Print
Ontwikkelingen in de kernpunten van de uitgebreide controleverklaring
expand article infoPeter Eimers, Arjan Brouwer, Henk Langendijk§
‡ Vrije Universiteit, Amsterdam, Netherlands
§ Universiteit van Amsterdam, Amsterdam, Netherlands
Open Access

Samenvatting

Na de introductie van de uitgebreide controleverklaring in 2014 hebben wij twee jaar geleden een onderzoek uitgevoerd naar de uitgebreide controleverklaring bij de Nederlandse AEX- en Midkapfondsen over 2015 (Brouwer et al. 2016). Daarin kwamen het aantal en aard van de daarin opgenomen kernpunten aan de orde, alsmede de relatie met de genoemde risico’s in het bestuursverslag en de kritische grondslagen en schattingen zoals verwoord door het bestuur in de toelichting van de jaarrekening.

In het huidige vervolgonderzoek hebben wij ons gericht op de ontwikkeling van de kernpunten in de tijd ten opzichte van 2015. De uitgebreide controleverklaring is door stakeholders positief ontvangen, maar zij hebben ook specifieke wensen geuit ten aanzien van de inhoud. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan resultaten, observaties en conclusies per kernpunt, alsook een introductie van kernpunten waarin de accountant uiteenzet waarom kernpunten van voorgaand jaar niet meer als kernpunt worden gezien (VEB 2017; Eumedion 2017). In de tussenliggende periode hebben de ondernemingen daarnaast ontwikkelingen in hun activiteiten, systemen en processen doorgemaakt en ook is er in een aantal gevallen sprake van een accountantswissel als gevolg van de verplichte kantoorroulatie. Daarom hebben wij de 44 fondsen die wij over 2015 hebben onderzocht over 2017 nogmaals de revue laten passeren. Komen dezelfde kernpunten na een paar jaar nog steeds terug? Worden ze anders geformuleerd? Kiest een opvolgend accountant voor andere kernpunten? Hebben accountants gehoor gegeven aan de wensen van stakeholders?

Uit ons empirisch onderzoek blijkt dat de (formulering van) kernpunten verder ontwikkeld is en accountants responsief zijn geweest op signalen van beleggers over de informatiewaarde van hun controleverklaringen. Van de onderzochte controleverklaringen heeft 90% inmiddels bijvoorbeeld observaties en conclusies per kernpunt gegeven en wordt uitgelegd waarom kernpunten van vorig boekjaar niet meer van toepassing zijn. Opvallend is dat de belastingpositie als kernpunt fors in frequentie is gedaald tussen 2015 en 2017. Dit geldt ook voor de eerstejaarscontrole. Voor het overige zijn de gekozen kernpunten qua frequentie relatief stabiel tussen 2015 en 2017.

Trefwoorden

Uitgebreide controleverklaring, kernpunten, materialiteit

Relevantie voor de praktijk

Met de uitgebreide controleverklaring beoogt de accountant de lezer van de jaarrekening meer inzicht te geven over de belangrijkste elementen van zijn jaarrekeningcontrole. De leesbaarheid via structurering van de kernpunten (risico’s, controlebenadering en conclusies/observaties) van en de specifiek op de onderneming betrekking hebbende kernpunten geven invulling aan de maatschappelijke verantwoording van de accountant.

1. Inleiding

Na een pilot in 2014 (Brouwer et al. 2014) met uitgebreide controleverklaringen over het boekjaar 2013 geven Nederlandse accountants met ingang van het boekjaar 2014 bij de jaarrekening van alle Organisaties van Openbaar Belang (OOB) een uitgebreide controleverklaring af. Dit is verplicht op basis van de Standaard 701 uit de Nadere Voorschriften controle- en overige standaarden van het Koninklijk NBA (NBA 2018). In 2016 hebben wij een eerste onderzoek gedaan naar de inhoud van deze verklaringen bij de jaarrekeningen over het boekjaar 2015 in relatie tot de risico’s in het bestuursverslag en de schattingen en oordelen in de toelichting (Brouwer et al. 2016). Sindsdien zijn de uitgebreide controleverklaringen verder doorontwikkeld.

Dat is enerzijds ingegeven door veranderingen in de kernpunten zoals accountants die hebben onderkend bij de gecontroleerde ondernemingen. Anderzijds hebben stakeholders input gegeven over hun verwachtingen ten aanzien van de in de uitgebreide controleverklaring op te nemen informatie.

Zo gaf de Vereniging voor Effectenbezitters (VEB) in haar accountantsbrief 2017 (VEB 2017) aan dat ze graag ziet dat door de accountant een concluderend oordeel voor ieder kernpunt wordt opgenomen en dat de accountant aangeeft of hij vindt dat de onderneming de kwestie adequaat heeft geadresseerd. In een reactie op de accountantsbrief stelt de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) echter dat een concluderend oordeel voor ieder kernpunt verder reikt dan op basis van de huidige wet- en regelgeving is vereist aangezien de controle is gericht op een oordeel over de jaarrekening als geheel (NBA 2017).

In haar accountantsbrief 2018 (Eumedion 2017) stelt Eumedion dat de uitgebreide controleverklaring heeft bijgedragen aan verbetering van de communicatie tussen accountants, investeerders en andere stakeholders en kan bijdragen aan het vertrouwen in de accountantscontrole. Eumedion is wel van mening dat de toegevoegde waarde van de uitgebreide controleverklaring verder kan worden verhoogd door een aantal zaken toe te voegen, zoals:

  • een introductie van de kernpunten waarin de accountant uiteenzet hoe de kernpunten van vorig jaar door de onderneming zijn opgevolgd en waarom kernpunten van voorgaand jaar niet langer worden aangemerkt als kernpunt.
  • de observaties van de accountant ten aanzien van de kwaliteit en effectiviteit van de interne beheersing bij de organisatie.
  • per kernpunt de resultaten, observaties en conclusies van de accountant.

