrategie kenbaar te maken.
Een van deze amendementen (n°483) is op 21 juli 2023 aangenomen door de Assemblée nationale, maar is later in de parlementaire vervolgroute verworpen. Naar verluidt als gevolg van politieke lobby vanuit het bedrijfsleven
Klimaatbeleid is onderdeel van het algemene beleid en de strategie van de beursvennootschap, waardoor het bestuur (onder toezicht van de RvC) verantwoordelijk is voor het opstellen van dit beleid. Door onder andere de bestuursautonomie en de hoge drempels om bepaalde instrumenten in te zetten, is de effectiviteit van de instrumenten om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen zeer beperkt.
Op basis van de instrumenten die aandeelhouders op grond van Boek 2 BW toekomen, zouden zij, wanneer de beursvennootschap geruime tijd in strijd met wettelijke of statutaire bepalingen handelt, of in ernstige mate afwijkt van haar eigen klimaatbeleid, het enquêterecht kunnen inzetten om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen. Hier zitten echter haken en ogen aan. Aandeelhoudersinstrumenten buiten Boek 2 BW blijken evenmin effectief voor aandeelhouders om invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap uit te oefenen. Het maximaal haalbare lijkt het aangaan van de dialoog.
De recente ontwikkelingen op het gebied van ESG-wetgeving breiden de rechten van aandeelhouders om invloed uit te oefenen op klimaatbeleid niet uit. De toenemende vraag naar transparantie geeft aandeelhouders wel handvatten om hun bestaande rechten beter te benutten. De Omnibusverordening zwakt deze werking echter weer af. Het afgewezen Franse amendement bevat overigens wel waardevolle inspiratie voor het Nederlandse vennootschapsrecht.
Aandeelhouders die op positieve wijze invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid van de Nederlandse beursvennootschap, hebben hiervoor weinig middelen. Vanwege dit gebrek, komen wij met aanbevelingen om deze leemte op te vullen. De hiervoor in kaart gebrachte ontwikkelingen leiden tot twee aanbevelingen, die voortvloeien uit: (1) de Franse say on climate; en (2) de discussie rondom de toekenning van aanvullende rechten aan aandeelhouders met betrekking tot de duurzaamheidsrapportage. Ondanks het feit dat de Franse say on climate in het parlement is gestrand, gebruiken we dit als voorbeeld voor onze aanbeveling. Het opnemen van deze say on climate in de Nederlandse wet zorgt er onzes inziens voor dat aandeelhouders de gewenste invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap kunnen uitoefenen. Voordat op de aanbevelingen wordt ingegaan, besteden wij aandacht aan twee relevante aandachtspunten; een randvoorwaarde om deze aanbevelingen effectief te doen zijn.
Ondanks de toenemende aandacht voor duurzaamheidsvraagstukken, zijn aandeelhouders nog veel gericht op het behalen van (korte termijn) rendement.11,12 Uiteraard hebben aandeelhouders het recht om een eigen belang in het oog te houden (alles binnen redelijkheid en billijkheid). In dit onderzoek is echter uitgegaan van de premisse dat er aandeelhouders bestaan die positieve invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap willen uitoefenen. Om ervoor te zorgen dat aandeelhouders daadwerkelijk verantwoordelijkheid nemen en in positieve zin invloed op het klimaatbeleid zullen uitoefenen, zijn wij met
Daarnaast verdient het Boskalis/Fugro-arrest aandacht. De vraag rijst of de daarin gevormde rechtsregel een belemmering voor de aanbevelingen zal opleveren. Onzes inziens is dat niet het geval. De voorgestelde adviserende stemming dient een eigen wettelijke grondslag te krijgen, waardoor dit niet zal conflicteren met HR Boskalis/Fugro. De rechtsregel blijft gelden. Er wordt enkel een wettelijke uitzondering voor het klimaatbeleid van beursvennootschappen gecreëerd. Bovendien worden vergelijkbare rechten nu soms al vrijwillig door beursvennootschappen toegekend aan aandeelhouders, zoals bij Shell en Unilever. Dit illustreert dat het in de praktijk mogelijk is om aandeelhouders een actievere rol te geven inzake het klimaatbeleid.
De conclusie dat aandeelhouders de instrumenten waarover zij beschikken maar beperkt kunnen inzetten om invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap uit te oefenen brengt ons tot twee aanbevelingen die leiden tot een adviserende stem over: (1) het klimaatbeleid en (2) het backward looking-gedeelte van de duurzaamheidsrapportage. Door deze aanbevelingen door te voeren, biedt het Nederlandse vennootschapsrecht handvatten voor aandeelhouders die positieve invloed op het klimaatbeleid van de beursvennootschap wensen uit te oefenen.
