Print
Hoe transparant zijn Europese banken over duurzaamheid?
expand article infoNancy Kamp-Roelands, Hugo van den Ende§, Marcus Looijenga
‡ Rijksuniversiteit Groningen, Groningen, Netherlands
§ PwC, Amsterdam, Netherlands
Open Access

Samenvatting

De transitie naar een duurzame economie, waarbij economische, milieu- en sociale aspecten beter met elkaar in evenwicht zijn, vergt grote investeringen. De financiële dienstensector heeft een belangrijke faciliterende rol. Op Europees niveau komt daarom verdere wetgeving op het gebied van duurzame investering en financiering en de transparantie daarover. Dit onderzoek onder 50 grote Europese banken toont aan dat zij weliswaar veel pagina’s besteden aan het onderwerp, maar dat onvoldoende inzicht wordt gegeven over duurzaamheid in de kernactiviteiten, te weten duurzame investering en financiering, hoe duurzaamheid strategisch is gekoppeld aan prestatie-indicatoren en beloningsbeleid en risicomanagement. Er is een goed begin gemaakt, maar er moet nog veel gebeuren.

Trefwoorden

Europese banken, duurzaamheid, transparantie

Relevantie voor de praktijk

Via investeringen, al dan niet namens derden, financieringen en beleggingen in onroerend goed spelen banken een belangrijke rol in de transitie naar een meer duurzame economie. Transparantie daarover geeft inzicht in de mate waarin deze transitie gerealiseerd wordt. Dit artikel gaat in op de vraag of de grotere banken in Europa al voldoende transparant zijn over de duurzaamheidsaspecten van hun activiteiten, in hoeverre zij al voldoende anticiperen op toekomstige wet- en regelgeving en waar deze transparantie verder verbeterd kan worden.

1. Inleiding

Duurzaamheid kan als onderwerp breed geïnterpreteerd worden, de urgentie ligt bij de impact die organisaties hebben op de planeet en visa versa. Klimaatverandering en de aantasting van het milieu vormen een existentiële bedreiging voor Europa en de wereld en zal waarschijnlijk verstrekkende gevolgen hebben voor zowel de vraag- als aanbodzijde van de economie (International Monetary Fund 2019). Klimaatverandering heeft een verreikende impact in reikwijdte en omvang en is onomkeerbaar, het kan niet als een traditioneel economisch risico worden gezien (Network for Greening the Financial System (NGFS) 2019). Europa wil daarom het eerste klimaatneutrale continent worden. Hiervoor is in december 2019 een Europese Green Deal gepresenteerd (Europese Commissie 2019a). Centraal in de Green Deal staat de nieuwe groeistrategie gericht op de transitie naar een moderne, grondstoffenefficiënte en concurrerende economie in Europa die:

– de netto-uitstoot aan broeikasgassen tegen 2050 tot nul reduceert (via tussentijdse doelen voor 2030);

– economische groei oplevert zonder grondstoffen uit te putten; en

– inclusief is.

Er zijn investeringen nodig om bijvoorbeeld hulpbronnen efficiënter en circulair te gebruiken, voor product- en procesinnovaties om vervuiling en de uitstoot van broeikasgassen en stikstof terug te dringen, voor een duurzame energiesector en voor grotere energie-efficiëntie van gebouwen. Het behalen van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030 vragen in Europa jaarlijks al naar schatting EUR 260 mld. extra investering, ongeveer 1,5 % van het bbp in 2018 (Europese Commissie 2019a).

1.1 Financiële sector heeft een specifieke rol om oplossingen te faciliteren en te drijven

Financiële instellingen en vooral banken worden geacht een belangrijke faciliterende rol te spelen bij de overgang naar een koolstofarme economie (Thimann 2019). Australisch onderzoek suggereert dat beleggers de overwegingen van banken met betrekking tot klimaatrisico’s meenemen in hun kredietverleningsbeslissingen, maar dat de informatieasymmetrie rond klimaatrisico’s van bedrijven nog groot is (Herbohn et al. 2019).

Naast een faciliterende rol lopen financiële instellingen zelf ook risico’s. Klimaatrisico’s kunnen door de koppeling aan andere maatschappelijke risico’s leiden tot ontwrichting van de economie (Financial Stability Board (FSB) - Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD) 2017). Gegeven de rol van de financiële instellingen voor de stabiliteit van de economie is het dus relevant om inzicht te hebben in de klimaatrisico’s van de portefeuille. Tijdslijnen voor klimaatrisico’s sluiten steeds beter aan bij bankproducten (McKinsey & Company 2020) en onderzoek laat zien dat emissies gerelateerd zijn aan financiële risico’s van investeringsactiva, bijvoorbeeld doordat weersomstandigheden (fysiek risico) en mogelijke CO2-belastingen (transitierisico) de waardering kunnen beïnvloeden (Trinks 2020).

Daarnaast biedt een proactieve strategie op het gebied van duurzaamheid ook commerciële kansen nu ondernemingen vanuit ketenbeheer steeds explicieter deze keuzes maken (McKinsey & Company 2020).

1.2 Rapportering van klimaatgerelateerde informatie is essentieel

Transparantie over de duurzaamheid van investeringen, al dan niet namens derden, financieringen en beleggingen in onroerend goed van banken geeft inzicht in de mate waarin de transitie naar een klimaatneutrale economie gerealiseerd wordt. Gezien de urgentie van het onderwerp klimaatverandering, zijn de toelichtingen op de effecten van klimaatverandering en op de bedrijfsvoering noodzakelijk (AFM 2019) en vragen beleggers hiernaar (Eumedion 2020; BlackRock 2020). Het is dus essentieel dat banken relevante, vergelijkbare en betrouwbare klimaatgerelateerde informatie geven.