De VEB schrijft in haar accountantsbrief 2018 (VEB 2018) dat ze verheugd is dat accountants over de afgelopen vijf jaar beduidend meer uitleg hebben gegeven over hun controlewerkzaamheden en bevindingen. In lijn met de opmerkingen van Eumedion roept de VEB accountants op om bij alle kernpunten een conclusie/kwalificatie op te nemen ten aanzien van aan de kernpunten gerelateerde risico’s, een oordeel over de opvolging van de kernpunten van voorgaand jaar en een uitleg voor het vervallen van een kernpunt. Ook vraagt de VEB om een toelichting over de aard en aanleiding van verandering in materialiteit, de allocatie van de materialiteit naar divisies en componenten, informatie over geconstateerde controleverschillen en een nadere toelichting op bevindingen ten aanzien van de interne controleomgeving.

1.1 Doelstelling

Doelstelling van deze bijdrage is het descriptief onderzoeken van de ontwikkeling van de inhoud van de controleverklaringen met als meetpunten 2015 en 2017. Hierbij worden de volgende specifieke zaken onderzocht:

  • de effecten van de verplichte roulatie van accountantsorganisaties tussen 2015 en 2017 op de verdeling van de beursfondsen over de Big4 accountantsorganisaties;
  • de ontwikkeling in aantal en aard van de kernpunten tussen 2015 en 2017.

Daarnaast is een doelstelling van het artikel om te onderzoeken op welke wijze accountantsorganisaties via de inhoud en structurering van de controleverklaring hebben gereageerd op de wensen van stakeholders. Dit deel van het onderzoek heeft alleen betrekking op 2017. Hierbij is onderzocht of er observaties en/of conclusies bij kernpunten worden verschaft en op welke wijze de tekst van de kernpunten wordt gestructureerd via kopjes en de verwoording van de conclusies van de kernpunten. Tevens zijn de verwoordingen van de conclusies van de meest voorkomende kernpunten kort samengevat waarbij wordt aangegeven hoe vaak ze voorkomen (incidenteel of regelmatig).

Voorts is de uitleg van wijziging van kernpunten ten opzichte van vorig jaar onderzocht, alsook of er wel of niet kwalitatieve informatie is opgenomen in welke mate de groepscontrole de activiteiten van de onderneming afdekt (‘coverage percentage’) . Ten slotte is onderzocht of de controleverklaringen ingaan op controleverschillen en of er een kwalitatieve uitleg wordt verschaft over materialiteitsbepaling.

In paragraaf 2 wordt de onderzoeksopzet geformuleerd. Paragraaf 3 bevat de resultaten van ons descriptief onderzoek. De bijdrage wordt in paragraaf 4 afgesloten met conclusies en een beschouwing.

2. Onderzoeksopzet

2.1 Populatie

Vanwege het longitudinaal karakter van ons onderzoek hebben wij de bestuursverslagen, jaarrekeningen en controleverklaringen over boekjaar 2017 onderzocht van de 50 ondernemingen die deel uitmaakten van de AEX- en Midkap-index in 2015 en zijn betrokken in het onderzoek van Brouwer et al. (2016). In dat onderzoek was bij twee ondernemingen die deel uitmaakten van de AEX-index (Arcelor Mittal en Unibail-Rodamco) en vier ondernemingen uit de Midkap-index (Air France - KLM, Aperam, Galapagos en WDP) door de accountant geen uitgebreide controleverklaring afgegeven. Het betreft hier ondernemingen met een buitenlandse rechtsvorm die formeel geen OOB in Nederland zijn en waarvoor een uitgebreide controleverklaring in 2015 om die reden niet verplicht was. Als gevolg bestond onze populatie over 2015 uit de 44 AEX- en Midkap-fondsen waarbij de uitgebreide controleverklaring wel was opgenomen.

Van deze 44 fondsen over 2015 zijn er in 2017 nog 41 over: TNT Express, USG en Delta Lloyd zijn overgenomen en niet meer beursgenoteerd. In bijlage 1 zijn de onderzochte ondernemingen weergegeven.

2.2 Wijze van onderzoek

Dit onderzoek is descriptief qua karakter en geeft geen statistische analyse van de empirische bevindingen. Dit is een beperking van ons onderzoek en de conclusies ervan.

Wij hebben de uitgebreide controleverklaringen onderzocht met behulp van inhoudsanalyse, waarbij een aantal aspecten is belicht. Het eerste deel van het empirisch onderzoek is een tijdsanalyse waarbij 2015 wordt vergeleken met 2017. Het tweede deel van het onderzoek is gericht op 2017 waarbij het zwaartepunt is, of en in welke mate accountantsorganisaties tegemoet zijn gekomen aan wensen van stakeholders, in het bijzonder de VEB en Eumedion. We hebben gekozen voor een uitsplitsing per accountantsorganisatie bij de opzet van het onderzoek om te beoordelen in welke mate en op welke wijze de verschillende accountantsorganisaties de wensen van stakeholders hebben geïncorporeerd in de structuur en tekst van de kernpunten van de uitgebreide controleverklaringen, hetzij als kantoorpolicy hetzij keuzes die door individuele accountants worden gemaakt.

