Print
Hervorming van de accountancy: focus alstublieft!
expand article infoRoger Dassen
‡ Vrije Universiteit Amsterdam, Amsterdam, Netherlands
Open Access

Wie dacht dat Britse politici de afgelopen maanden alleen nog maar tijd hadden om de wereld te laten zien hoe politieke besluiteloosheid tot extreme hoogte kan worden gedreven, komt bedrogen uit. Temidden van de Brexit-debatten zagen enkele parlementariërs zowaar kans om tot aanbevelingen over het accountantsberoep te geraken. Een interessant rapport (House of Commons 2019), veel rijker qua inzicht dan de artikelen hierover in de pers doen vermoeden. Jammer, maar dat heeft de commissie geheel en al aan zichzelf te danken.

‘Britse commissie wil accountantskantoren radicaal opsplitsen’, zo bericht het Financieele Dagblad (FD 2019) op 3 april, dat ook een citaat opneemt van de voorzitster van de commissie, Rachel Reeves: “Voor de grote kantoren vormen jaarrekeningcontroles vaak een opstap om de melkkoe van de adviespraktijk van stal te halen. Het opsplitsen van controle en advies zou een grote stap voorwaarts betekenen op weg naar een cultuur die nodig is om hoogwaardige jaarrekeningcontroles af te leveren.” Tja. Het feit dat overal in de Europese Unie, en dus ook (nog) in het Verenigd Koninkrijk, vergaande restricties zijn voorgeschreven ten aanzien van de combinatie van controle en advies bij een (OOB-)klant is de commissievoorzitster kennelijk even ontgaan. Dat als gevolg van die restricties ‘de melkkoe van de adviespraktijk’ bij controlecliënten per definitie een eenzaam bestaan op stal moet aanvaarden, is de Right Honourable Lady kennelijk in alle politieke hectiek ontgaan.

Treurig dit, maar ook wel weer tekenend voor het debat over de accountancy. Boosheid en verontwaardiging over het tekortschieten van de accountancysector in schandalen als onder meer Carillion leiden tot maatschappelijke en politieke reflexen die niet altijd helpen om het probleem op te lossen. En waar wij de afgelopen maanden regelmatig de speaker van het Lagerhuis hebben horen oproepen tot ‘restraint’ en ‘Zen’, zou het eigenlijk wel goed zijn om weer eens nuchter stil te staan bij de vraag wat nu het echte probleem is. Wat zijn de situaties die twijfel doen rijzen aan de effectiviteit van het accountantsberoep? Wat mij betreft zijn het er vijf. Het niet ontdekken dan wel rapporteren van (1) fraude, (2) continuïteitsproblematiek of (3) compliance-issues bij de auditee; (4) kwaliteitsproblemen in de accountantscontrole en (5) de toekomstbestendigheid van audit. Laat ik die 5 even kort bespreken.

Het accountantsberoep heeft een ambigue geschiedenis als het gaat om de verantwoordelijkheid voor het ontdekken van fraude. Enerzijds is het beroep historisch gezien ontstaan vanuit zorgen over fraude, anderzijds heeft het beroep geruime tijd de verantwoordelijkheid voor het ontdekken ervan gebagatelliseerd. Dat laatste is niet geheel onbegrijpelijk, aangezien er zeker beperkingen zitten aan het ontdekken van fraude. Maar de afgelopen jaren zijn de mogelijkheden om fraude te ontdekken fors toegenomen. De combinatie van artificial intelligence, data analytics en in zijn algemeenheid betere checks and balances binnen bedrijven zouden de detectie van fraude aanzienlijk moeten vereenvoudigen. De bal ligt nadrukkelijk op de speelhelft van de kantoren en het accountantsberoep. Wij hebben geen behoefte aan fraaie theoretische bespiegelingen over waar de grenzen van de verantwoordelijkheid liggen, maar aan krachtige tools die de accountants in het veld ondersteunen om fraudes te ontdekken. Beroep en kantoren, laat zien wat ‘ the art of the possible’ op dit gebied is. Laat zien wat jullie bezig zijn te ontwikkelen, vanuit de multidisciplinaire capaciteit waarover de grote kantoren beschikken, en geef aan wat jullie van anderen nodig hebben om dit te laten werken. Wat moeten audit committees doen, wat vergt het van de auditees, hoe kan de regulator bijdragen om nieuwe technieken in versneld tempo in te voeren, die de kans op het ontdekken van fraude dramatisch vergroten ten opzichte van de huidige praktijk?

Ten aanzien van continuïteit geldt een vergelijkbaar uitgangspunt. Juist vanuit de multidisciplinaire kennis, inzichten, tools en staffing waarover de grote kantoren beschikken, moet het mogelijk zijn om nog beter een diagnose van de toestand van de auditee te maken. Waarbij een accountant toch echt iets uit te leggen heeft wanneer binnen een jaar na de jaarrekening discontinuïteit optreedt. De Stuurgroep Publiek Belang heeft deze kwestie op de korrel, in een Green en een White paper, en ook hiervoor geldt: stop met theoretische afbakening, laat aan de wereld zien wat mogelijk is, en wat het accountantsberoep van anderen nodig heeft om op dit punt een duidelijk gedefinieerde verantwoordelijkheid te kunnen dragen. Ook hier geldt dus: de bal ligt op het speelveld van het beroep en de kantoren.