Vanuit legitimatieredenen rapporteren al veel bedrijven, waaronder banken, klimaatgerelateerde informatie, vaak als onderdeel van algemene milieu-, sociale en governance- (ESG), duurzaamheids- of maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO-)rapportages (KPMG 2017). Grotere Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen geven op het gebied van klimaat meer informatie dan kleinere beursgenoteerde ondernemingen (Kamp-Roelands et al. 2019).

1.3 De EU ziet dit en maakt er wetgeving op

De grote omvang van investeringen die nodig zijn om de transitie naar een duurzaam Europa vorm te geven was in 2018 aanleiding voor het Europese actieprogramma voor de duurzame financieringsagenda (Europese Commissie 2020). Deze agenda is breder dan klimaat en omvat duurzaamheid in brede zin, te weten economische, milieu- en sociale aspecten. Transparantie vormt een belangrijk onderdeel van de EU duurzame financieringsagenda.

1.3.1 Wet niet-financiële informatie en aanverwante aanbevelingen

De belangrijkste basis voor transparantie over duurzaamheid door banken in Europa vormt de EU-richtlijn (2014/95/EU) met betrekking tot de bekendmaking van niet-financiële informatie en informatie inzake diversiteit (Europese Commissie 2014). Deze wetgeving is vanaf verslagjaar 2017 van toepassing op organisaties van openbaar belang met meer dan 500 werknemers in de Europese Unie. Europese banken zijn daarom verplicht te rapporteren over aspecten van de bedrijfsvoering met betrekking tot milieu-, sociale en personeelsaangelegenheden, eerbiediging van mensenrechten en bestrijding van corruptie en omkoping. Er moet ten minste inzicht worden gegeven in:

• het gevoerde beleid (indien aanwezig, inclusief toegepaste zorgvuldigheidsprocedures);

• de resultaten van het gevoerde beleid;

• de voornaamste risico’s en beheersing van deze risico’s; en

• niet-financiële prestatie-indicatoren.

Vanwege de klimaaturgentie heeft de Europese Commissie (Europese Commissie 2019b) aanvullend meer gedetailleerde aanbevelingen gepubliceerd met betrekking tot het rapporteren over klimaat. Toepassing is op vrijwillige basis, maar wordt dringend geadviseerd. Deze aanbevelingen integreren zoveel mogelijk de eerder gepubliceerde TCFD-aanbevelingen van de Financial Stability Board van de G20 (FSB-TCFD 2017). Banken en andere ondernemingen zijn bezig om deze klimaatinformatie op te nemen in hun jaarverslaggeving (FSB-TCFD 2019). Het Corporate Reporting Lab van de European Financial Reporting Advisory Group (EFRAG) heeft best practices gepubliceerd (EFRAG 2020).

Ook de Europese Centrale Bank (ECB) sluit aan bij de TCFD-aanbevelingen over transparantie inzake governance, strategie, risicomanagement en prestatie-indicatoren en doelstellingen. De bedoeling is dat banken de aanbevelingen vanaf verslagjaar 2021 gaan toepassen (ECB 2020). Daarnaast heeft de European Securities and Market Authorities gezegd expliciet te gaan monitoren op sustainability in haar toezichtstrategie (ESMA 2019).

1.4 Het Europese actieplan voor de financiering van duurzame groei en toekomstige wet- en regelgeving

Het Europese Actieplan voor de financiering van duurzame groei (Europese Commissie 2018) is gecombineerd met de Europese wetgeving over niet-financiële informatie een stimulans voor meer transparantie op het gebied van duurzaamheid. Voor de praktische invulling van duurzaamheid zijn voor sectoren definities en bijbehorende indicatoren ontwikkeld (EU Technical Expert Group on Sustainable Finance (TEG) 2020a). Vanwege de urgentie is gestart met klimaataanpassing en klimaatmitigatie. Van Europese banken wordt verwacht dat zij hun investeringen en financieringen gaan classificeren volgens deze taxonomie. Er moet dus meer inzicht komen in de portefeuille.

Op productniveau moet in precontractuele informatie (zoals brochures), informatie op de website en informatie in periodieke verslagen voor financiële producten met een duurzaamheidgerelateerd effect informatie worden gegeven over het beleggingsbeleid, de coherentie met beloningsbeleid, het risicomanagement en over het duurzaamheidsaspect van het product zelf (Europese commissie 2019c). Met betrekking tot financiering komt er een EU Green Bond standaard, waarbij een obligatie alleen als Europese groene obligatie mag worden geclassificeerd als deze voldoet aan de taxonomie (TEG 2020b). De toepassing is vrijwillig, want er zijn ook andere (internationale) schema’s voor groene obligaties.

Kortom, een veelheid aan wet- en regelgeving voor Europese banken nu en in de toekomst. De vraag is in hoeverre banken transparant zijn over duurzaamheid, al dan niet ingegeven door naleving wet- en regelgeving, commercieel belang of een intrinsieke maatschappelijke bijdrage. Tenslotte hebben zij zeker na de bankencrisis een belangrijke maatschappelijke rol in onze samenleving.

Voor ons onderzoek hebben we op basis van bestaande en toekomstige wetgeving de belangrijkste benodigde informatie over duurzaamheid samengevat als basis voor de inhoudsanalyse. Paragraaf 2 beschrijft de onderzoeksopzet en de onderzoeksresultaten van ons onderzoek naar de transparantie op het gebied van duurzaamheid door 50 grote Europese banken. Het artikel eindigt met een slotbeschouwing in paragraaf 3.