De onderzochte attributen van de uitgebreide controleverklaring zijn gebaseerd op de uitgesproken wensen van de stakeholders (zie par. 1). Roulatie van accountantsorganisatie is onderzocht omdat dit de basis is voor het kernpunt ‘initial audit engagement’ in 2015 en aanleiding kan zijn voor wijzigingen in kernpunten.

De citaten zijn best practices waarbij we als beslispunt hebben genomen of op deze wijze goed tegemoet wordt gekomen aan de wensen van de stakeholders en er naar onze inzichten sprake is van nuttige informatie voor gebruikers van de uitgebreide controleverklaringen.

3. Resultaten van empirisch onderzoek

3.1 Effecten roulatie accountantsorganisaties zichtbaar

Ten opzichte van 2015 is met 19 van de door ons onderzochte 41 ondernemingen bijna de helft van accountant gewisseld. Een aantal andere ondernemingen was al voor 2015 van accountant gewisseld. Met name KPMG en EY hebben te maken gehad met veel voor hen nieuwe controlecliënten. Tabel 1 vat deze mutaties samen.

Verdeling controles over de accountantsorganisaties.

2017 2015 Af Af Bij Bij
Deloitte 9 12 4 ASML, RELX Group, Corbion, Vastned 1 IMCD
EY 13 7 3 ING, NN, Eurocommerce 9 ABN Amro, Shell, BAM, Post NL, Philips, Flow Traders, Fugro, RELX Group, Vastned
KPMG 12 12 7 ABN Amro, Akzo Nobel, Philips, Flow Traders, Fugro, IMCD, NSI 7 ASML, Corbion, ING, NN, Eurocommerce, Gemalto, Wereldhave
PwC 7 10 5 Post NL, Shell, BAM, Gemalto, Wereldhave 2 NSI, Akzo Nobel
Totaal in populatie 41 41 19 19
Afgevallen 3 TNT, USG, Delta Lloyd
Geen uitgebreide controleverklaring 6
Totaal AEX/AMX in 2015 50

3.2 Ontwikkeling in aantal en aard van de kernpunten

Het gemiddeld aantal kernpunten per controleverklaring is de twee tussenliggende jaren licht gedaald van 4,1 naar 3,8. Deze daling is specifiek zichtbaar bij controles van dezelfde accountantsorganisatie in beide jaren (van 4,3 naar 3,8). Als er sprake was van een accountantswissel, dan is er een lichte stijging. Dit blijkt uit Tabel 2.

In de groep van ondernemingen met dezelfde accountantsorganisatie zaten in 2015 9 ondernemingen waarbij de accountant een kernpunt had aangemaakt over de ‘first year audit’. Wordt dit specifieke kernpunt buitenbeschouwing gelaten, dan is het gemiddeld aantal kernpunten in deze groep in 2015 ook 3,9.

Gemiddeld aantal kernpunten per uitgebreide controleverklaring.

Zelfde accountantsorganisatie Andere accountantsorganisatie Totaal
n =22 n = 19 n = 41
2017 2015 2017 2015 2017 2015
Gemiddeld aantal kernpunten 3,9 4,3 3,8 3,9 3,9 4,1

Tabel 3 geeft een overzicht van het aantal kernpunten per controleverklaring. Er is – zonder het ‘first year audit’-kernpunt geen effect te zien in het aantal kernpunten voor en na een accountantswissel. Wel zij opgemerkt dat de in zowel Amsterdam als Londen genoteerde Unilever (7 resp. 3) en Shell (8 resp. 6) in 2017 resp. 2015 het gemiddeld aantal kernpunten omhooghalen. Het is mogelijk dat dit te maken heeft met de omvang van deze ondernemingen en door invloeden in het Verenigd Koninkrijk met betrekking tot rapportages van kernpunten.

Overzicht frequentie aantal kernpunten per uitgebreide controleverklaring.

Zelfde accountantsorganisatie Andere accountantsorganisatie Totaal
2017 2015 2017 2015 2017 2015
n = 22 n = 19 n = 41
Aantal kernpunten
1 1 1 2
2 3 1 5 2 9 3
3 6 5 1 7 6 12
4 6 5 5 3 11 8
5 3 8 5 4 8 12
6 3 1 3 1 6
7 3 3
8 1 1

Uit Tabel 4 blijkt dat het totaal aantal kernpunten per is saldo gedaald van 170 naar 158. Ten opzichte van 2015 zijn in de onderzochte 2017 verklaringen 49 kernpunten (29%) nieuw opgenomen en 61 kernpunten (36%) vervallen. Er is derhalve sprake van een ontwikkeling in de aard van de kernpunten. Opvallend is dat de belastingpositie als kernpunt fors in frequentie is gedaald tussen 2015 en 2017. Het aantal kernpunten inzake de eerstejaarscontrole is van 9 naar 0 gedaald, hetgeen wordt verklaard doordat in 2017 geen sprake meer was van verplichte roulatie van accountantsorganisatie. Acquisities en verkoopactiviteiten zijn onderwerpen die relevant zijn wanneer een dergelijke transactie zich specifiek voordoet en bij die twee onderwerpen zien we daardoor veel mutaties, zowel bij de nieuw opgenomen kernpunten als bij de vervallen kernpunten. Het aantal kernpunten in de categorie overige onderwerpen is toegenomen (toename 5). Dat kan betekenen dat in 2017 meer kernpunten specifiek zijn toegespitst op bijzondere onderwerpen die bij ondernemingen spelen.

