Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie 75(9): 350-357, doi: 10.5117/mab.75.21767
De DAF obligatielening
A. M. J. G. Van Amsterdam,
L. R. T. Van Der Goot
Corresponding author:
A. M. J. G. Van Amsterdam © A. M. J. G. Van Amsterdam, L. R. T. Van Der Goot. This is an open access article distributed under the terms of the Creative Commons Attribution License (CC BY-NC-ND 4.0), which permits to copy and distribute the article for non-commercial purposes, provided that the article is not altered or modified and the original author and source are credited.
Citation:
Van Amsterdam AMJG, Van Der Goot LRT (2001) De DAF obligatielening. Maandblad Voor Accountancy en Bedrijfseconomie 75(9): 350-357. https://doi.org/10.5117/mab.75.21767 |  |
Abstract Bij het plaatsen van de DAF obligatielening doet het obligatieprospectus voorkomen dat de DAF Groep de debitrice is, terwijl de trustakte, die hoort bij de obligatielening, de DAF Holding als zodanig noemt. In de inmiddels acht jaar durende rechtsstrijd hebben de rechtbank en de Hoge Raad geoordeeld dat de DAF Holding de debitrice is (de juridische benadering). Omdat deze failliet is, valt er voor de obligatiehouders niets meer te halen. Het Hof en de Advocaat-generaal daarentegen doen recht aan de verwachting gewekt door het obligatieprospectus (de economische benadering), namelijk dat de obligatiehouders evenals de financierende banken rechten kunnen doen gelden op de zekerheden van de werkmaatschappijen van DAF.