2. Resultaten empirisch onderzoek

2.1 Onderzoekpopulatie en object van onderzoek

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van de lijst van 50 banken die in eerder onderzoek naar Europese banken door Ter Hoeven et al. (2019) zijn geïdentificeerd. Deze lijst was gebaseerd op de 2016 Transparency Excercise van de Europese Centrale Bank waarin toen 51 banken waren opgenomen. We hebben beoordeeld of de lijst nog actueel was. Ten tijde van ons onderzoek omvatte de 2019 Transparency Excercise database van de EBA 127 banken. We hebben daarom eerst een selectie gemaakt van de banken die potentieel de grootste impact kunnen hebben, zowel voor wat betreft de omvang van hun activiteiten als het mogelijke risico op de stabiliteit van de economie. Het uitgangspunt is het op het moment van het onderzoek meest actuele overzicht van Europese en nationale systeembanken van de Europese Bankautoriteit (EBA 2019). De 36 Europese systeembanken (met officiële aanduiding global systematicly important intitutions G-SII) hebben een leverage ratio exposure1 van meer dan EUR 200 mld. en voldoen aan een aantal overige criteria. De Europese Bankautoriteit volgt de aanbevelingen van de Bazel commissie om deze banken te identificeren. Deze banken rapporteren over EBA-indicatoren die mondiaal relevant zijn in het kader van het systeemrisico. De lijst van de EBA met Europese systeembanken omvat ook de 11 systeembanken die volgens de FSB een mondiaal systeemrisico kunnen veroorzaken. In ons onderzoek hebben we 35 Europese systeembanken geanalyseerd. Van één Europese systeembank ontbrak de sustainability informatie.2 Omdat het onderzoek over 2019 gaat is het Verenigd Koninkrijk nog meegenomen in het onderzoek. De tabel in de bijlage laat zien dat wij drie Europese systeembanken hebben geanalyseerd die niet eerder waren opgenomen in de selectie van Ter Hoeven et.al. (2019): DZ-Bank, Nationwide en Standards Chartered. Met betrekking tot de nationale systeembanken zijn twee nationale systeembanken uit het overzicht van Ter Hoeven et.al. (2019) niet meegenomen omdat ten tijde van ons empirisch onderzoek duurzaamheidsinformatie ontbrak. Omdat de selectie bij Ter Hoeven et. al. (2019) uit 49 ondernemingen bestond is op basis van omvang balanstotaal één nationale systeembank toegevoegd.3 In totaal komt de selectie daarmee op 35 Europese systeembanken en 15 nationale systeembanken.

Het balanstotaal van de Europese systeembanken (in dit artikel verder aangeduid als G-SII) varieert flink. De grootste Europese systeembank heeft een balanstotaal van EUR 3.207 mld. en de kleinste een balanstotaal van EUR 216 mld. Daarom is deze groep verder opgesplitst naar een balanstotaal van groter of gelijk aan EUR 699 mld. en een balanstotaal kleiner dan EUR 699 mld. Voor de overige nationale systeembanken (in dit artikel verder aangeduid als D-SII) varieert het balanstotaal tussen EUR 207 mld. en EUR 32 mld. In de bijlage wordt een overzicht gegeven van de onderzoekspopulatie.

Tabel 1.

Onderzoekspopulatie.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
Aantal (N) 16 19 15 50
Gemiddeld balanstotaal (in mld. EUR) 1299 343 124 583

Voor de analyse hebben we gebruik gemaakt van de informatie uit het jaarverslag en de afzonderlijke duurzaamheidsverslagen. Als vanuit daar een verwijzing wordt gemaakt naar meer gedetailleerde informatie op de website of in overige verslagen, bijvoorbeeld een impactverslag, dan is deze informatie ook meegenomen in ons onderzoek. In tegenstelling tot Nederland waar de wetgeving rondom niet-financiële informatie vereist dat de informatie in het bestuursverslag wordt opgenomen hebben veel andere Europese landen gebruik gemaakt van de optie om de informatie in een afzonderlijk verslag op te nemen (Accountancy Europe 2018). Tabel 2 geeft een overzicht van de variëteit aan verslagen die doorgenomen zijn.

Wat tijdens de analyse onmiddellijk opviel was de omvang van de jaarverslagen van Europese banken. Het verslag van BPCE telt bijvoorbeeld 696 pagina’s. Wat ook opvalt is dat de grotere systeembanken informatie in het jaarverslag opnemen, en aanvullend voor bepaalde onderwerpen meer gedetailleerde informatie beschikbaar stellen. Zo hebben Handelsbanken en SEB een afzonderlijk TCFD-verslag (zie paragraaf 1.3) opgesteld. Vanwege de vele regelgeving heeft ABN AMRO ervoor gekozen om een geïntegreerd verslag als kerndocument op te stellen zodat zij hun strategie en langetermijnwaardecreatie voor belanghebbenden kort en bondig kunnen vertellen. De jaarrekening en het bestuursverslag zien zij vervolgens als een van hun meer gedetailleerde rapportages.

2.2 Omvang van de investerings- en financieringsportefeuille

De Europese Commissie ziet een grote rol voor banken. Daarom is bij het onderzoek direct gekeken naar de potentiële bijdrage van de investeringen en financiering. Dit schetst een context voor de rest van ons onderzoek. Banken investeren vooral namens hun cliënten. Als gevolg daarvan kunnen de investeringen die zij onder beheer hebben (assets under management) niet uit de balans gehaald worden. Uit tabel 3 blijkt dat de duurzame investeringen onder beheer in verhouding tot hun totale portefeuille slechts bij 50% van de banken achterhaald kon worden. Dit resultaat valt tegen in het licht van de Europese wetgeving om vanaf 2021 beter inzicht te geven in duurzame investeringsportefeuilles.

Tabel 2.

Type verslag.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Jaarverslag 16 100% 19 100% 15 100% 50 100%
(aanvullend) Duurzaamheids-verslag 1 6% 5 26% 9 60% 15 30%
(aanvullend) Overige verslagen vaak onderwerp- specifiek 8 50% 11 58% 5 33% 24 48%
Tabel 3.

Investeringen onder beheer

G-SII (≥ 699 mld.) N G-SII (< 699 mld.) N D-SII N Totaal N
Gemiddelde omvang investeringen onder beheer (IOB) in EUR mld. 732,3 9 168,0 11 110,4 5 359,6 25
Gemiddelde omvang duurzame IOB in mld 64,4 9 42,1 11 6,3 5 43,0 25
Gemiddelde omvang duurzame IOB in % 9% 9 25% 11 6% 5 12% 25
Tabel 4.