Overzicht kernpunten vergelijking 2017 versus 2015.

Onderwerp kernpunt 2017 2015 Nieuw Nieuwe key estimate Nieuw risico Vervallen Vervallen key estimate Vervallen risico
n = 41 n = 41
Jaarrekening – balansposten
Belastingpositie 18 25 2 9 1 1
Goodwillwaardering (incl. impairment) 23 24 3 4
Waardering overige immateriële en materiële vaste activa 19 17 5 3 1 3 1
Voorzieningen voor claims en geschillen 7 8 1 2 1
Reorganisatievoorziening 5 6 3 1 4 1 1
Pensioenvoorzieningen 3 4 0 1
Overige voorzieningen 5 4 2 2 1
Complexe financiële instrumenten 5 5 2 2
Deelnemingen en joint ventures 6 4 5 2 1 3
Overige balansposten 5 8 0 3
Totaal balansposten 96 105 23 7 3 32 3 3
Jaarrekening – winst-en-verliesrekening
Omzetverantwoording (incl. frauderisico) 21 21 2 1 2
Totaal winst-en-verliesrekening 21 21 2 1 2
Jaarrekening – ondernemingsspecifiek
Acquisities 13 10 8 2 1 5 1
Verkoop activiteiten 5 6 3 4 2 1
Effecten beursgang/overname (delisting) 0 1 0 1 1 1
Financiering/going concern 3 3 0 0
Overig 2 3 1 2 1 1
Totaal jaarrekening- ondernemingsspecifiek 23 23 12 2 1 12 5 3
Interne beheersing
Betrouwbaarheid en continuïteit IT 6 5 4 3 1
Overig interne beheersing 4 4 2 1 2 1
Totaal interne beheersing 10 9 6 1 5 2
Overige onderwerpen
Eerstejaarscontrole 0 9 0 9
Overig 8 3 6 5 1 1
Totaal overige onderwerpen 8 12 6 5 1 10
Totaal 158 170 49 16 5 61 8 8

In de restcategorie ‘Overige’ zijn opgenomen:

  • Kernpunten over de complexe groepsstructuur en de daarop afgestemde controleaanpak (IMCD en Aalberts).
  • Kernpunten over bedrijfsongevallen (BAM), CO2-emissie en NPS-scores (KPN); de benoeming van deze kernpunten komen voort uit de combinatie van de controleverklaring bij de jaarrekening en de assurance bij (onderdelen van) het bestuursverslag. Ze hebben geen direct effect op de jaarrekening, maar komen wel voort uit de reikwijdte van de (bredere) controleopdracht.
  • Een kernpunt over het risico van verslaggevingsfraude (Vastned); het is niet geheel duidelijk waarom dit kernpunt bij deze onderneming specifiek uitgelicht is.

In het onderzoek van Brouwer et al. (2016) is de relatie tussen de kernpunten in de controleverklaring en de risico’s in het bestuursverslag en de schattingen en oordelen in de toelichting in de jaarrekening onderzocht. In dat onderzoek is geconcludeerd dat de in de uitgebreide controleverklaring genoemde kernpunten vaak overeenkomen met de kritische schattingen zoals verwoord door het bestuur van ondernemingen in de toelichting van de jaarrekening en dat de relatie met de risico’s in het bestuursverslag minder sterk is.

De mate waarin dit verband al dan niet bestaat hebben we opnieuw onderzocht door voor ieder kernpunt dat nieuw is opgenomen of is vervallen te onderzoeken of we eenzelfde ontwikkeling zien in de door de onderneming gerapporteerde risico’s respectievelijk schattingen en oordelen. Uit Tabel 4 blijkt dat bij 16 van de 49 (33%) nieuwe kernpunten ook door de onderneming een nieuwe kritische schatting gerelateerd aan dat onderwerp is toegelicht in de jaarrekening. In slechts 5 gevallen is (ook) een gerelateerd risico voor het eerst gerapporteerd. Ook uit deze resultaten blijkt dat de relatie met kritische schattingen sterker is dan met risico’s. Dat de relatie niet 100% is kan worden verklaard doordat ondernemingen normaal gesproken meer kritische schattingen respectievelijk risico’s rapporteren dan dat de accountant aan kernpunten rapporteert. Het is derhalve mogelijk dat een aspect al langer was opgenomen bij de kritische schattingen, maar in 2017 voor het eerst ook wordt aangemerkt als kernpunt in de controleverklaring. Als een kernpunt vervalt dan zien we dat dit in een veel kleiner percentage van de jaarverslagen ook leidt tot het vervallen van een gerelateerde schatting of risico, ten aanzien van beide was dat in 8 (13%) van de gevallen. Dit komt met name voor bij onderwerpen die gerelateerd kunnen zijn aan een specifieke, éénmalige, situaties zoals acquisities, disposals en effecten beursgang.

3.3 Bespreking kernpunten door audit committee

In Brouwer et al. (2016) wordt expliciete behandeling van de kernpunten van de accountant door het audit committee van de organisatie in haar verslag vermeld als best practice. Dat sluit aan bij de vereisten in het Verenigd Koninkrijk en bij het pleidooi van De Bos and Strating (2014) voor “soortgelijke bepalingen in de corporate governance code in Nederland, zodat de rollen en verantwoordelijkheden van bestuur, commissarissen en de accountant duidelijk zijn en goed op elkaar zijn afgestemd.”(zie ook De Bos et al. 2019). We zien echter dat slechts in een beperkt aantal verslagen van de raad van commissarissen audit committees expliciet verwijzen naar de door de accountant benoemde kernpunten (Tabel 5).

