Print
Materialiteit in de uitgebreide controleverklaring bij beursvennootschappen
expand article infoEva Eijkelenboom
‡ Erasmus School of Law, Rotterdam, Netherlands
Open Access

Samenvatting

Sinds de uitbreiding van de controleverklaring verschaft de accountant meer inzicht aan de gebruikers van de jaarrekening over de door hem uitgevoerde controlewerkzaamheden. In de uitgebreide controleverklaring verstrekt de accountant onder meer informatie over de door hem gehanteerde materialiteit.

Dit artikel bevat een eerste verkenning van materialiteitsgegevens uit controleverklaringen bij de jaarrekeningen van 56 beursvennootschappen in de boekjaren 2014 tot en met 2017. Uit de resultaten van dit onderzoek volgt dat er door de Big 4-accountantsorganisaties sinds boekjaar 2014 een meer uniforme materialiteit gehanteerd wordt. Voorts blijkt dat de materialiteit gedurende de onderzoeksperiode na wisseling van accountantsorganisatie en/of extern accountant lager is dan indien er geen wisseling plaatsvond.

Trefwoorden

Kwaliteitsbevorderende maatregelen, controleverklaring, materialiteit

Relevantie voor de praktijk

Het onderzoek in dit artikel draagt bij aan het inzicht in de ontwikkeling van materialiteit en biedt aanknopingspunten voor gesprek tussen bestuurders, commissarissen, gebruikers van de jaarrekening en accountants over de controlewerkzaamheden.

1. Inleiding

‘Boekhoudschandalen’ en de financiële crisis hebben wereldwijd geleid tot maatschappelijke, politieke en wetenschappelijke discussies over de rol van de accountant, de kwaliteit van de door hem uitgevoerde controle en de toekomst van het accountantsberoep (Europese Commissie 2010; IAASB 2011; Werkgroep Toekomst Accountantsberoep 2014; Dassen et al. 2015). In reactie op de maatschappelijke onrust hebben wet- en regelgevers een scala aan nieuwe maatregelen opgesteld die beogen het gerechtvaardigd vertrouwen in de accountant te herstellen en de kwaliteit van de accountantswerkzaamheden en daaruit voortvloeiende controleverklaring te verbeteren. Voorbeelden van kwaliteitsbevorderende maatregelen zijn de invoering van extern, onafhankelijk toezicht op accountantsorganisaties door de Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) met de inwerkingtreding van de Wet toezicht accountantsorganisaties (‘Wta’) in 2006 en recenter de invoering van een stelsel van intern toezicht bij accountantsorganisaties met een vergunning om organisaties van openbaar belang te controleren op grond van art. 22a Wta. Een van de kwaliteitsbevorderende maatregelen die in 2014 in Nederland van kracht werd is de verplichting tot het afgeven van een nieuwe, uitgebreide controleverklaring bij de jaarrekening van organisaties van openbaar belang. In de uitgebreide controleverklaring verschaft de accountant de gebruiker van de jaarrekening onder meer informatie over de door hem tijdens de controle gehanteerde materialiteit, de reikwijdte van een groepscontrole en de kernpunten van de controle. Door het verschaffen van aanvullende informatie over de werkzaamheden van de accountant in de controleverklaring tracht de accountant het inzicht in zijn werkzaamheden en de kwaliteit ervan te bevorderen om zo het vertrouwen te kunnen verstevigen (zie ook Brouwer et al. 2016; Brouwer et al. 2014).

Sinds de invoering van de uitgebreide controleverklaring zijn er diverse onderzoeken verschenen naar de uitgebreide controleverklaring in de Nederlandse praktijk (zie onder meer Brouwer et al. 2014; De Bos and Strating 2014; Abma 2014; Abma 2015; NBA 2015; Brouwer et al. 2016). Abma concludeert in zijn jaarlijkse kroniek van het seizoen van algemene vergaderingen dat in de uitgebreide controleverklaring van de beursvennootschappen in boekjaar 2013 met name de informatie over de aanpak en reikwijdte van de materialiteit ontbrak (Abma 2014, p. 613). Ook Brouwer et al. (2014) signaleren terughoudendheid in de verstrekking van informatie over materialiteit in de controleverklaring over boekjaar 2013. Dit is overigens niet verwonderlijk want in boekjaar 2013 was informatieverstrekking over materialiteit in de controleverklaring nog niet verplicht. Brouwer et al. (2014) benadrukken echter het belang van informatieverstrekking over de door de accountant gehanteerde materialiteit om het inzicht te bevorderen van de gebruiker van de jaarrekening in de accountantscontrole en haar beperkingen. Na inwerkingtreding van Standaard 702N Nadere Voorschriften Controle- en Overige Standaarden (‘NV COS’) bleek de informatie over de materialiteit in de controleverklaringen bij de Nederlandse beursvennootschappen in boekjaar 2014 niet volledig, concludeert Abma (2015). Verder merkt hij op dat er verschillende materialiteitsbases gehanteerd worden, dat er “vrij grote verschillen tussen vennootschapen en ook tussen branchegenoten” waarneembaar zijn en dat de hoogte van de materialiteit niet extreem is in de zin dat zij aanleiding geeft voor veel vragen op de algemene vergadering (Abma 2015, p. 537). Ook de NBA ziet verschillende materialiteitsbases maar stelt dat winst voor belasting, of een variatie daarop het meest gebruikt is (NBA 2015, p. 7). In onderzoeken op basis van door de accountantsorganisaties verstrekte, niet publiek beschikbare informatie, over de door hen gehanteerde materialiteitsbasis wordt dit beeld ook buiten Nederland zichtbaar (Iskandar and Iselin 1999, pp. 212–215; Messier et al. 2005, p. 170). De NBA concludeert voorts dat er in de controleverklaring slechts een geringe toelichting wordt gegeven op het gebruik van de materialiteitsbasis en kwalitatieve aspecten van materialiteit (NBA 2015, p. 7).