Duurzame financiering.

G-SII (≥ 699 mld.) N G-SII (< 699 mld.) N D-SII N Totaal N
Gemiddelde totale financiering 676,8 11 196,1 8 63,2 6 375,7 25
Gemiddelde duurzame financiering 19,9 11 12,1 8 1,0 6 12,9 25
Gemiddeld % duurzame financiering 3% 11 6% 8 2% 6 3% 25

Als we kijken naar de omvang dan zijn de investeringen onder beheer die als duurzaam worden aangemerkt met name bij de grotere Europese systeembanken en de nationale systeembanken slechts beperkt van omvang met 9% respectievelijk 5%. Het is opvallend dat de kleinere Europese systeembanken die informatie geven over duurzame investeringen onder beheer (IOB) ook relatief meer IOB als duurzaam aanmerken. Het lijkt alsof zij meer ruimte hebben om zich strategisch te positioneren op het gebied van duurzaamheid. Opgemerkt moet worden dat op dit moment Europese banken nog een eigen definitie hanteren voor wat zij als duurzaam beschouwen. Als de criteria uit de Europese Taxonomie voor duurzaamheid (zie paragraaf 1.4) van toepassing worden kan dit invloed hebben op de omvang. De overall lage omvang van duurzame IOB kan deels ook verklaard worden doordat banken voor het erkennen van het duurzaamheidsgedeelte afhankelijk zijn van de informatie van de bedrijven die in de portefeuille zitten.

Voor de informatie over de financiering hebben we gekeken naar de financiering aan cliënten, dus niet de financiering tussen banken onderling of de stalling van gelden bij de centrale banken. Bij financiering moet vooral worden gedacht aan verstrekte hypotheken en bedrijfsfinanciering. Uit tabel 4 blijkt dat de informatie over duurzame financiering ten opzichte van de totale financiering opnieuw bij slechts 50% van de banken verkregen kon worden. De omvang van financiering die als duurzaam wordt aangemerkt is nog relatief laag voor alle categorieën. Dit kan verklaard worden doordat bedrijfsfinanciering niet altijd gekoppeld wordt aan een bepaalde investering en er met betrekking tot hypotheken het nog niet gebruikelijk is om duurzaamheid van het onderpand mee te laten wegen in de financieringsvorm of -voorwaarden. Ook hierbij zijn er nuances tussen de grotere Europese systeembanken, de kleinere Europese systeembanken en de nationale systeembanken. De verschillen zijn echter niet zo groot als bij de duurzame IOB. Opnieuw lijken de kleinere Europese systeembanken die wel informatie geven ook relatief gezien de hoogste omvang aan duurzame financiering te hebben. In paragraaf 2.5 bespreken we onze onderzoeksresultaten met betrekking tot de transparantie over het beleid van de portefeuille.

2.3 Duurzaamheid als onderdeel van de strategie en de remuneratie

2.3.1 Strategie en doelstellingen

In ons onderzoek is bekeken in hoeverre duurzaamheid en klimaatverandering op een meetbare manier is opgenomen in de strategie via strategische key performance indicators (KPIs) en concrete kwantitatieve doelstellingen of acties.

Uit tabel 5 blijkt dat bij 56% van de banken in meer of mindere mate aandacht wordt besteed aan duurzaamheid in de strategie. Slechts 18% doet dit op een uitgebreide manier, zoals de Franse bank ‘Groupe BPCE’. Deze tweede bank in Frankrijk heeft de integratie van Environmental, Social and Governance (ESG)-criteria in financierings- en investeringsbeslissingen als risico geïdentificeerd. De daarbij behorende strategische KPI is het percentage leningen dat voldoet aan de gestelde MVO-doelstellingen, die er onder meer op zijn gericht klimaatverandering tegen te gaan. Een ander risico heeft betrekking op de financiering van de energietransitie, waarbij BPCE haar cliënten wil helpen om de volgende stap te zetten in die transitie. Als KPI is geformuleerd het geleende bedrag en de procentuele verandering. Overigens scoren op dit aspect ook de Nederlandse banken in ons onderzoek redelijk tot goed.

Met name de Nationale systeembanken scoren laag, 60% heeft niets opgenomen over duurzaamheid als onderdeel van strategische KPIs. Er worden weliswaar doelstellingen opgenomen, maar deze zijn niet verankerd in de strategie. Ook kleinere Europese systeembanken scoren vergelijkbaar laag voor wat betreft de banken die informatie opnemen. Als we kijken naar de banken die wel informatie opnemen dan is er bij de kleinere Europese systeembanken wel een groter aantal dat meer gedetailleerde informatie opneemt over strategie en doelstellingen dan de nationale systeembanken.

Beleid is nauw verbonden aan strategie, een onderneming geeft daarmee aan hoe en waarmee de gestelde strategische doelstellingen gerealiseerd kunnen worden. In totaal 70% van de banken heeft informatie opgenomen over duurzaamheidsdoelstellingen. Dit bestaat dan uit een concreet actieprogramma, al dan niet aangevuld met kwantitatieve doelstellingen en vaak een tijdspad. Een best practice hiervan is figuur 1, te vinden in het Integrated Report over 2019 van Credit Agricole, wereldwijd de grootste coöperatieve bank.

Figuur 1.

Best practice Doelstellingen. Credit Agricole, 2019 Integrated Report 2019, p. 31. https://www.credit-agricole.com/en/pdfPreview/180975

Tabel 5.

