Print
De Covid-19 crisis: unprecedented times!
expand article infoRalph ter Hoeven§
‡ Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, Netherlands
§ Deloitte Accountants B.V., Rotterdam, Netherlands
Open Access

Ongekende schokken op financiële markten, ongekende overheidsmaatregelen, ongekende inperking van vrijheden van personen met even ongekende gevolgen voor gehele bedrijfstakken en ongekende negatieve macro-economische schokken. Eigenlijk past maar een (Engels) woord bij de fenomenen die we gerelateerd aan Corona (Covid-19) hebben gezien en zien: unprecedented. Met niets te vergelijken, ongekend.

Kijkend naar de chronologie van het Covid-19 nieuws vanaf maart 2019 op het gebied van de financiële verslaggeving, dan valt gelijk al een bericht op van de Europese koepel van beurstoezichthouders (ESMA) tezamen met die van de Europese Bankenautoriteit (EBA 2020). In dit bericht van 25 maart werden banken opgeroepen de flexibiliteit binnen IFRS 9 volkomen te benutten. En werd aangegeven dat het gebruik maken van overheidssteun niet zonder meer betekent dat het risico van wanbetaling significant is gestegen. Bij het bepalen van het verwacht kredietverlies moet dan volgens de ESMA wel weer rekening worden gehouden met overheidsgaranties en steun.

Dit cryptisch aandoend bericht kan niet anders worden gelezen dan als een aanmoediging voor banken om niet te pessimistisch te zijn in het inschatten van het kredietverlies. Voor de kenners van IFRS 9 een volkomen overbodige mededeling want IFRS 9 vereist een onbevooroordeelde (unbiased) beste inschatting van de verwachte oninbaarheid. Niet te optimistisch en niet te pessimistisch. De boodschap van ESMA/EBA wordt eigenlijk nog merkwaardiger als we nagaan dat IFRS 9 een antwoord is op de kritiek op zijn voorganger (IAS 39). Deze standaard zou de kredietverliezen te laat en te beperkt (too little, too late) nemen voorafgaande aan crisissituaties. Nu hebben we een standaard waarmee de buffers naar beste schatting kunnen worden verhoogd aan het begin van een ongekende gezondheidscrisis en dan waarschuwt de EBA voor het teveel ophogen van de voorziening. Is het niet de EBA die waakt over de financiële stabiliteit in de Europese Unie? Het woord unprecedented mag hier gerust van stal worden gehaald.

Wat overigens niet unprecedented is, is een in allerhaast doorgevoerde verandering van een accountingstandaard vanwege politiek ongewenst geachte accounting-uitkomsten. Zo werd tijdens de kredietcrisis van 2008 in allerijl IAS 39 aangepast om financiële bezittingen die tegen fair value werden gewaardeerd te kunnen herclassificeren naar kostprijs. Als gevolg hiervan hoefde ‘de markt’ (lees: dalende marktprijzen) niet te worden gevolgd. Een aanpassing in de opvolger IFRS 9 acht ik niet waarschijnlijk maar er is onlangs wel besloten om de in 2019 van kracht geworden standaard over leasing (IFRS 16) met stoom en heet water aan te passen. En dat is dan wel weer unprecedented omdat IFRS 16 eigenlijk alle bedrijfstakken raakt terwijl tot nu toe de aanpassingen toch vooral bedoeld waren voor banken en verzekeraars ter ondersteuning van de stabiliteit van de financiële markten.

Aan IFRS 16 wordt nu een alternatief toegevoegd waardoor gunstige effecten van huurprijsverlagingen volledig in het huidig boekjaar kunnen worden verwerkt. Een ‘matching’ wordt zo beoogd met de vaak ongekende daling van het resultaat als gevolg van Covid-19. In een column in accountant.nl1 heb ik al aangegeven dat dit soort geitenpaadjes de kwaliteit van de standaard niet verbetert. Niet alle ondernemingen zullen er gebruik van maken waardoor vergelijkbaarheid weer wordt bemoeilijkt. Bovendien kent het alternatief zelf weer complexiteiten zoals de definiëring, afgrenzing en berekening het genoten huurvoordeel. Laat de principes van de standaard het werk doen en geef extra toelichting waar nodig.