In dit artikel staan de materialiteitgegevens uit de controleverklaringen van beursvennootschappen uit de boekjaren 2014 t/m 2017 centraal.1 En wordt aan de hand van deze gegevens onderzocht of de informatie die de accountant verstrekt over materialiteit bijdraagt aan het inzicht in de controlewerkzaamheden. Paragraaf 2 bevat de juridische achtergrond en doelstellingen van de uitbreiding van de controleverklaring. Alsmede het belang van de materialiteitsgegevens. De resultaten van het empirisch onderzoek naar de controleverklaringen staat centraal in paragraaf 3. Na een beschrijving van de onderzoeksopzet en -populatie volgen de resultaten. Ik besluit deze bijdrage in paragraaf 4 met enkele conclusies.

2. Achtergrond en doelstelling uitgebreide controleverklaring en het belang van materialiteitsgegevens

Berichtgeving over accountantsorganisaties en de bij haar werkzame accountants in de media, onderzoeksuitkomsten van de toezichthouder en uitingen van accountants zelf beïnvloeden de perceptie van gebruikers van de jaarrekening over accountants. Door de (beperkte) (wettelijke) mogelijkheden die accountants hebben om te communiceren over de controlewerkzaamheden die zij uitvoeren, is het niet verwonderlijk dat de impact van publieke uitingen over accountants en accountantsorganisaties groot is. Negatieve berichtgeving heeft een drukkende werking op het vertrouwen in de accountant en de werkzaamheden die hij verricht (Eijkelenboom and Hijink 2014). In lijn hiermee merkt de minister van Financiën in de toelichting op de Implementatiewet wijzigingsrichtlijn en verordening wettelijke controles jaarrekeningen over de controleverklaring op:

Ten opzichte van personen die direct betrokken zijn bij een organisatie (zoals bestuurders en commissarissen), hebben andere belanghebbenden een informatieachterstand. De accountantsverklaring kan een verbetering brengen in hun informatiepositie door een redelijke mate van zekerheid over de door de organisatie verstrekte informatie te geven. Waar de kernfunctie van de accountant ligt in het verstrekken van zekerheid aan het maatschappelijk verkeer, verliest deze functie haar waarde door het wegvallen van het in de accountantsverklaring gestelde vertrouwen. Dit is een probleem voor de accountant die zelf in diskrediet kan raken, voor het vertrouwen in de beroepsgroep als geheel, maar nadrukkelijk ook voor het maatschappelijk verkeer (bedrijfsleven, overheid, financiële markten, werknemers, crediteuren en beleggers) ten behoeve waarvan de accountant zijn verklaringen afgeeft”. 2

Bezien vanuit het perspectief van de accountant en in het licht van het concept van de verwachtingskloof is inzetten op het vergroten van de informatiewaarde van de controleverklaring om bij te dragen aan het inzicht in de (kwaliteit van de) accountantswerkzaamheden en zo het vertrouwen in de accountant te verstevigen dan ook een logische gevolgtrekking. Het is in onze maatschappij waarin het vertrouwen in de accountant onder druk staat nauwelijks voorstelbaar dat de controleverklaring die vandaag de dag meerdere pagina’s beslaat rond het jaar 1900 in zijn meest eloquente vorm uit niet meer dan een handtekening van de accountant bestond (Zeff et al. 1999, p. 526).

De aandacht van (inter)nationale wet- en regelgevers voor vergroting van de informatiewaarde van de controleverklaring ontstond in de nasleep van de ‘boekhoudschandalen’ en de financiële crisis (De Bos and Strating 2014, pp. 431–434). Tweede Kamerlid Nijboer vroeg tijdens een wetgevingsoverleg in 2013 aandacht voor het verhogen van de kwaliteit van de wettelijke controles en de maatschappelijke bruikbaarheid van controleverklaringen. Hij bepleitte dat uitbreiding van de controleverklaring door het opnemen van onder meer informatie over continuïteit van de onderneming, de reikwijdte van de controle en het materialiteitsniveau in de controleverklaring bij zou dragen aan het dichten van de verwachtingskloof.3 Het idee van een informatievere controleverklaring is overigens geen Nederlandse vondst. De International Auditing and Assurance Standards Board (‘IAASB’) consulteerde belanghebbenden hier al over in 2011 en publiceerde vervolgens een voorstel tot regelgeving met betrekking tot de informatieve controleverklaring in 2013 (IAASB 2011; IAASB 2013). Het Verenigd Koninkrijk verplichtte een uitbreiding van de controleverklaring bij de jaarrekening van beursvennootschappen in 2013. Nederland volgde het Verenigd Koninkrijk in 2014 door uitbreiding van de controleverklaring te verplichten voor organisaties van openbaar belang en de tijdelijke NBA Standaard 702N NV COS te verankeren in Standaarden 700, 701 en 706 NV COS. De belangrijkste wijzigingen van de uitbreiding van de controleverklaring in Nederland ten opzichte van de ‘oude’ controleverklaring zijn de toevoeging van de kernpunten uit de controle, de weergave van en toelichting op de door de accountant gehanteerde materialiteit en de wijze waarop de materialiteit is bepaald alsmede de weergave van de reikwijdte van de groepscontrole. Met het toevoegen van informatie over de materialiteit en de reikwijdte van de groepscontrole aan de controleverklaring week Nederland, in navolging van het Verenigd Koninkrijk, af van het IAASB-voorstel. Met betrekking tot het toevoegen van de extra informatie aan de controleverklaring merkt de IAASB (terecht) op dat het toevoegen van extra informatie aan de controleverklaring alleen van waarde is wanneer vaktermen voldoende worden uitgelegd en er voldoende toelichting wordt gegeven op de wijze waarop controlewerkzaamheden zijn verricht (IAASB 2011, nr. 46, p. 14, en nr. 63, p. 17–18).