Duurzaamheid als onderdeel strategische KPIs en doelstellingen.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Duurzaamheid KPIs als onderdeel van strategie
Geen informatie 1 6% 12 63% 9 60% 22 44%
Korte uitleg 10 63% 3 16% 6 40% 19 38%
Uitgebreide uitleg 5 31% 4 21% 0 0% 9 18%
Duurzaamheidsdoelstelling
Geen informatie 0 0% 8 43% 7 46% 15 30%
Acties 3 19% 1 5% 4 27% 8 16%
Kwantitatief 0 0% 1 5% 1 7% 2 4%
Combinatie 13 81% 9 47% 3 20% 25 50%

Het lijkt alsof coöperatieve banken ambitieuzer zijn bij de inbedding in de strategie. Ook Rabobank ziet duurzaamheid als een integraal onderdeel van de strategie.

Informatie over doelstellingen is door alle grote systeembanken opgenomen, voor de kleine systeembanken en de nationale systeembanken is dat meer dan de helft. Daarmee zijn er toch nog 15 Europese banken (30%) die geen duurzaamheidsdoelstellingen hebben opgenomen in het jaarverslag of daaraan gerelateerde verslagen.

2.3.2 Koppeling aan de remuneratie

Eerder onderzoek over 2018 naar Nederlandse beursgenoteerde bedrijven laat zien dat de remuneratieparagraaf nog weinig gekoppeld lijkt te zijn aan de strategieparagraaf en vaak nog te veel financieel ingestoken is (Kamp-Roelands and Looijenga 2019). Tabel 6 laat zien dat er bij de Europese banken eenzelfde beeld is.

In totaal maakt 30% van de banken een koppeling tussen remuneratie en duurzaamheid, waarbij 24% een algemene doelstelling benoemt en 6% expliciet de klimaatdoelstelling als afzonderlijke component van de remuneratie benoemt. De grotere systeembanken hebben daarbij de hoogste scores, bij de helft ervan is er een koppeling aanwezig. Opvallend is dat 70% van de banken geen informatie geeft of duurzaamheid dan wel klimaat op welke wijze dan ook van invloed is op de remuneratie. Voor de lezer is het daarom niet te achterhalen in hoeverre er een consistentie is tussen de strategische uitgangspunten op het gebied van duurzaamheid en de financiële consequenties voor het bestuur.

2.4 Risicomanagement

Door de toenemende impact van duurzaamheid op het businessmodel van ondernemingen en daarmee op banken wordt ook meer informatie in de risicoparagraaf verwacht. In navolging van de TCFD-aanbevelingen zijn we in ons onderzoek nagegaan of aandacht wordt besteed aan de diverse scenario’s betreffende temperatuurstijging en welke klimaatrisico’s worden opgenomen in de risicoparagraaf. Ook hebben we onderzocht of de klimaatrisico’s zijn ingebed in het algehele risicomanagement van de Europese bank. Tabel 7 laat de resultaten zien.

2.4.1. Scenarioanalyse

Minder dan de helft van de banken (40%) besteedt aandacht aan de gevolgen van de opwarming van de aarde. Grote systeembanken scoren beter (62%) dan de kleinere (47%), die op hun beurt weer beter scoren dan nationale systeembanken (7%). De opgenomen informatie is beschrijvend van aard, bij 18% van de banken zijn de scenario’s ook gekwantificeerd. Handelsbanken, Unione di Banche Italiane SCpA, ABN AMRO en DNB Norway zijn best practices van een uitgebreide rapportage over klimaatscenario’s en op welke onderdelen van de bank ze impact kunnen hebben.

2.4.2 Type risico’s

In het algemeen wordt een onderscheid gemaakt tussen transitierisico’s en fysieke risico’s (FSB-TCFD 2017; DNB 2017). Fysieke risico’s zijn risico’s die verbonden zijn aan incidenten die zich voordoen door klimaatverandering. Denk aan: storm- en hagelschade of schade die ontstaat door overstromingen. Transitierisico’s hebben te maken met de overgang naar een klimaatneutrale economie. Dit kan er bijvoorbeeld toe leiden dat CO2-intensieve industrieën in korte tijd activa versneld moeten afschrijven als gevolg van overheidsbeleid, technologische ontwikkelingen en verandering van consumentengedrag. De mogelijke gevolgen daarvan zijn hogere operationele kosten en een waarde-drukkend effect op de investeringsportefeuille. Verder speelt soms nog mee dat bepaalde (vervuilende) sectoren niet meer worden gefinancierd waardoor de winstgevendheid onder druk kan komen te staan.

Tabel 6.

Duurzame doelstellingen in remuneratie.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Geen informatie 8 50% 14 74% 13 87% 35 70%
Koppeling aan algemeen duurzaamheid doelstelling 6 37% 4 21% 2 13% 12 24%
Koppeling aan klimaatdoelstelling 2 13% 1 5% 0 0% 3 6%
Tabel 7.

Klimaat als onderdeel van risicomanagement.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Scenarioanalyse
Geen informatie 6 38% 10 53% 14 93% 30 60%
Beschrijvend 5 31% 5 26% 1 7% 11 22%
Beschrijvend en gekwantificeerd 5 31% 4 21% 0 0% 9 18%
Type risico’s
Klimaatrisico’s niet benoemd 1 6% 1 5% 4 27% 6 12%
Genoemd, maar niet uitgewerkt 2 13% 4 21% 8 53% 14 28%
Genoemd plus onderscheid transitie/fysieke risico’s in portefeuille 2 13% 3 16% 1 7% 6 12%
Genoemd met onderscheid risico’s plus impact op eigen businessmodel 11 68% 11 58% 2 13% 24 48%
Inbedding in risicomanagement
Geen informatie 6 37% 11 58% 11 73% 28 56%
Informatie in risicoparagraaf 2 13% 3 16% 3 20% 8 16%
Informatie in risicoparagraaf en risicoresponse 8 50% 5 26% 1 7% 14 28%

Risico’s voor de bedrijfsoperaties manifesteren zich bijvoorbeeld door een hoger kredietrisico. Een voorbeeld hoe dit wordt omschreven komt uit de jaarrekening 2019 van de Bank of Ireland.