Ten aanzien van de rol van de accountant in het beoordelen van de compliance van de auditee zou ik met name willen pleiten voor een duidelijke afbakening. Het is naar mijn mening maatschappelijk niet efficiënt om de accountant verantwoordelijk te houden voor de compliance van de auditee op alle terreinen. Bijvoorbeeld als het gaat om compliance ten aanzien van technische, veiligheids- en milieu-eisen is het niet logisch om te veronderstellen dat een accountant let op de details van naleving, ook in een situatie waarin niet naleving materiële gevolgen zou kunnen hebben. In dit kader moeten afspraken worden gemaakt, bijvoorbeeld met de relevante wetgever, welke aspecten van compliance specifiek door de accountant zullen worden onderzocht. Met name daar waar een link ligt met criminaliteit (witwassen, terrorismefinanciering) ligt volgens mij gelet op zowel de maatschappelijke functie als de deskundigheid een verantwoordelijkheid voor de accountant voor de hand. Indien die verantwoordelijkheid duidelijk is aangewezen, kunnen accountants met meer focus werken aan het invullen van die rol dan momenteel gebeurt. Kortom, ik zie hier een verantwoordelijkheid voor wetgever en regulators om keuzes te maken, en vervolgens voor beroep en kantoren om binnen die keuzes met meer energie dan nu voor een goede invulling te zorgen.

Kwaliteitsproblemen in de audit hebben de afgelopen tijd buitengewoon veel aandacht gehad. Hoe de beeldvorming hierover ook mag zijn, op dit terrein hebben zeker de grote kantoren een forse stap voorwaarts gezet. Ik ga er hier kort over zijn, hier ligt voor veel partijen een verantwoordelijkheid. Voor het beroep om op dit punt meer consistentie in de verbeteringsagenda te krijgen. Voor de toezichthouder, om meer dan nu waardering te uiten voor de kantoren die de verbeteringsslag gemaakt hebben, en deze als voorbeeld te stellen voor hen die achterblijven. Zodat concurrentie op kwaliteit beter dan nu mogelijk wordt gemaakt.

Tenslotte de toekomstbestendigheid van de audit. Een belangrijk thema. Business reporting gaat tegenwoordig aanzienlijk verder dan historische financiële informatie. Niet-financiële, kwalitatieve en prospectieve informatie dragen veelal meer bij aan het begrip over de value drivers in een onderneming. De betrokkenheid van de accountant bij dergelijke informatie is veelal beperkt. Ook hier ligt de bal primair op de speelhelft van het beroep. Maak duidelijk wat er kan, geef aan hoe assurance ten aanzien van dit soort informatie van maatschappelijke waarde kan zijn, en geef aan welke bijdrage van stakeholders nodig is om dit succesvol te maken. Met name op dit punt ben ik erg benieuwd naar de aanbevelingen van de Brydon Review in het Verenigd Koninkrijk, waarnaar in het reeds aangehaalde rapport van het Britse parlement veelvuldig wordt gerefereerd.

Ik zou willen dat de agenda de komende jaren tot deze aandachtspunten beperkt blijft. De kantoren en het accountantsberoep hebben een flinke waslijst af te werken. Verdere voortgang boeken rondom de kwaliteitsagenda, maar vooral laten zien wat ‘ the art of the possible’ is op het gebied van fraude, going concern, compliance en de toekomstagenda. Regulators moeten nagaan welke bijdrage zij kunnen leveren aan deze punten. Beroep en regulators samen hebben een grote verantwoordelijkheid om het beroep aantrekkelijk te houden voor nieuwe toetreders. Door het beroep te laten innoveren op de aangegeven terreinen, en door een beter gebalanceerd beeld over het beroep neer te zetten. Politici tenslotte moeten het hoofd koel houden. Opgeblazen retoriek zoals die uit het Britse parlement gaat niet helpen. Audit only, joint audit, afschaffen van de wettelijke controleplicht, het instellen van een Rijksaccountant. Interessant concepten, goed verkend in AFM (2018), maar zoals daaruit blijkt zijn er naast de voordelen ook de nodige complicaties en ronduit nadelen. Nog afgezien van het feit dat voor een aantal van deze alternatieve structuren geldt dat zij wellicht een bijdrage leveren aan het vergroten van de concurrentie, maar niet noodzakelijkerwijs aan de kwaliteit, terwijl dat toch als het primair op te lossen probleem werd gezien. Als de komende tijd de aandacht uitgaat naar dit soort alternatieve structuren, dan vrees ik dat wij allen worden afgeleid van waar het werkelijk om gaat. Kantoren moeten alle energie, en alle multidisciplinaire kennis waarover zij (nog) beschikken, gaan richten op de inhoudelijke innovaties waarover wij eerder spraken, en niet op de schijnoplossingen die besloten liggen in de structuurkwesties. In de woorden van de onvolprezen speaker, John Bercow: “Order, restraint, zen. The honourable gentlemen should learn the art of patience.” Ik hoop dat de politiek die rust laat zien, en dat het beroep en de kantoren in ruil daarvoor op korte termijn laten zien waartoe zij in staat zijn. Alleen met die focus wordt er gebouwd aan een toekomstbestendig accountantsberoep!

Prof. dr. R. Dassen RA is CFO bij ASML te Veldhoven en hoogleraar Auditing aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Literatuur