Als gevolg van de invoering van de uitgebreide controleverklaring bij, onder meer, beursgenoteerde ondernemingen zijn gegevens over de door de accountant gehanteerde materialiteit publiekelijk beschikbaar gekomen. “Informatie is materieel indien het weglaten of het onjuist weergeven daarvan de economische beslissingen die gebruikers op basis van de jaarrekening nemen, zou kunnen beïnvloeden. De materialiteit van de post of fout is afhankelijk van de omvang daarvan, beoordeeld onder de bijzondere omstandigheden waaronder het weglaten of onjuist weergeven plaatsvindt. Het begrip materialiteit verschaft dus meer een drempel of kritische grens, dan dat het een primair kwalitatief kenmerk is dat informatie moet bezitten om nuttig te zijn” (Raad voor de Jaarverslaggeving 2018/930.30). Uit Standaard 320 van de NV COS volgt dat de accountant de materialiteit van de controle vaststelt op basis van gedegen onderzoek en zijn professionele oordeelsvorming, waarin hij onder meer (zijn perceptie van) de informatiebehoeften van de gebruiker van de jaarrekening betrekt. Het vaststellen van de materialiteit gaat derhalve gepaard met een zekere mate van professionele oordeelsvorming. Doordat professionele oordeelsvorming van de accountant nodig is bij het vaststellen van de materialiteit, kan de beoordeling van gelijke informatie door verschillende accountants leiden tot van elkaar afwijkende materialiteitswaarden (Hofstedt and Hughes 1977, p. 379).

Er zijn verschillende factoren die de totstandkoming en hoogte van de materialiteit kunnen beïnvloeden. Zo kunnen verschillen in informatiebehoeften van de diverse typen gebruikers van de jaarrekening van invloed zijn op de vaststelling van de materialiteit door de accountant (Messier et al. 2005, p. 155). Diverse onderzoeken wijzen overigens uit dat gebruikers van de jaarrekening gemiddeld genomen een voorkeur hebben voor een lagere materialiteitsdrempel dan dat de accountant heeft (Woolsey 1954a; Woolsey 1954b; Firth 1979; Jennings et al. 1987). Een reden hiervoor kan gelegen zijn in het feit dat de gebruikers een informatieachterstand hebben doordat zij slechts toegang hebben tot de publieke informatie over de vennootschap en daarom meer zekerheid vragen alvorens zij de getrouwe en accurate weergave van de financiële verslaggeving accepteren (Iskandar and Iselin 1999, p. 234; Litjens et al. 2015, p. 267). De lagere materialiteitsdrempel kan worden beschouwd als tegemoetkoming voor de informatieachterstand. Ook volgt uit onderzoek dat ervaring en expertise van de accountant de hoogte van de materialiteit kunnen beïnvloeden, net als de mate waarin de accountantsorganisatie de accountant van richtsnoeren voorziet voor het bepalen van de materialiteit (Iskandar and Iselin 1999, pp. 215–216).

3. Empirisch onderzoek

3.1 Onderzoeksopzet en -populatie

Dit onderzoek naar materialiteit bij Nederlandse beursvennootschappen is het eerste onderzoek dat op basis van publiek beschikbare informatie inzicht geeft in de gehanteerde materialiteit over meerdere boekjaren en daardoor de mogelijkheid biedt vergelijkingen te maken tussen verschillende accountantsorganisaties, controleverklaringen en de in de controle gehanteerde materialiteit. Voor dit onderzoek zijn de controleverklaringen bestudeerd van Nederlandse beursgenoteerde vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen zijn toegelaten tot de handel op de gereglementeerde markt van Euronext Amsterdam en die zijn opgenomen in de indexen AEX, AMX en AScX gedurende de boekjaren 2014 t/m 2017. De jaarverslaggeving is gedownload van de website van de vennootschap of van de database company.info. In totaal zijn 56 beursvennootschappen in het onderzoek betrokken. Bijlage 1 bevat een overzicht van de in dit onderzoek betrokken beursvennootschappen en verschaft inzicht in de vennootschappen die zijn uitgesloten van het onderzoek, bijvoorbeeld doordat zij niet de volledige onderzoeksperiode beursgenoteerd waren. De omvang van de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen is beperkt er is daarom voor gekozen geen uitsplitsing te maken op grond van bijvoorbeeld omvang of sector.

“Het begrip materialiteit wordt door de accountant toegepast zowel bij het plannen en uitvoeren van de controle, als bij het evalueren van het effect van de geïdentificeerde afwijkingen op de controle en van eventuele niet-gecorrigeerde afwijkingen op de financiële overzichten, alsmede bij het vormen van het oordeel in de controleverklaring” (Standaard 320 NV COS). In de controleverklaring licht de accountant op grond van Standaard 700 NV COS par. 41A in een op de onderneming toegespitste uitleg toe hoe hij het concept materialiteit heeft toegepast bij het plannen en uitvoeren van de controle. In de controleverklaring bij de jaarrekening van organisaties van openbaar belang neemt de accountant op grond van Standaard 700 NV COS par. 29A de in de controle gehanteerde materialiteit van de financiële overzichten als geheel op.

De in de controle gehanteerde materialiteit van de financiële overzichten als geheel zoals opgenomen door de accountant in de controleverklaring vormt het uitgangspunt van dit onderzoek. De materialiteit wordt door de accountant in de controleverklaring uitgedrukt in een bedrag en is veelal gebaseerd op een percentage van een benchmark. Deze benchmark is een grootheid uit de jaarrekening zoals het eigen vermogen of het balanstotaal ten opzichte waarvan de accountant beoordeelt of informatie materieel is (De Bos 1996, p. 48). Om de materialiteit van de financiële overzichten als geheel over verschillende boekjaren te kunnen vergelijken is het noodzakelijk de materialiteit te bezien in samenhang met het onderliggende percentage en de benchmark. Immers indien de materialiteit lager is dan het voorgaande boekjaar, kan de indruk gewekt worden dat het onderzoek van de accountant meer diepgang vertoont. Dit is echter niet het geval indien het percentage van de benchmark, dat de grondslag vormt voor de bepaling van de materialiteit, is afgenomen. Anders gezegd er kan sprake zijn van een absolute afname van materialiteit terwijl de materialiteit in werkelijkheid gelijk is gebleven of zelfs is toegenomen. De relatieve waarde van de materialiteit is derhalve belangrijker dan de absolute waarde ervan. Indien er meerdere boekjaren van een gelijke benchmark gebruikt wordt gemaakt is vergelijking van de materialiteit over de tijd mogelijk. Door de materialiteit over verschillende boekjaren te vergelijken kan inzicht worden verkregen in de diepgang van de controlewerkzaamheden van de accountant.