Credit Risk: Increased costs associated with physical and transition risks may impact financial soundness of households and businesses reducing their ability to service debt and impairing asset values, resulting in financial loss to the firm through higher probability of default and higher losses given default.
Bron: Bank of Ireland Group plc (2019) Annual Report

In totaal licht 88% van de banken de klimaatrisico’s toe. Deze toelichting bestaat uit een beschrijving van de klimaatrisico’s, al dan niet aangevuld met een nadere detaillering van de fysieke en transitierisico’s voor de desbetreffende instelling. Verder besteedt bijna de helft van alle banken ook aandacht aan de gevolgen voor de eigen bedrijfsvoering (impact op het businessmodel).

Banken hebben het rapporteren over de risico’s van klimaatverandering dus redelijk goed opgepakt. De Europese systeembanken (zowel groot als klein) scoren overigens beter dan de nationale systeembanken.

2.4.3 Inbedding in risicomanagement

Klimaatverandering brengt, zoals hiervoor geschetst, bepaalde risico’s met zich mee. De relevante vraag die dan kan worden gesteld is in hoeverre banken deze risico’s inbedden in het algemene risicomanagementbeleid. Dat valt enigszins tegen, want dit is bij slechts 44% het geval. Dit bestaat dan uit informatie in de risicoparagraaf (16%), al dan niet aangevuld met een beschrijving van de risico’s en de response daarop (28%). Ook hier scoren de grote systeembanken beduidend beter dan de andere banken. Deze score van 44% staat in contrast met de eerdergenoemde aandacht die banken besteden aan klimaatrisico’s (88%). Voor veel banken is de nood kennelijk nog niet hoog genoeg om de klimaatrisico’s verder te integreren in de bedrijfsvoering.

Tabel 8.

Informatie investerings- en financieringsbeleid, financieringsportefeuille, investeringsportefeuille.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Informatie duurzaam investerings- en financieringsbeleid
Geen informatie 0 0% 3 16% 1 7% 4 8%
Informatie aanwezig 16 100% 16 84% 14 93% 46 92%
– Waarvan beschrijvend 5 31% 7 37% 11 73% 23 46%
– Waarvan tevens doorvertaling naar deelgebieden (financiering, investering onder beheer, vastgoed) 11 69% 9 47% 3 20% 23 46%
Financieringsportefeuille
Geen informatie 5 31% 11 58% 10 67% 26 52%
Informatie aanwezig 11 69% 8 42% 5 33% 24 48%
– Waarvan groene portefeuille 6 38% 3 16% 3 20% 12 24%
– Waarvan duurzame portefeuille 5 31% 5 26% 2 13% 12 24%
Investeringsportefeuille
Geen informatie 6 38% 7 37% 9 60% 22 44%
Informatie aanwezig 10 62% 12 63% 6 40% 28 56%
– Waarvan groene portefeuille 5 31% 3 16% 2 13% 10 20%
– Waarvan duurzame portefeuille 5 31% 9 47% 4 27% 18 36%

Een best practice van concrete inbedding biedt het Annual Report van ABN AMRO, De bank stelt dat klimaat-gerelateerde risico’s geïntegreerd zijn in het bredere riskmanagementproces; het duurzaamheidsrisico, waaronder klimaatrisico (dat als ‘material risk’ wordt aangemerkt), wordt bij ABN AMRO in toenemende mate geïncorporeerd in de dagelijkse activiteiten. Verder beschouwt men de adoptie van de TCFD-aanbevelingen als een belangrijk strategisch initiatief.

2.5 Investeringen en financieringen

2.5.1 Informatie over investerings- en financieringsbeleid

Via het financierings- en investeringsbeleid kunnen banken een sturende rol hebben. Denk daarbij aan een mogelijk terughoudende rol voor wat betreft het financieren van of investeren in traditionele olie- en gaswinning en palmolieplantages. Daar tegenover staat een streven naar uitbreiding van financiering van en investering in duurzame activiteiten, zoals windparken. Sommige banken richten zich daarbij ook specifiek op de consumentenmarkt, door duurzame hypotheken aan te bieden.

Veruit de meeste banken in het onderzoek verstrekken informatie over het duurzaam financierings- en investeringsbeleid. Hoewel dit inmiddels tot de kerntaken van banken behoort heeft 8% van de banken hierover nog niets opgenomen. Daar waar wel informatie is opgenomen (92%) is dat zowel beschrijvend (46%) als met doorvertaling naar de diverse deelgebieden (46%). De grotere systeembanken nemen concretere beleidsinformatie op per deelgebied.

2.5.2 Informatie over de duurzame financieringsportefeuille

Banken nemen aanzienlijk minder informatie op over een duurzame financieringsportefeuille (48%) dan over het beleid (92%). Kennelijk leidt een beleid niet altijd tot concretisering in de vorm van verantwoorde financiering. Een best practice van een bank die wel transparant is, is Nordea Bank. Naast de hieronder opgenomen uitleg over hun groene en duurzame portefeuille worden elders in het Sustainability report 2019 nadere details genoemd over onder meer sustainability-linked loans4 en green loans5.

We have extended the availability of green loans to corporate customers in all our four Nordic countries and we now also offer sustainability-linked loans. The green mortgages that were made available to our Swedish household customers in 2018 were extended to Finland and Norway in 2019. To satisfy growing demand for sustainable car financing options, Nordea launched green car loans and green car leasing on the Swedish and Danish markets in 2019. The green option is offered to both private and corporate customers.
Bron: Nordea Bank (2019) Sustainability Report

Een best practice komt uit het jaarverslag van BBVA over 2019 zoals in figuur 2 weergegeven. BBVA laat duidelijk het groeipad naar ‘2025 Pledge’-ambitie zien. Er is in 2019 ruim EUR18 mld. toegevoegd aan duurzame financiering per categorie, waardoor de ‘2025 Pledge’-financiering nu bijna EUR 30 mld. in omvang is.