Omgekeerd zijn er ook controleverklaringen die bij elk kernpunt de expliciete verwijzing maken naar het verslag van de audit committee en de toelichtingen in de jaarrekening. Een voorbeeld hiervan is een kernpunt bij Unilever.

Voorbeeld van expliciete verwijzingen naar audit committee-verslag en naar de jaarrekening. Unilever Annual report and accounts 2017, Independent auditor’s report, p. 80 (KPMG). https://www.unilever.com/Images/unilever-annual-report-and-accounts-2017_tcm244-516456_en.pdf

Direct tax provisions Refer to page 41 (Report of the Audit Committee), page 105 (accounting policy) and pages 105 to 107 (financial disclosures).

In verslag audit committee verwijzing naar de kernpunten (2017).

n %
Expliciete verwijzing opgenomen 4 10
Geen expliciete verwijzing opgenomen 37 90
Totaal 41 100

3.4 Specifieke reflectie op wensen van stakeholders

3.4.1 Observaties/conclusies

Zowel de VEB (2017 en 2018) als Eumedion (2017) hebben in hun aan accountantsorganisaties gerichte brieven gevraagd om voor ieder kernpunt een concluderend oordeel of kwalificatie (VEB 2017 resp. 2018), resultaten, observaties en conclusies (Eumedion 2017) op te nemen. Hoewel de NBA heeft aangegeven dat een concluderend oordeel voor ieder kernpunt verder reikt dan op basis van de huidige wet- en regelgeving is vereist (NBA 2017) blijkt uit Tabel 6 dat de grote meerderheid (37: 90%) van de uitgebreide controleverklaringen inmiddels observaties of conclusies per kernpunt bevat. Het lijkt erop dat dit kantoorbeleid is bij drie accountantsorganisaties en dat bij de vierde organisatie aan de individuele accountants de vrijheid wordt gegeven om hier wel of geen invulling aan te geven in de specifieke situatie.

Observaties/conclusies bij ieder kernpunt (2017).

wel niet totaal
Deloitte 5 4 9
EY 13 - 13
KPMG 12 - 12
PwC 7 - 7
Totaal 37 4 41

Indeling per kernpunt

Alvorens de strekking van de conclusies per meest voorkomend kernpunt te behandelen wordt hier kort ingegaan op de structuur van de kernpunten zoals onderzocht per accountantsorganisatie in onze populatie.

Twee accountantsorganisaties (EY en KPMG) structureren consistent de tekst van de kernpunten via de opbouw met drie kopjes te weten:

  • Description respectievelijk Risk;
  • (Our) Audit approach respectievelijk Our response to the risk; en
  • Key observations (communicated to the audit committee) respectievelijk Our observation

Ook treffen we de volgende indeling aan:

  • Key audit matter
  • How our audit addressed the matter, eindigend met een zin waarin de conclusie/observatie is opgenomen

Indien geen observaties/conclusies worden opgenomen zien we als indeling van de kernpunten:

  • Description, gevolgd door
  • Our response

Het meest duidelijk is de eerstgenoemde indeling waarbij met kopjes een onderscheid wordt gemaakt in description/risk, audit approach en key observations. De stelligheid waarmee wordt geconcludeerd, varieert per kernpunt en de mate waarin dit kernpunt complex is, judgemental is voor het management en afhankelijk is van schattingen, aannames en veronderstellingen dan wel of het sterk de onzekere toekomst betreft. Ook varieert de stelligheid soms voor hetzelfde soort kernpunt per accountantsorganisatie en accountant.

Inhoud conclusies/observaties kernpunten

Omdat stakeholders hebben gevraagd om conclusies per kernpunt (zie Eumedion 2017) hebben we de inhoud van de meest voorkomende kernpunten (zie Tabel 4) via inhoudsanalyse onderzocht. Hieronder volgt een bloemlezing van de strekking van conclusies/observaties per kernpunt die vaak voorkomen (zie Tabel 4) of bijzonder van aard zijn zoals Interne beheersing. Hierbij is een onderscheid gemaakt naar frequentie van voorkomen: regelmatig wil zeggen dat de tekst meer dan driemaal in de populatie is aangetroffen en incidenteel dat de tekst drie of minder keer is aangetroffen. Deze bloemlezing illustreert de rijke variatie aan thema’s gezien de specifieke situaties per onderneming.

Waardering goodwill inclusief impairment

Bij de post Waardering goodwill inclusief impairment worden de volgende bewoordingen gebruikt voor de observatie/conclusie:

  • Regelmatig:
    • We consider management’s key assumptions and estimates to be within the acceptable range (of our expectations);
    • We concur (or agree) with management’s conclusion that no impairment of goodwill is required as at December 31 , 2017, of
    • For goodwill the Company concluded that no impairment was necessary. We agree with management’s conclusion;
  • Incidenteel:
    • We note that the Company concluded from its impairment tests that there was limited headroom and thus sensitive to changes in assumptions (or there was ample headroom).

Door de sensitiviteit van de post Waardering goodwill inclusief impairment zijn de conclusies veelal geclausuleerd. Wel wordt in bepaalde gevallen krachtiger geconcludeerd dat een impairment niet benodigd is.