Wat toch vooral weer opvalt is de buigzaamheid van een regelgever als de IASB. Waarom in allerijl een net in werking getreden standaard aanpassen terwijl het evident is dat er slechts voor een aantal ondernemingen een materieel effect zal optreden? De oorzaak ligt in het feit dat de Amerikaanse regelgever, de FASB, een soortgelijke aanpassing heeft doorgevoerd. Het argument van een gelijk speelveld voor ondernemingen wordt dan weer van stal gehaald en voor dit soort argumenten is de IASB gevoelig.

Maar de Verenigde Staten gaan nog veel verder dan een aanpassing in de leasestandaard. Er is in de Coronavirus Aid, Relief, and Economic Security (CARES) Act van 27 maart 2020 bepaald dat banken het prudente kredietvoorzieningsmodel van US-GAAP dit jaar niet meer hoeven toe te passen. Een ongekende ‘overruling’ door de uitvoerende macht in de toepassing van US-GAAP. Ook de regels over Troubled Debt Restructurings (veranderingen van leningvoorwaarden als gevolg van slechtere kredietwaardigheid van de leningnemer) mogen als gevolg van CARES worden uitgesteld. Het is wel goed om te weten dat het hier een optie betreft. Je hoeft dus niet van de uitstelmogelijkheid gebruik te maken.

De conclusie mag zijn dat de IASB het aan heeft gedurfd het meest ‘brave’ onderdeel van het VS-pakket over te nemen in zijn standaarden. Maar van een vrijstelling van (delen) het kredietvoorzieningsmodel zal uiteraard geen sprake zijn. Hierin is de VS unprecedented.

Er is een kernbeginsel dat in de financiële verslaggeving toch altijd redelijk intact is gebleven en dat is dat boekhoudregels de resultaten vastleggen zoals deze daadwerkelijk zijn gemaakt. Het behaalde resultaat wordt dan vaak nog wel verder uitgesplitst zoals in een Ebitda2 al dan niet geschoond voor incidentele posten. Het Duitse industriële concern Schenk Process kwam echter in zijn eerstekwartaalbericht met een noviteit: earnings before interest, tax, depreciation, amortisation and corona (Ebitdac). Er werden op sociale media al eerder grappen gemaakt over de ‘winst voor corona’ maar het was toch een verrassing dat deze grap toch geen grap bleek te zijn. Er werd door Schenk Process 5,4 mln. EUR aan winst ‘teruggeboekt’ waardoor een resultaat werd weergegeven alsof het corona-virus niet zou hebben plaatsgevonden. Fantasieboekhouding dus. En ook weer unprecedented.

Het zal duidelijk zijn dat beleggers hier niet op zitten te wachten. Het is eigenlijk ook onbegrijpelijk omdat het bestuursverslag (zowel in tussentijdse berichten als in de jaarrekening) nog altijd redelijk vormvrij is. Het bestuur heeft hierin alle ruimte om zowel de financiële als niet-financiële prestaties te analyseren, te duiden en te confronteren met de eigen doelstellingen en prestatiemaatstaven. En uiteraard ook om te aan te geven hoe Covid-19 ingrijpt in het verdienmodel van nu en die van de toekomst en op welke wijze de onderneming de strategie inzet op het gebied van investeringen, personeelsbeleid en financiering als gevolg van de gewijzigde omstandigheden.

Dan nog even terug naar de regelgeving. Is haastige verandering van regels dan altijd onverstandig? Ik zou zeggen: ja als het gaat om boekhoudregels en zeker de regels die banken raken. Sterke banken met hoge buffers zullen niet gebruik (willen) maken van de vrijstellingen om zo aan analisten te signaleren dat zij wel voldoende buffers hebben opgebouwd.3 Zo berichtte het FD van 20 april dat het wel leek of Amerikaanse banken elkaar probeerden af te troeven wie de stroppenpot het meest kon aanvullen. Terwijl dus de stroppenpot geeneens aangevuld hoefde te worden. Zwakkere banken die wel gebruik gaan maken van deze vrijstelling zullen met meer argwaan worden gevolgd. Ook in 2008 is lang niet door alle banken gebruik gemaakt van het hiervoor genoemde IAS 39-amendement (Bout and Ter Hoeven 2010) wat ook weer als een signaal door analisten kan worden begrepen. Kortom financiële stabiliteit versterk je niet met boekhoudkundige vrijstellingen; integendeel zelfs.