Uit Standaard 320 NV COS volgt dat een accountant gebruik maakt van zijn professionele oordeelsvorming bij het bepalen van de materialiteit. Deze professionele oordeelsvorming wordt beïnvloed door de perceptie van de accountant over de informatiebehoeften van de gebruikers van de jaarrekening. Het ligt dan ook in de verwachting dat verschillende accountants tot een verschillende materialiteit komen. Mogelijk oefent ook de organisatie waarbinnen de accountant werkzaam is invloed uit op de totstandkoming van de materialiteit, bijvoorbeeld door het verstrekken van interne instructies. Om inzicht te verkrijgen in de verschillen tussen accountantsorganisaties en accountants zijn tevens de accountantsorganisatie en de naam van de extern accountant in het onderzoek betrokken en is gekeken naar de toelichting op de materialiteit. Door de beperkte omvang van de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen is ervoor gekozen geen uitsplitsing te maken naar omvang of sector.

Tabel 1 bevat een weergave van de verdeling van de wettelijke controles bij beursvennootschappen over de accountantsorganisaties. De beursvennootschappen worden gedurende de boekjaren 2014 tot en met 2017, op één vennootschap na, allemaal gecontroleerd door Big 4-accountantsorganisaties. Value8 N.V. werd van boekjaar 2014 t/m boekjaar 2016 gecontroleerd door Mazars Accountants N.V. en in boekjaar 2017 door accon avm controlepraktijk B.V.

Verdeling controles van beursvennootschappen over accountantsorganisaties in periode boekjaar 2014 t/m 2017.

Verdeling controles beursvennootschappen over accountantsorganisaties in periode boekjaar 2014 t/m 2017
2014 2015 2016 2017
n % n % n % n %
Deloitte 14 25 % 18 32 % 15 27 % 13 23 %
EY 12 21 % 12 21 % 13 23 % 14 25 %
KPMG 13 23 % 11 20 % 14 25 % 14 25 %
PwC 16 29 % 14 25 % 13 23 % 14 25 %
Next 5 1 2 % 1 2 % 1 2 % 1 2 %

Gegevens over de accountant en accountantsorganisatie zijn nodig om inzicht te krijgen in het aantal wisselingen van accountants en accountantsorganisaties. In Tabel 2 staat een overzicht van het aantal roulaties van accountantsorganisaties en extern accountants bij de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen. Het absolute en relatieve aantal beursvennootschappen dat een andere accountantsorganisatie dan het voorgaande boekjaar heeft is zichtbaar in de eerste kolom van Tabel 2. In de tweede kolom van Tabel 2 staat het overzicht van het aantal wisselingen van de extern accountant bij een gelijkblijvende accountantsorganisatie. Gezien de (anticipatie op de) inwerkingtreding van de verplichte roulatie van accountantsorganisaties op grond van art. 24b Wta ligt de hoeveelheid wisselingen van accountantsorganisaties in boekjaar 2015 en 2016 in lijn der verwachting (Boonzaaijer et al. 2014, p. 331; Eijkelenboom 2015, p. 83; Kevelam et al. 2017, p. 414). Naast de wisselingen van accountantsorganisatie dient ook de extern accountant bij een organisatie van openbaar belang na vijf aaneengesloten boekjaren op grond van art. 24 Wta en art. 28 en 29a Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (‘ViO’) te rouleren.

In deze bijdrage staat de materialiteit centraal. De materialiteit van de verschillende groepsonderdelen en afspraken die door de accountant met de raad van commissarissen gemaakt zijn om tijdens de controle door de accountant geconstateerde afwijkingen te rapporteren die mogelijk om kwalitatieve redenen relevant zijn, worden niet in het onderzoek betrokken.

Roulaties bij beursvennootschappen.

Roulaties bij beursvennootschappen
Accountantsorganisatie Extern accountant
n % n %
2015 17 30.4 % 8 14.3 %
2016 20 35.7 % 5 8.9 %
2017 3 5.4 % 15 26.8 %

3.2 Onderzoeksresultaten

Tabel 3 bevat een overzicht van de verschillende benchmarks die aan de materialiteit van de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen ten grondslag liggen. In lijn met de eerdergenoemde onderzoeken is de meest gebruikte benchmark winst voor belasting (hierna “winst”) of een variatie daarop zoals EBITDA. Deze benchmark wordt in (ruim) twee derde van de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen gebruikt. Naast de benchmark winst wordt ook gebruik gemaakt van omzet en eigen vermogen. Minder vaak voorkomende benchmarks zijn samengevoegd in de categorie ‘overig’ en zijn bijvoorbeeld het balanstotaal of de totale activa.

Gehanteerde benchmark bij de materialiteit van beursvennootschappen gedurende boekjaar 2014 t/m 2017.

Gehanteerde benchmark bij de materialiteit van beursvennootschappen gedurende boekjaar 2014 t/m 2017
2014 2015 2016 2017
n % n % n % n %
Eigen vermogen 4 7 % 4 7 % 2 4 % 3 5 %
Omzet 9 16 % 5 9 % 7 13 % 9 16 %
Winst 37 66 % 40 71 % 42 75 % 38 68 %
Overig 6 11 % 7 13 % 5 9 % 6 11 %