Belastingpositie

Bij het kernpunt Belastingpositie (deferred tax assets, uncertain tax position, tax exempt) worden de volgende formuleringen gebruikt:

  • Regelmatig:
    • We concluded that management’s judgements in relation to the recognition of deferred tax assets are appropriate (of: we concur with the Company that deferred tax asset are fairly stated as at 31 December 2017);
    • The results of our procedures were satisfactory and we consider management’s assessment on the tax exempt status as disclosed in Note 2 as sufficient
    • We consider the Company’s accounting policies acceptable and the management assumptions and estimates to be within the reasonable range
  • Incidenteel:
    • We did not identify any evidence of material misstatement of deferred tax assets and uncertain tax positions as recorded in the year-end balance sheet.

Veelal zijn de conclusies positief geformuleerd en krachtig. Incidenteel is er een negatief geformuleerde conclusie.

Opbrengstverantwoording

Het kernpunt (Improper) Revenue recognition and project accounting (and management override of controls) geeft de volgende voorkomende conclusies waarbij soms ook unbilled revenue en debiteuren worden meegenomen:

  • Regelmatig:
    • We did not identify evidence of material misstatement in the revenue recognized in the year (as well as the valuation of unbilled and trade receivables);
    • The results of our procedures related to the accounting for revenue recognition are satisfactory (of: the results of our test of management’s controls and procedures to ensure appropriate recognition of revenues in accordance with EU-IFRS were satisfactory);
    • We confirm that the Company’s revenue recognition accounting policies were appropriately applied. Furthermore, we have assessed that management’s assumptions are within the acceptable range and the positions as per 31 December 2017 are management’s best estimate;
  • Incidenteel:
    • Overall, we conclude that projects have been valued in accordance with IFRS;
    • Our audit procedures did not reveal indications of management override of controls in the accounting applied by management in relation to the recognition of revenue.

Ook hier treffen we nogal verschillende observaties/conclusies aan. Zowel positief en soms stellig geformuleerde conclusies als negatief geformuleerde conclusies. Ook wordt er soms geëxpliciteerd dat er geen sprake van management override. Ook wordt enkele malen gemeld dat de impact van IFRS 15 adequaat is toegelicht.

Acquisities

Voor het kernpunt Acquisities (Business combinations) worden de volgende bewoordingen gebruikt:

  • Based on our procedures, we considered management’s allocation of the purchase price and the contingent consideration and identification of the (in)tangible assets and liabilities to be appropriate. Also. We considered management’s key assumptions used in the valuation to be within a reasonable range of our expectations;
  • Based on the procedures performed, we consider management’s key assumptions for the purchase price allocation to be within a reasonable range;
  • We were satisfied that management had followed a robust process in the PPA exercise and that it reflected appropriately the facts and circumstances that existed at acquisition date;
  • Overall we found management’s estimate of the fair value of the assets (including identified intangibles as part of acquisition accounting acceptable).

Deze conclusies verschillen nogal in stelligheid van elkaar. ‘De PPA voldoet aan IFRS 3’, ‘ is appropriate’, ‘acceptable’ tot aan ‘the assumptions used are within a reasonable range’.

Het meest stellig wordt geconcludeerd met betrekking tot het controleren of bepaalde vereiste toelichtingen in de jaarrekening zijn opgenomen. Ter illustratie volgt in Figuur 2 het voorbeeld ontleend aan de controleverklaring van Deloitte bij de jaarrekening 2017 van IMCD N.V. (p. 165):

Voorbeeld van rapportage of bepaalde vereiste toelichtingen zijn opgenomen. IMCD, Annual report, Independent auditor’s report, p. 160 (Deloitte). https://www.imcdgroup.com/imcd-annual-report-2017.

Based on our materiality and procedures performed, we are in the opinion that the recognition of assets from the acquisition of L.V. Lomas is in line with the requirements of IFRS 3, and that this acquisition is adequately disclosed in note 7 of the financial statements.

Interne beheersing

  • Met betrekking tot het kernpunt Interne beheersing worden de volgende bewoordingen gebruikt voor de conclusie/observatie:
  • Our understanding and testing of IT systems and controls supported our audit approach;
  • Based on our procedures performed the risks of material misstatement we identified are sufficiently addressed;
  • The combination of the tests of the controls and the substantive tests performed provided sufficient evidence to enable us to rely on the continued operation of the IT systems for the purposes of the audit;
  • We have no material findings as part of our audit of the financial statements in respect of the reliability and continuity of the electronic data processing of the Company;
  • In a few instances we identified situations where controls needed improvement. The Company has set up remediation procedures that we have also reviewed and tested with satisfactory results;
  • For the audit of the annual financial statements we found the reliability and continuity of the automated data processing systems adequate.

De conclusies worden in het licht gesteld van de jaarrekeningcontrole. Ze variëren nogal in stelligheid hetgeen als reden kan hebben dat de mate en diepgang van de controle van de systemen in het licht van de jaarrekeningcontrole kan verschillen.

3.4.2 Wijzigingen in kernpunten

In 23 van de 41 controleverklaringen (56%) geeft de accountant weer of er een wijziging is (of meerdere) in de kernpunten in vergelijking met vorig jaar met een motivering (indien van toepassing). Dit kan betekenen dat er kernpunten bijgekomen zijn of dat er kernpunten zijn vervallen of beide. Zie Tabel 7.