Aanbeveling 1 (het klimaatbeleid) ziet op het in Boek 2 BW wettelijk verankeren van een adviesrecht van aandeelhouders over het klimaatbeleid van beursvennootschappen. Er is bewust niet gekozen voor het enkel bespreken van het klimaatbeleid op de AvA, aangezien aandeelhouders onzes inziens dan alsnog niet de gewenste invloed op het klimaatbeleid kunnen uitoefenen. De mogelijkheid voor aandeelhouders om invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen is immers nu al voornamelijk gelegen in het aangaan van de dialoog. De effectiviteit van deze dialoog blijkt in de praktijk echter beperkt, aangezien Nederlandse beursvennootschappen steeds minder ambitieuze klimaatplannen maken. Deze aanbeveling sluit aan bij bestaande rechten van aandeelhouders over het bezoldigingsbeleid van bestuurders (2:135 BW), het amendement aangaande de Franse say on climate en het praktijkvoorbeeld van Unilever over het klimaattransitieplan. Het toeschrijven van een adviserende stem over het klimaatbeleid aan aandeelhouders druist onzes inziens in beperkte mate in tegen de bestuursautonomie. Het betreft uitsluitend een adviserende rol. In het nieuwe wetsartikel dient te worden opgenomen dat het klimaatbeleid van de vennootschap:
Er bestaat enige kritiek op dit voorstel. Breukink stelt bijvoorbeeld dat (i) het klimaatbeleid niet los kan worden gezien van het algemene beleid; (ii) er een kans op micromanagement bestaat; en (iii) aandeelhouders oneigenlijke doelen nastreven, die niet altijd zien op het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering (
Aanbeveling 2 ziet op het toekennen van een adviserende stem aan aandeelhouders over het backward looking-gedeelte van de duurzaamheidsrapportage, waartoe beursvennootschappen op basis van de CSRD verplicht zijn. In lijn met
Ondanks het feit dat wij in beide aanbevelingen slechts een adviserende stem aan aandeelhouders toeschrijven, kunnen zij hierdoor meer invloed uitoefenen op het klimaatbeleid dan slechts met het aangaan van de dialoog. Een formeel advies zal het bestuur namelijk minder makkelijk naast zich neer kunnen leggen uit angst voor reputatieschade. Met deze gedachte in het achterhoofd krijgen aandeelhouders door deze aanbeveling de gewenste invloed op het klimaatbeleid van de Nederlandse beursvennootschap. Hiermee kunnen zij de vennootschap aansporen een ambitieus klimaatbeleid op te stellen en uit te voeren. Aandeelhouders dienen hun stem op basis van de best practice-bepaling 4.3.1 van de Code geïnformeerd uit te oefenen, waardoor dit extra discipline van aandeelhouders vraagt. Doordat aandeelhouders op een positieve manier invloed willen uitoefenen op het klimaatbeleid, verwachten wij dat deze aandeelhouders de moeite zullen nemen om het klimaatbeleid te doorgronden om goed geïnformeerd hum stem uit te kunnen brengen. Wanneer aandeelhouders zonder enige toelichting tegen het klimaatbeleid stemmen, zou het bestuur dit als reden kunnen aangrijpen om deze tegenstemmen naast zich neer te leggen. Het bestuur blijft hierdoor autonoom handelen in de afweging van het vennootschappelijk belang, waar het maatschappelijk belang onzes inziens immers onderdeel van is.
Het invoeren van een adviserende stem van aandeelhouders over het klimaatbeleid en het backward looking-gedeelte van de duurzaamheidsrapportage zal aandeelhouders betere mogelijkheden bieden om invloed uit te oefenen op het klimaatbeleid van de beursvennootschap. Daarbij geldt als aandachtspunt dat aandeelhouders hun rechten uitsluitend zouden moeten inzetten om positieve invloed op het klimaatbeleid uit te oefenen. Hierdoor nemen aandeelhouders hun verantwoordelijkheid en dragen zij bij aan het tegengaan van gevaarlijke klimaatverandering.
Mr. J.A. Kwant – Jan Anne, advocaat te Amsterdam.
Prof. dr. D.A. de Waard RA MA – Dick is als emeritus hoogleraar Auditing verbonden aan de vakgroep Accounting en Controlling van de Rijksuniversiteit Groningen.
Nuyens A, De Wit R (2020) De Zaak Shell. (Toneelstuk).
Bauer R, et al. (2021) Sustainability embedding practices in Dutch listed companies. Maastricht University.
Braaksma J, Cornelissen J (2024) Nieuwe duurzaamheidskoers van Unilever is waarschuwing voor ceo’s. Het FD, 3 mei 2024.
McDonald O (2025) Tien jaar klimaatakkoord van Parijs: ‘De deal staat op een kantelpunt’. Het FD, 8 mei 2025.
De Brauw CJC, Van Solinge G (2024) Verankering Rijnlands model is totaal overbodig’. Het FD, 29 oktober 2024.
Tweedy, Browne (2017) Tweedy, Brownes letter to Akzo Nobels board re ppg’s buyout offer. 4 mei 2017.
Milieudefensie (2022) Brief Klimaatplan grote vervuilers. 13 januari 2022. https://milieudefensie.nl/actueel/brief-klimaatplan-grote-vervuilers.pdf
Pawliczek A, Skinner AN, Wellman LA (2021) A new take on voice: the influence of BlackRock’s ‘Dear CEO’ letters. Springer Nature link 2021, p. 1088-1136.
Van Dijk B, Groot J (2021) Uitstappende beleggers duwen oliesector naar donkere spelonken van de markt. Het FD, 26 oktober 2021.
Costa M (2023) France’s proposed Say on Climate amendment struck down. Green Central Banking, 12 oktober 2023.
Bouman M (2025) Back to petroleum. Het FD, 28 februari 2025.
Bressson M, Couwenbergh P (2025) Onder Trump lijkt de duurzaamheid van veel bedrijven van korte duur. Het FD, 27 februari 2025.