Tabel 4 bevat voor de benchmarks winst, omzet en eigen vermogen de ontwikkeling van de materialiteit over de vier onderzochte boekjaren. Ik beperk mij in de bespreking tot de benchmark winst vanwege de beperkte hoeveelheid waarnemingen bij de overige benchmarks. De gemiddelde materialiteit van ‘winst’ daalt van 5,7 % in boekjaar 2014 naar 5,1 % in boekjaar 2017. De mediaan blijft gedurende de vier boekjaren gelijk. De spreiding van de waarnemingen neemt af doordat de laagst waargenomen materialiteit stijgt gedurende de vier boekjaren en in boekjaar 2017 de hoogst waargenomen materialiteit daalt. De materialiteit die de verschillende Big 4-accountantsorganisaties hanteerden verschilde in boekjaar 2014 meer van elkaar dan in boekjaar 2017. Zo hanteerden Deloitte, KPMG, PwC en EY in boekjaar 2014 een gemiddelde materialiteit over de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen van respectievelijk 7.7 %, 5.9 %, 4.7 % en 3.8 %. In boekjaar 2017 was dit, 6.0 %, 5.0 %, 5.0 % en 4.5 %. Elke Big 4-accountantsorganisatie hanteerde in boekjaar 2017 een gemiddelde materialiteit bij de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen die dichter bij de 5 % lag dan in boekjaar 2014. Mogelijk draagt transparantie over de materialiteit in de controleverklaring bij aan het uniformeren van de materialiteit over de tijd.

Ontwikkeling materialiteit over de boekjaren 2014 t/m 2017.

Winst Omzet Eigen vermogen
2014 2015 2016 2017 2014 2015 2016 2017 2014 2015 2016 2017
Totaal Aantal 37 40 42 37 9 5 7 9 3 4 2 3
Gem. 5.7 % 5.3 % 5.2 % 5.1 % 0.5 % 0.5 % 0.7 % 0.8 % 3.0 % 1.5 % 0.8 % 1.3 %
Mediaan 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 0.5 % 0.5 % 0.5 % 0.7 % 3.0 % 1.0 % 0.8 % 1.0 %
Laagste 1.0 % 1.5 % 2.0 % 2.0 % 0.1 % 0.2 % 0.4 % 0.4 % 1.0 % 1.0 % 0.5 % 0.5 %
Hoogste 10.0 % 10.0% 10.0% 7.5 % 1.1 % 0.8 % 1.3 % 1.4 % 5.0 % 3.0 % 1.0 % 2.5 %
Deloitte Aantal 10 16 13 11 3 1 1 1 1 1 0 0
Gem. 7.7 % 6.5 % 6.5 % 6.0 % 0.8 % 0.6 % 0.8 % 1.4 % 3.0 % 3.0 %
Mediaan 7.3 % 6.3 % 6.2 % 6.0 % 0.8 % 0.6 % 0.8 % 1.4 % 3.0 % 3.0 %
Laagste 5.0 % 4.0 % 5.0 % 5.0 % 0.6 % 0.6 % 0.8 % 1.4 % 3.0 % 3.0 %
Hoogste 10.0 % 10.0 % 10.0 % 7.5 % 1.1 % 0.6 % 0.8 % 1.4 % 3.0 % 3.0 %
EY Aantal 5 5 7 6 3 2 4 5 0 2 0 0
Gem. 3.8 % 3.9 % 4.6 % 4.5 % 0.4 % 0.4 % 0.5 % 0.6 % 1.0 %
Mediaan 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 0.5 % 0.4 % 0.5 % 0.5 % 1.0 %
Laagste 1.0 % 1.5 % 2.0 % 2.0 % 0.1 % 0.3 % 0.4 % 0.4 % 1.0 %
Hoogste 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 0.5 % 0.5 % 0.5 % 0.8 % 1.0 %
KPMG Aantal 10 7 10 10 0 0 0 1 1 1 2 2
Gem. 5.9 % 4.3 % 4.7 % 5.0 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 0.8 % 0.8 %
Mediaan 6.2 % 4.8 % 5.0 % 4.7 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 0.8 % 0.8 %
Laagste 1.3 % 3.0 % 3.6 % 3.0 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 0.5 % 0.5 %
Hoogste 10.0 % 5.2 % 5.5 % 5.8 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 1.0 % 1.0 %
PwC Aantal 12 12 12 11 3 2 1 2 1 0 0 0
Gem. 4.7 % 4.8 % 4.8 % 5.0 % 0.4 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 5.0 %
Mediaan 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 0.5 % 0.5 % 1.0 % 1.0 % 5.0 %
Laagste 3.0 % 3.5 % 3.5 % 4.5 % 0.2 % 0.2 % 1.0 % 1.0 % 5.0 %
Hoogste 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 0.5 % 0.8 % 1.0 % 1.0 % 5.0 %

Gedurende de gehele onderzoeksperiode is de gemiddelde materialiteit bij de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen na roulatie van de accountantsorganisatie lager dan wanneer er geen roulatie van accountantsorganisatie plaatsvindt. Eenzelfde beeld rijst bij roulatie van de extern accountant bij een gelijkblijvende accountantsorganisatie. Ook bij roulatie van de extern accountant is de gemiddelde materialiteit gedurende de gehele onderzoeksperiode bij de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen lager dan wanneer er geen roulatie plaatsvindt. Zie nader Tabel 5.

Ontwikkeling gemiddelde materialiteit met benchmark ‘winst’ bij beursvennootschappen na roulatie.

Accountantsorganisatie Extern accountant
2015 2016 2017 2015 2016 2017
Wel wissel Geen wissel Wel wissel Geen wissel Wel wissel Geen wissel Wel wissel Geen wissel Wel wissel Geen wissel Wel wissel Geen wissel
Totaal Aantal 14 26 15 27 0 37 6 20 2 25 8 29
Gem. 4.9 % 5.5 % 4.9 % 5.4 % 5.1 % 4.8 % 5.7 % 4.3 % 5.5 % 4.8 % 5.0 %
Mediaan 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 5.0 % 4.5 % 5.0 % 4.3 % 5.0 % 5.0 % 5.0 %
Laagste 1.5 % 3.0 % 4.1 % 2.0 % 2.0 % 3.0 % 3.0 % 3.5 % 2.0 % 2.0 % 3.0 %
Hoogste 8.5 % 10.0 % 5.5 % 10.0 % 7.5 % 7.0 % 10.0 % 5.0 % 10.0 % 6.0 % 7.5 %

In de in dit onderzoek betrokken controleverklaringen viel op dat de materialiteit in alle gevallen uitgedrukt werd in een bedrag maar dat het percentage van de benchmark dat aan dat bedrag ten grondslag ligt in drie controleverklaringen ontbreekt.4 In de controleverklaring wordt verder veelal gebruik gemaakt van een standaardformulering met entiteitspecifieke elementen voor de toelichting op de door de accountant gehanteerde materialiteit. De controleverklaring bij de jaarrekening van BAM in 2016 bevat een voorbeeld van een entiteitspecifieke toelichting op de materialiteit. Zie figuur 1.