Uitleg wijziging in kernpunten ten opzichte van vorig jaar (2017).

wel niet totaal
Deloitte 3 6 9
EY 9 4 13
KPMG 4 8 12
PwC 7 7
Totaal 23 18 41

Wij hebben de uitleg van de wijzigingen in grote meerderheid aangetroffen vlak voordat de kernpunten worden behandeld. In enkele gevallen zijn deze wijzigingen weergegeven na de behandeling van kernpunten hetgeen niet logisch is. Om consistentie te bevorderen, is het inzichtelijker om ook in het geval de kernpunten hetzelfde gebleven zijn in vergelijking met vorig jaar en er geen wijzigingen zijn, dit te melden in de uitgebreide controleverklaring. Het voorbeeld in Figuur 3 is ontleend aan de controleverklaring van EY bij de jaarrekening 2017 van KPN, p. 134.

Voorbeeld van wijziging in key audit matters. KPN, Integrated annual report 2017, Combined independent auditor’s report, p. 134 (EY). https://annualreport2017.kpn/app/uploads/KPN_IR-2017_Single_navigation.pdf

In previous year ‘Sale of BASE Company N.V.’ has been identified as key audit matter. Since KPN finalized the sale of BASE Company N.V. in 2016 and we completed our audit thereon, this is no longer a key audit matter. Following the adoption of IFRS 15 by KPN retrospectively and the related restatement of 2017 financial information, a new key audit matter ‘IFRS 15’ has been included.

Een ander voorbeeld van een wijziging is ontleend aan de controleverklaring van Deloitte bij de jaarrekening 2017 van BE Semiconductor Industries N.V., p. 134 (Figuur 4).

Voorbeeld van wijziging in key audit matters. BE Semiconductor Industries, Independent auditor’s report, p. 134 (Deloitte). https://www.besi.com/fileadmin/data/Investor_Relations/AGM/2018/Annual_Report_2017.pdf

Changes in key audit matters In prior years we reported the valuation of deferred taxes as key audit matter. Per balance sheet date all tax losses carried forward are recognized and amount Euro 7.6 million in aggregate. Based on the Company’s 2017 profit, as well as the financial outlook for the relevant tax jurisdictions, we consider the valuation of these tax losses carried forward no longer a key audit matter.

3.4.3 Informatie over groepscontrole

Bij het bepalen van de controleaanpak houdt de accountant rekening met de structuur van de onderneming, de geografische spreiding en de relatieve omvang van de groepsonderdelen. Conform Standaard 600 uit de NVCOS onderscheidt de accountant de significante componenten binnen de groep. Dat zijn groepsonderdelen die afzonderlijk of in combinatie significant zijn qua relatieve omvang in relatie tot het balanstotaal, totale omzet en winstbijdrage. Op deze componenten is de accountant verplicht een controle uit te voeren in de context van de groepscontrole. Op andere componenten kan de accountant besluiten om een controle uit te voeren op specifieke jaarrekeningposten, een review ter plaatse of een desk review. Voor het bepalen van deze aanpak van de groepscontrole heeft de accountant een bepaalde mate van vrijheid op basis van zijn inschattingen. De uitgebreide controleverklaring is het platform waarop de accountant kan uitleggen hoe hij tot zijn keuze is gekomen.

Uit ons onderzoek blijkt dat in 32 van de 41 (78%) controleverklaringen de accountant kwalitatief uitlegt hoe hij tot zijn keuze is gekomen voor de selectie van componenten in de groepscontrole (zie Tabel 8).

Kwalitatieve informatie opgenomen inzake de % coverage van de group audit (2017).

wel niet totaal
Deloitte 5 4 9
EY 10 3 13
KPMG 11 1 12
PwC 6 1 7
Totaal 32 9 41

Een voorbeeld van informatie over de dekking van de groepscontrole ten opzichte van de totale ondernemingsactiviteiten is ontleend aan de controleverklaring van PwC bij de jaarrekening 2017 van Koninklijke AholdDelhaize N.V., p. 244.

Voorbeeld van informatie over de coverage van de groepscontrole. AholdDelhaize. Annual report 2017, Independent auditor’s report, p. 244 (PwC). https://www.aholddelhaize.com/media/6530/2017_aholddelhaize-annual-report_interactive.pdf

The scope of our group audit
(……)
Six components were subject to audits of their complete financial information, four of which were individually significant to the Group. These components include the retail operations at Ahold USA, Delhaize America, and the Netherlands as well as the Global Support Office activities in the Netherlands (which includes financing activities in Switzerland). The other two components, the Belgian and Greek retail operations, were selected to achieve appropriate audit coverage over the consolidated financial statements. Additionally, four components were selected for audit procedures to achieve appropriate coverage on specific financial line items in the consolidated financial statements. These components included the Global Support Office activities in the United States and the insurance captives located in the U.S., Ireland and Curacao.
In total, in performing these procedures, we achieved the following coverage on the financial line items:
Net sales 88%
Total assets 88%
Income before income taxes 92%
None of the remaining components represented more than 3% of total Group net sales or 3% of total Group assets. For those remaining components we attended internal quarterly closing meetings with local and Group management and performed, among other things, analytical procedures to corroborate our assessment that there were no significant risks of material misstatements within those components.

3.4.4 Controleverschillen

Een van de wensen van de VEB was het vermelden van de gecorrigeerde en ongecorrigeerde controleverschillen. Uit de onderzochte populatie blijkt dat geen enkele controleverklaring informatie over de gecorrigeerde of niet-gecorrigeerde controleverschillen bevat.

3.4.5 Kwalitatieve uitleg materialiteitsbepaling

Tenslotte gaf de VEB aan het op prijs te stellen als de accountant een kwalitatieve uitleg zou geven bij de gekozen benchmark voor materialiteit. Uit Tabel 9 blijkt dat 70% van de onderzochte controleverklaringen deze uitleg inmiddels bevat.