Maar soms ontkom je niet aan een snelle verandering van regels. Een mooi voorbeeld is de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkgelegenheid (NOW). De wet kent een onderbouwing vanuit een economisch motief (behoud van werkgelegenheid en herbenutting arbeidspotentieel na de gezondheidscrisis) en kon niet anders dan snel worden ingevoerd om effectief te zijn.

De wet vraagt ook om een accountantsverklaring bij de uiteindelijke aanvraag van de NOW-subsidie. En dat brengt mij bij mijn laatste punt. Accountants hebben in het verleden nog wel eens vanuit aansprakelijkheidsrisico gereageerd. Denken in termen van wat er mis kan gaan als bijvoorbeeld een fraude niet ontdekt wordt. In de geest van Limperg, die de maatschappelijke betekenis van het beroep centraal stelt, dient dit perspectief omgedraaid te worden. Het is juist goed voor het accountantsberoep dat ondanks de maatschappelijke discussie over de kwaliteit van zijn werk de wetgever een beroep op hem (blijft) doet (doen). Het perspectief moet dan zijn: deze handschoen pakken we op want de maatschappij heeft onze deskundigheid nodig bij de controle of het geld van de belastingbetaler terecht komt bij degenen die daar ook echt recht op hebben.

En ik zie gelukkig ook hoopvolle tekenen van deze kanteling waar toch ook de term unprecedented op van toepassing is. Positief acht ik hoe ambtenaren van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid intensief lijken samen te werken met het NBA om te komen tot geschikte controleprotocollen en standaarden. Een samenwerking die ook al heeft geleid tot reparaties in de NOW. Dit is in het verleden nog wel eens anders geweest. Positief is ook dat de organisatie waar ik zelf aan verbonden ben door middel van een blog4 zich nadrukkelijk uitspreekt om oplossingsgericht te denken. Een dergelijke uiting had ik in een nog niet zo grijs verleden niet voor mogelijk gehouden. Deze blog lijkt ook aan te sluiten met de oproep van Roger Dassen (2019) in zijn vorige column in dit blad: accountant, laat in je werkzaamheden zien wat de ‘art of possible’ is. Dus laat zien wat mogelijk is als je gebruik maakt van een intelligente controle-aanpak en daarbij de modernste controletechnieken inzet (data-extractie, vergelijkende en forensische data-analyse, koppeling databestanden, kunstmatige intelligentie, et cetera). Als het zo lukt om bij te dragen aan de rechtmatigheid van miljarden aan uitgegeven NOW-gelden, dan kan deze coronacrisis leiden tot een positief precedent in het herstel van vertrouwen in deze sector.

Prof. dr. R. ter Hoeven RA is partner op het vaktechnisch centrum van Deloitte Accountants en is als hoogleraar Externe Verslaggeving verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Deze column is mede geïnspireerd door suggesties van mijn linked-in volgers na een oproep op dit platform. De auteur dankt in dit kader Gerrit Spijksma, Alidus Dannenberg en Maurice Dercks.

Noten

1

Blog. Ter Hoeven RL (2020) Practical expedients: de geitenpaadjes binnen IFRS. Accountant.nl, 24 april 2020. https://www.accountant.nl/discussie/opinie/2020/4/practical-expedients-de-geitenpaadjes-binnen-ifrs/

2

Earnings before interest, tax, depreciation, amortization.

3

Blog. Ter Hoeven RL (2020) Politieke bemoeienis met boekhoudregels heeft averechts effect. Blog 3 mei 2020. https://www.linkedin.com/pulse/politieke-bemoeienis-met-boekhoudregels-heeft-effect-ralph-ter-hoeven/?trackingId=%2BDT8xY8NTiWVuMaJk%2Bo%2FUQ%3D%3D

Literatuur

  • Bout JL, Ter Hoeven RL (2010) Herclassificatie van financiële activa. Aanleiding, inhoud en toepassing van een politiek gedreven IAS 39-amendement. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 84(3): 133–142. https://doi.org/10.5117/mab.84.15759