Toelichting materialiteit: BAM, Integrated report 2016. Combined independent auditor’s report on the 2016 financial statements and Sustainability Information, p. 219 (Ernst & Young Accountants LLP). https://www.bam.com/en/investor-relations/annual-reports.

Based on our analyses of the common information needs of users of the financial statements, we consider profit before tax the most appropriate benchmark to determine materiality. However, profit before tax has been volatile in recent years and is not yet at a representative level, given the size of the business. For this reason we considered revenues to be a more appropriate benchmark to determine the materiality. The percentage applied is 0.5 per cent, which is at the lower end of an acceptable range. This materiality is subsequently allocated to and used in the audits of the local operating companies. Since this is our first year as auditors of BAM, we also compared these actual materiality levels used in the audits of local operating companies to the materiality used by the predecessor auditor at local operating company level and noted that materiality levels are not materially different.

In de controleverklaringen wordt ook aandacht besteed aan wijzigingen in materialiteit ten opzichte van het voorgaande boekjaar. De controleverklaring bij de jaarrekening van DSM in 2015 bevat een voorbeeld van aandacht voor verandering van de materialiteit na wisseling van de accountantsorganisatie. Zie figuur 2.

Toelichting materialiteit: DSM, Royal DSM Integrated Annual Report 2015, p. 199 (KPMG Accountants N.V.). https://annualreport.dsm.com/ar2015/en_US/downloads.html

Based on our professional judgment we determined the materiality for the financial statements as a whole at € 25 million (2014 EY: € 44 million). The materiality is determined with reference to profit before tax from continuing operations, before exceptional items, of which it represents 5.2%. In addition, the appropriateness of the materiality was assessed by comparing the amount to consolidated net sales from continuing operations of which it represents 0.3% (2014 EY: 0.5%). We have also taken into account misstatements and/or possible misstatements that in our opinion are material for qualitative reasons for the users of the financial statements.

Met name bij wijzigingen van de materialiteit kan een entiteitspecifieke toelichting voor de gebruiker van de jaarrekening een belangrijke informatiebron vormen voor de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden heeft verricht. Een voorbeeld van een toelichting op de verandering van de materialiteit is de toelichting in de controleverklaring bij de jaarrekening van Randstad in 2017. Een entiteitspecifieke toelichting in de controleverklaring op een wijziging van de materialiteit is naar mijn mening aanbevelenswaardig. Wel dient de accountant ervoor te waken dat een toelichting verhelderend werkt. Zo kan bij de toelichting op de wijziging van de materialiteit in de controleverklaring bij de jaarrekening van Randstad mogelijk onduidelijkheid bestaan over of de accountant verwijst naar de algehele materialiteit of uitvoeringsmaterialiteit. Zie figuur 3.

Toelichting materialiteit: Randstad, Annual report 2017, p. 190 (Deloitte Accountants B.V.). https://www.ir.randstad.com/results-and-reports/annual-reports

Based on our professional judgement we determined the materiality for the financial statements as a whole at € 50 million. The materiality is based on 6% of Income before taxes. We have also taken into account misstatements and/or possible misstatements that in our opinion are material for the users of the financial statements for qualitative reasons.
In the previous year materiality was determined for the financial statements as a whole at € 30 million, based on 4% of Income before taxes. Generally, when using Income before taxes as a benchmark, a percentage is applied towards the lower end in the range of 5% to 10%. In the first two years, we worked with a reduced materiality level as we had been recently appointed. As this is our third year, we believe that current materiality level reflects what is considered important for the users of the financial statements and reflects the level of activity of the company.

4. Tot besluit – conclusies en enkele beschouwingen

Beursvennootschappen hebben inmiddels vier boekjaren een uitgebreide controleverklaring in hun jaarlijkse financiële verslaggeving moeten opnemen. Voor gebruikers van de jaarrekening is daardoor meer informatie publiekelijk beschikbaar gekomen over de wijze waarop de accountant zijn controlewerkzaamheden uitvoert. Uit de in de controleverklaringen opgenomen materialiteitsgegevens blijkt dat de gemiddelde materialiteit sinds boekjaar 2014 elk boekjaar lager is dan het voorgaande boekjaar. Ook is de materialiteit lager na wisseling van de accountantsorganisaties en/of accountant. Uit de controleverklaringen blijkt voorts een meer uniforme toepassing van materialiteit in boekjaar 2017 dan in boekjaar 2014 bij de in het onderzoek betrokken beursvennootschappen. Zo hanteerden de Big 4-accountantsorganisaties in boekjaar 2014 een gemiddelde materialiteit tussen de 7.7 % en 3.8 % terwijl dit in boekjaar 2017 dichter bij elkaar lag met een gemiddelde materialiteit tussen de 6.0 % en 4.5 %.

Zoals ik in de inleiding aanstipte, is het doel van de uitgebreide controleverklaring het bevorderen van het inzicht in de controlewerkzaamheden en de kwaliteit ervan om het vertrouwen in de accountant te verstevigen. De Bos and Strating (2014) zagen de uitbreiding van de controleverklaring als een belangrijke stap om de informatiewaarde van de controleverklaring te vergroten. In lijn met het conceptueel model van de verwachtingskloof is het idee dat de aanvullende communicatie door de accountant in de controleverklaring ertoe leidt dat de verwachtingen van gebruikers van de jaarrekening over de accountantswerkzaamheden (meer) in lijn komen te liggen met wat op grond van wet- en regelgeving van de accountant verwacht mag worden. Mogelijk heeft transparantie over de gehanteerde materialiteit bijgedragen aan een meer uniforme en lagere materialiteit. En mogelijk duidt de lagere materialiteit in boekjaar 2017 ten opzichte van boekjaar 2014 erop dat de controles nauwkeuriger zijn geworden. Dat is in lijn met de onderzoeksresultaten van Litjens et al. (2015) die concluderen dat gebruikers van de jaarrekening meer zekerheid vragen doordat zij slechts toegang hebben tot publieke informatie.