Kwalitatieve uitleg bij gekozen benchmark inzake materialiteit (2017).

wel niet totaal
Deloitte 3 6 9
EY 12 1 13
KPMG 7 5 12
PwC 7 7
Totaal 29 12 41

Een voorbeeld van een kwalitatieve uitleg bij de gekozen benchmark inzake materialiteit ontlenen wij aan de controleverklaring van EY bij de jaarrekening van Post NL (Figuur 6).

Voorbeeld van een kwalitatieve uitleg bij de gekozen benchmark inzake materialiteit. PostNL, Annual report 2017, Independent auditor’s report, p. 187 (EY). https://www.postnl.nl/over-postnl/beleggers/jaarverslagen/

Materiality 12,6 million (2016: € 14 million)
Benchmark applied 5% of operating income
Explanation We consider an earnings-based measure as the most appropriate basis to determine materia lity. We consider operating income to be the most appropriate earnings-based benchmark, as it provides us with a consistent year on year basis for determining materiality and is one of the key performance measures for the users of the financial statements. The benchmark applied is in line with last year’s audit.

4. Conclusies en slotbeschouwing

Uit dit onderzoek naar de ontwikkeling van de kernpunten in de uitgebreide controleverklaring over 2017 ten opzichte van 2015 blijkt dat de kernpunten zich verder ontwikkelen. Dit blijkt uit de breedte van thema’s die worden gerapporteerd en de wijze van formuleren. De vele accountantswisselingen zijn hier mogelijk op van invloed geweest omdat de opvolgend accountant opnieuw en met een frisse blijk eigen kernpunten moest formuleren. Accountants zijn responsief geweest naar signalen van investeerders om meer informatie te geven over de door hen geformuleerde kernpunten en specifieke aspecten van de controle. Daarnaast zijn accountants in toenemende mate transparant over de achtergronden waarom eerdere kernpunten inmiddels zijn vervallen.

Ook zien we dat bij bepaalde thema’s duidelijk een kantoorlijn wordt gehanteerd, zoals het wel of niet vermelden van de observaties en conclusies per kernpunt en het niet rapporteren over geconstateerde controleverschillen. Dat is niet het geval bij de uitleg over de wijziging van de kernpunten ten opzichte van vorig jaar. Tenslotte zien we ook kernpunten benoemd over andere zaken dan de jaarrekening zelf; deze kernpunten komen voort uit de voor die onderneming bredere controleopdracht met assurance op (onderdelen van) het bestuursverslag.

De ontwikkeling van de kernpunten komt hiermee niet tot een einde; beleggers vragen om meer informatie over interne beheersing en IT en ook (andere) maatschappelijke ontwikkelingen zullen in de toekomst mogelijk hun reflectie kunnen vinden in de uitgebreide controleverklaring. Te denken valt bijvoorbeeld aan integrated reporting, waardecreatie en ontwikkeling in business modellen door verdergaande technologische invloeden.

Prof. dr. P.W.A. Eimers RA is als hoogleraar Auditing verbonden aan de Vrije Universiteit en partner bij EY.

Prof. dr. A.J. Brouwer RA is als hoogleraar Externe verslaggeving verbonden aan de Vrije Universiteit en partner bij PwC.

Prof. dr. H.P.A.J. Langendijk is als hoogleraar Externe verslaggeving verbonden aan Nyenrode Business Universiteit en de Universiteit van Amsterdam en is tevens werkzaam als consultant op het gebied van externe verslaggeving.

De auteurs danken Jildit van Brenkelen en Abdel Kintou voor hun assistentie bij het onderzoek.

Literatuur

  • Brouwer AJ, Eimers PWA, Langendijk HPAJ (2016) De kernpunten uit de uitgebreide controleverklaring in relatie tot de risico’s in het bestuursverslag en de schattingen en oordelen in de toelichting. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 90(12): 594–609. https://doi.org/10.5117/mab.90.31207
  • De Bos A, Strating H (2014) Nieuwe controleverklaring bezig aan snelle opmars. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 88(11): 430–439. https://doi.org/10.5117/mab.88.31189
  • De Bos A, de Jong M, Strating H (2019) . Kernpunten van de controle en de transparantie erover in bestuursverslag, verslag van de raad van commissarissen en de jaarrekening. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 93(1/2): 47–56. https://doi.org/10.5117/mab.93.30077

Bijlage

Lijst van onderzochte ondernemingen

AEX (2015)

1 Aalberts

2 ABN AMRO

3 AEGON

4 Ahold

5 Akzo Nobel

6 Altice

7 ASM Litho

8 Boskalis

9 DSM

10 Gemalto

11 Heineken

12 ING

13 KPN

14 NN Group

15 Philips

16 Randstad

17 RD Shell-A

18 RELX Group

19 SBM Offshore

20 TNT Express (niet in 2017)

21 Unilever

22 Vopak

23 Wolters Kluwer

Midkap (2015)

24 Arcadis

25 ASM Int. (in 2017 in AEX)

26 BAM Groep

27 BE Semiconductors.

28 Corbion

29 Delta Lloyd (niet in 2017)

30 Eurocommerce Properties (in 2017 in AEX)

31 Flow Traders

32 Fugro

33 GrandVision

34 IMCD

35 Intertrust

36 NSI

37 OCI

38 PostNL

39 Sligro

40 TKH Group

41 TomTom

42 USG People (niet in 2017)

43 VastNed Retail

44 Wereldhave