Figuur 2.

Best practice Duurzame financiering per categorie in het jaarverslag. BBVA, Annual report 2019, p. 62. https://shareholdersandinvestors.bbva.com/wp-content/uploads/2020/03/AnnualReport2019BBVAGroup_Eng-1.pdf

Als het gaat om vergelijkende cijfers vallen de bevindingen wat tegen, slechts 8% van de banken verstrekt ook informatie over het voorgaande jaar.

2.5.3 Informatie over de duurzame investeringsportefeuille

In totaal geeft 56% van de onderzochte banken informatie over de mate van duurzaamheid in de investeringsportefeuille van de investeringen onder beheer. Deze staan niet op de balans, dus het is positief dat hier afzonderlijk inzicht in wordt gegeven. Er wordt een onderverdeling gemaakt tussen groene en duurzame portefeuilles. De mate van detail die wordt gegeven verschilt behoorlijk tussen de banken. Sommige banken maken een goede verdeling in duurzaamheid zoals in figuur 3, andere blijven wat algemeen. Er was een bank die wel iets zegt over de portefeuille maar geen inzicht gaf over de omvang.

Figuur 3.

Best practice Gedetailleerde informatie over duurzame investeringen onder beheer. Handelsbanken, Annual report 2019, p. 49. https://vp292.alertir.com/afw/files/press/handelsbanken/202002135859-1.pdf

In totaal moet 44% van de banken nog flinke stappen maken in transparantie als zij over 2021 al meer inzicht moeten gaan geven in hun portefeuille. Dat de verdeling tussen groen en duurzaam in algemene zin bij investeringen lager ligt dan bij financiering kan logisch verklaard worden. Het is gemakkelijker een groene lening te verstrekken dan een investering in ondernemingen als groen aan te merken. De EU Taxonomie voor duurzaamheid (zie paragraaf 1.4) helpt in de toekomst bij een consistente classificering. De kleinere Europese systeembanken zijn met 63% het meest transparant over hun duurzame investeringen onder beheer. Enkele banken laten voortgang zien door vergelijkende cijfers op te nemen (12%). Een best practice van gedetailleerd inzicht in de portefeuille is te vinden in het jaarverslag van Handelsbanken over 2019 zoals weergegeven in figuur 3.

De onderzoeksresultaten laten zien dat gedetailleerde informatie over de duurzame investeringsportefeuilles haar weg vindt in de rapportering door banken, maar dat er nog veel verbeteringen mogelijk zijn.

2.5.4 Groene obligaties

Groene obligaties (‘green bonds’) worden door banken uitgegeven ter financiering van duurzame of anderszins milieuvriendelijke dan wel groene projecten. Afhankelijk van de bedrijfstak waarin de bank werkzaam is kan dit bijvoorbeeld duurzame landbouw zijn, of windparken. De 2018–2019 vragenlijst van de EBA (2019) laat zien dat de belangrijkste reden voor het uitgeven van groene obligaties het aantrekken van nieuwe en meer gediversifieerde investeerders is (49%), gevolgd door reputatievoordelen (39%). Andere aspecten zoals prijsvoordeel spelen een minder belangrijke rol.

Uit de onderzoeksresultaten in tabel 9 blijkt dat bij 24% van de banken geen informatie aanwezig is over groene obligaties. Dat kan overigens ook betekenen dat dergelijke groene obligaties in het geheel niet worden uitgegeven. Vooral bij de nationale systeembanken ontbreekt dergelijke informatie (40%), en in mindere mate bij de kleine Europese systeembanken (21%). SEB, Intesa San Paolo, Danske Bank geven een afzonderlijk groen-obligatie-impactrapport uit, terwijl NRW bank meerdere pagina’s in het duurzaamheidsverslag besteedt aan groene obligaties. HSBC stelt zelfs een Excel-bestand ter beschikking met gespecificeerde informatie over de groene obligaties, zodat de lezer zelf de benodigde analyses kan maken.

Tabel 9.

Groene obligaties.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Geen informatie 2 13% 4 21% 6 40% 12 24%
Type projecten 2 13% 1 5% 1 7% 4 8%
Omvang 9 55% 7 37% 5 33% 21 42%
Omvang en type projecten 3 19% 7 37% 3 20% 13 26%

Van de 76% van de banken die informatie geeft noemt 8% alleen het type projecten, 42% geeft informatie over de omvang en 26% over beide. Het is opvallend dat voor groene obligaties verschillende beschrijvingen worden gebruikt. Dit bevestigt de relevantie van de Europese standaard voor groene obligaties (Europese Commissie 2019c).

Om een indruk te geven over de beschrijving van groene obligaties is hieronder het voorbeeld uit de jaarrekening van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) genomen. Er toegelicht voor welke projecten de door de BNG uitgegeven ‘sustainable’ en ‘green bonds’ worden gebruikt (elders in de jaarrekening wordt het totale bedrag aan ‘sustainable bonds’ genoemd):

We offer sustainable bonds as a special category of public issues. They are used to finance municipal authorities and housing associations with the highest sustainability scores in their category. We also issue ‘green bonds’, which are directly linked to sustainability projects. In 2019, we issued the first ‘Renewable Energy Bond’ by means of a private placement. This bond is linked to a wind farm project financed by us.
Bron: BNG Bank (2019) Annual Report

2.5.5 Duurzame vastgoedportefeuille

Via de investering in vastgoed kan een bank invloed uitoefenen in de transitie naar meer duurzame gebouwen. Er was echter weinig informatie te vinden in de verslagen van de Europese banken. Bovendien viel het op dat verschillende landen verschillende standaarden en normen voor duurzaamheid hanteren. De vergelijkbaarheid tussen banken op het vlak van duurzaamheid in de vastgoedportefeuille is daardoor erg laag.