De gebruiker van de jaarrekening is niet in staat te bepalen of de kwaliteit van de controleverklaring overeenkomt met de kwaliteit die hij op grond van de wet mag verwachten. De controlewerkzaamheden en de controleverklaring zijn daardoor te kwalificeren als ‘vertrouwensgoed’. Om de kwaliteit in te kunnen schatten, moet de gebruiker van de jaarrekening dus gebruik maken van publiek beschikbare bronnen. Met de uitbreiding van de controleverklaring heeft de accountant een handvat gekregen om meer informatie over de controlewerkzaamheden aan de gebruiker van de jaarrekening te verstrekken. Door het verstrekken van de informatie draagt de accountant mogelijk bij aan verkleining van de verwachtingskloof. De materialiteitsgegevens van de in dit onderzoek betrokken controleverklaringen bevatten een indicatie dat de toegenomen transparantie ook tot een grotere uniformering van de gehanteerde materialiteit door de Big 4-accountantsorganisaties heeft geleid. Meer uniformiteit bij het uitvoeren van de controlewerkzaamheden door accountants draagt bij aan het verkleinen van de verwachtingskloof. Tegelijk neemt de toegevoegde waarde van materialiteitsgegevens in de controleverklaring voor gebruikers van de jaarrekening die verschillende accountantsorganisaties willen vergelijken door de uniformering af.

In de toelichting op de totstandkoming van de materialiteit in de controleverklaring wordt gebruik gemaakt standaardformuleringen die worden aangevuld met entiteitspecifieke toelichtingen. Voor de gebruiker van de jaarrekening zou de waarde van deze informatie in de controleverklaring mogelijk nog verder verhoogd kunnen worden door in aanvulling op een verwijzing naar een materialiteitswijziging ten opzichte van het voorgaande boekjaar ook de toelichting op de wijziging verder uit te werken. Een mogelijk nadeel van verdere uitbreiding van de controleverklaring is dat meer informatie leidt tot een omvangrijker controleverklaring waardoor het inzicht dat de gebruiker van de jaarrekening krijgt in de controlewerkzaamheden bemoeilijkt kan worden. Ook kan uitbreiding van de wettelijke prestatie- en communicatieverplichtingen van de accountant een risico op vergroting van de verwachtingskloof in zich bergen (Boonzaaijer et al. 2016). En de roep om verdergaande transparantie beperkt zich niet tot informatie over controlewerkzaamheden. Zo wordt er bijvoorbeeld van vennootschappen naast financiële gegevens ook, in steeds grotere mate, transparantie verwacht over een reeks van niet-financiële onderwerpen in de jaarlijkse verslaggeving. De implementatie van Richtlijn 2014/95/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen5 creëerde in Nederland de wettelijke grondslag voor het opnemen van een niet-financiële verklaring in het bestuursverslag.6 Uitbreiding van het bestuursverslag heeft uitbreiding van het accountantsonderzoek tot gevolg. Ook dat kan leiden tot vergroting van de verwachtingen van het maatschappelijk verkeer.

Mr. drs. E.V.A. Eijkelenboom is als docent verbonden aan Erasmus School of Law van de Erasmus Universiteit Rotterdam, verbonden aan het Instituut voor Ondernemingsrecht (‘IvO’) en het IvO Center for Financial Law & Governance (‘ICFG’) en is werkzaam bij KPMG. Zij heeft een proefschrift in voorbereiding over kwaliteitsbevorderende maatregelen voor accountantsorganisaties. Zij schrijft deze bijdrage op persoonlijke titel.

Noten

1

Met dank aan L.J. (Lester) Hartelust MSc LLM en J.M. (Jenny) Eikelboom BSc LLB voor hun hulp bij het verzamelen van de controleverklaringen en het selecteren van de data.

2

Kamerstukken II, 2015–2016, 34469, 3, p. 2.

3

Kamerstukken II, 2013–2014, 33632, 15, p. 10. Tweede Kamerlid Nijboer diende vervolgens een motie in voor uitbreiding van de vereisten van art. 2:393 lid 5 BW, Kamerstukken II, 2012–2013, 33632, 11.

4

Dit betrof de controleverklaringen bij jaarrekeningen van NN Group en Eurocommercial uit 2014 en Van Lanschot uit 2017.

5

Richtlijn 2014/95/EU van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit door bepaalde grote ondernemingen en groepen, PbEU 2014, L 330.

6

Art. 2:391 lid 5 BW.

Literatuur

  • Abma R (2014) Kroniek van het seizoen van jaarlijkse algemene vergaderingen 2014. Ondernemingsrecht 2014(120): 610–616.
  • Abma R (2015) Kroniek van het seizoen van jaarlijkse algemene vergaderingen 2015. Ondernemingsrecht 2015(105): 535–541.
  • Boonzaaijer KH, Eijkelenboom EVA, Veld L in ’t (2016) Draagt nieuwe wetgeving voor accountants(organisaties) bij aan het dichten van de verwachtingskloof? Ondernemingsrecht 2016(56): 266–272.
  • Boonzaaijer KH, van der Lecq SG, van Veldhuizen S (2014) Verplichte kantoorroulatie in de financiële sector. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 88(9): 330–340. https://doi.org/10.5117/mab.88.31348
  • Brouwer AJ, Eimers PWA, Langendijk HPAJ (2016) De kernpunten uit de uitgebreide controleverklaring in relatie tot de risico’s in het bestuursverslag en de schattingen en oordelen in de toelichting. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 90(12): 594–608. https://doi.org/10.5117/mab.90.31207
  • Dassen R, Majoor GCM, Wallage P (2015) Hervormingsagenda een (on)mogelijke opdracht? Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 89(3): 58–59. https://doi.org/10.5117/mab.89.31255
  • De Bos A (1996) Presentatiematerialiteit. Het materialiteitsbeginsel bij de presentatie van financiële informatie in de jaarrekening. Dissertatie: Erasmus Universiteit Rotterdam. Den Haag: Delwel Uitgeverij.
  • De Bos A, Strating H (2014) Nieuwe controleverklaring bezig aan snelle opmars. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 88(11): 430–439. https://doi.org/10.5117/mab.88.31189
  • Eijkelenboom EVA, Hijink JBS (Red.) (2014) Bouwen aan vertrouwen. Evaluatie van de Wet toezicht accountantsorganisaties (‘Wta’), ICFG deel 1. Den Haag: Boom Juridische uitgevers.
  • Hofstedt TR, Hughes GD (1977) An experimental study of the judgment element in disclosure decisions. The Accounting Review 52(2): 379–395. https://www.jstor.org/stable/245416
  • Jennings M, Kneer DC, Reckers PMJ (1987) A re-examination of the concept of materiality: Views of auditors, users, and officers of the court. Auditing: A journal of practice and theory 6(2): 104–115.
  • Kevelam W, Ter Hoeven RL, Brouwer TL (2017) Accountantshonoraria in de jaarrekening. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 91(11/12): 405–420. https://doi.org/10.5117/mab.91.24067
  • Litjens R, Van Buuren J, Vergoossen R (2015) Addressing information needs to reduce the audit expectation gap: Evidence from Dutch bankers, audited companies and auditors. International Journal of Auditing 19: 267–281. https://doi.org/10.1111/ijau.12042
  • Messier WF, Martinove-Bennie N, Eilifsen A (2005) A Review and Integration of Empirical Research on Materiality: Two Decades Later. Auditing: A Journal of Practice and Theory 24(2): 153–187. https://doi.org/10.2308/aud.2005.24.2.153
  • Woolsey SM (1954a) Development of criteria to guide the accountant in judging materiality. Journal of Accountancy 97(2, February): 167–173.
  • Woolsey SM (1954b) Judging materiality in determining requirements for full disclosure. Journal of Accountancy 98(6, December): 745–750.

Bijlage

De vennootschappen waarvan (certificaten van) aandelen genoteerd waren aan de gereglementeerde markt Euronext op 1 januari 2014 zijn in alfabetische volgorde opgenomen in onderstaande Tabel. De controleverklaringen bij de jaarrekening van de 56 dikgedrukte vennootschappen zijn meegenomen in het onderzoek. Bij de in het onderzoek betrokken vennootschap is de index vermeld waarin de vennootschap op 31 december 2017 opgenomen was.

Uitgesloten van het onderzoek zijn vennootschappen, waarvan in een of meerdere boekjaren gegevens ontbrakeni en/of waarbij sprake was van een fusie en of splitsing van de vennootschap waardoor het lastig zo niet onmogelijk is om de materialiteitsgegevens te vergelijken.

1 1NOMIJ 26 DSM KONINKLIJKE (AEX) 51 PHILIPS ELTN.KONINKLIJKE (AEX)
2 AALBERTS INDUSTRIES (AEX) 27 EUROCOMMERCIALii (AMX) 52 POSTNL (AMX)
3 ACCELL GROUP (AScX) 28 EXACT 53 RANDSTAD HOLDING (AEX)
4 AEGON (AEX) 29 FUGRO (AMX) 54 RELX (REED ELSEVIER) (AEX)
5 AHOLD DELHAIZEiii (AEX) 30 GEMALTO (AEX) 55 ROYAL DUTCH SHELL (AEX)
6 AKZO NOBEL (AEX) 31 GRONTMIJ 56 ROYAL IMTECH
7 AMG ADVD.METALLURGICAL GROUP (AScX) 32 HEIJMANS (AScX) 57 SBM OFFSHORE (AEX)
8 AMSTERDAM COMMODITIES (AScX) 33 HEINEKEN (AEX) 58 SIMAC
9 ARCADIS (AMX) 34 HES BEHEER 59 SLIGRO FOOD GROUP (AMX)
10 ASM INTERNATIONAL (AMX) 35 ICT GROEP NV (AScX) 60 STERN GROEP (AScX)
11 ASML HOLDING (AEX) 36 IMCD (AMX) 61 TELEGRAAF MEDIA GROEP (AScX)
12 BALLAST NEDAM 37 ING GROEP (AEX) 62 TEN CATE
13 BAM GROEP KON. (AMX) 38 KAS BANK (AScX) 63 TKH GROUP (AMX)
14 BE SEMICONDUCTOR (AMX) 39 KENDRION (AScX) 64 TOM TOM (AMX)
15 BETER BED HOLDING (AScX) 40 KPN KON (AEX) 65 UNILEVER (AEX)
16 BINCKBANK (AScX) 41 MACINTOSH RETAIL 66 UNIT4
17 BOSKALIS WESTMINSTER (AEX) 42 MOTA-ENGIL AFRICA 67 VALUE8 (AScX)
18 BRILL KON. (AScX) 43 MTY HOLDINGS NV 68 VAN LANSCHOT (AScX)
19 BRUNEL INTL. (AScX) 44 NEDAP (AScX) 69 VASTNED RETAIL (AMX)
20 CORBION (AMX) 45 NEWAYS ELEC.INTL. (AScX) 70 VOPAK (AEX)
21 CORIO NV 46 NIEUWE STEEN INV. (AMX) 71 WERELDHAVE (AMX)
22 CROWN VAN GELDER 47 NN GROUP (AEX) 72 WESSANEN KON.CERTS. (AScX)
23 DELTA LLOYD GROUP 48 NUTRECO 73 WOLTERS KLUWER (AEX)
24 DICO INTERNATIONAL 49 OCI (AMX) 74 XEIKON
25 DPA GROUP (AScX) 50 ORDINA (AScX) 75 ZIGGO