2.5.6 Informatie over CO2 in de investerings- en financieringsportefeuille

Voor banken is het van belang dat zij weten hoe de CO2 uitstoot van hun investerings- en financieringsportefeuille zich ontwikkelt. Niet alleen om duurzaamheid te stimuleren, maar ook om risico’s te managen (McKinsey & Company 2020).

Tabel 10.

Toelichting over de CO2-informatie van de investerings- en financieringsportefeuille.

G-SII (≥ 699 mld.) G-SII (< 699 mld.) D-SII Totaal
N = 16 % N = 19 % N = 15 % N = 50 %
Geen informatie 10 62% 14 73% 13 87% 37 74%
CO2 van portefeuille 4 25% 2 11% 2 13% 8 16%
Gedetailleerde CO2 informatie 2 13% 3 16% 0 0% 5 10%

Uit tabel 10 blijkt echter dat 74% van de onderzochte banken geen informatie geeft over de uitstoot binnen de portefeuille. Grote systeembanken lichten meer informatie toe (38%) dan kleine systeembanken (27%) en nationale systeembanken (13%), maar gedetailleerde informatie ontbreekt vaak.

De absolute CO2-uitstoot van een portefeuille geeft maar weinig informatie, omdat dit wordt beïnvloed door diverse factoren zoals de diversiteit aan sectoren binnen de portefeuille. Daarom zijn aanvullend andere indicatoren zoals CO2-intensiteit en energie-efficiëntie nodig om de context van de CO2-uitstoot te begrijpen. Een best practice is figuur 4 uit het ‘Terra progress report 2019’ van ING. Dit rapport kan worden gezien als een koploper op het gebied van rapporteren over CO2-intensiteit. Voor verschillende sectoren laat ING de CO2-intensiteit van haar portfolio zien, afgezet tegen afgelopen jaren en de doelstelling.

Figuur 4.

Best practice GHG Intensity van twee sectoren in het Terra progress report 2019. ING, p. 11. https://www.ing.com/Newsroom/News/Terra-progress-report-2019.htm

Ondanks enkele goede voorbeelden kan worden geconcludeerd dat banken nog onvoldoende toelichten hoe de CO2-uitstoot zich in de portefeuille ontwikkelt.

2.5.7 Equator principles voor financiering

De Equator Principles is een raamwerk voor risicobeheer van financiële instellingen, voor het bepalen, inschatten en managen van milieurisico’s voor zeer grote financieringsprojecten. Uit onze onderzoeksresultaten blijkt dat 26% van de Europese banken informatie geeft over de Equator Principles en dat minder dan een kwart van de onderzochte populatie detailinformatie geeft over sectoren en projecten (22%). Het aparte Equator principles-rapport van Société Générale laat duidelijk de verdeling van grote financieringsprojecten in 2019 zien en de lezer kan zien dat deze steeds meer richting duurzame energie gaan (figuur 5).

Figuur 5.

Best practice Equator principles. Société Générale – 2019 Equator Principles Report, p. 7. https://wholesale.banking.societegenerale.com/fileadmin/user_upload/Wholesale/pdf/EP_Report_2019_Final.pdf

3. Conclusie en slotbeschouwingen

Wij hebben onderzocht hoe transparant 35 Europese systeembanken en 15 nationale systeembanken zijn over duurzaamheid in hun jaarverslaggeving en andere relevante jaarstukken. Het is opvallend dat de banken veel informatie verschaffen en over verschillende onderwerpen zeer uitgebreid rapporteren, maar tegelijkertijd over de kern van hun activiteiten, te weten investeringen in beheer en financiering, nog onvoldoende inzicht geven over de ontwikkeling van de portefeuille richting duurzaamheid. Voor de banken die dat inzicht wel geven, zien we dat de omvang van wat als duurzaam wordt aangemerkt nog relatief beperkt is. Omdat Europese banken in 2021 inzicht moeten geven conform de gedetailleerde criteria uit de Europese Taxonomie voor duurzaamheid mag het duidelijk zijn dat er nog veel moet gebeuren om de concrete omvang van investeringen onder beheer met een duurzaamheidsaspect inzichtelijk te maken.

We zien dat vooral klimaatrisico’s voor de bank, met name door de grotere Europese systeembanken, al afzonderlijk worden benoemd, maar dat deze nog onvoldoende worden geïntegreerd in de algemene risicoparagraaf met een daarbij behorende risico-response. Ook de informatie over de inbedding van strategische KPIs en een koppeling met de remuneratie blijft achter voor de aspecten van duurzaamheid. Met betrekking tot het rapporteren over de CO2-uitstoot van investeringen of financieringen is een bank afhankelijk van informatie van de bedrijven waarin wordt geïnvesteerd. In het onderzoek zagen we regelmatig dat er wordt toegelicht dat CO2-informatie nog niet beschikbaar is. De vraag is dan hoe banken de voortgang van hun beleid omtrent klimaatverandering toetsen en de effecten van klimaatrisico’s voldoende scherp hebben. Beleggers kunnen een belangrijke rol spelen in het afdwingen van deze informatie, zeker nu de horizon van investeringen en financieringen steeds meer in lijn ligt met de horizon van klimaatrisico’s en andere duurzaamheidsrisico’s.

Als we kijken naar verbeteringen die doorgevoerd kunnen worden dan zijn dat:

– de kerninformatie over duurzaamheid compact rapporteren, met verwijzing naar detailinformatie over portfolio’s of risico’s;

– duurzaamheid als geïntegreerd onderdeel van de strategie, het risicomanagement, de remuneratie en de prestaties rapporteren, of waar dat nog niet van toepassing is, duidelijk inzicht geven in de ontwikkeling naar deze integratie;

– de ontwikkeling van CO2 in de portefeuille rapporteren in plaats van het eigen energieverbruik of de dienstreizen.

De komende jaren krijgen banken te maken met veel commerciele en compliance-uitdagingen op het gebied van duurzaamheid. Na de kredietcrisis worden zij in de huidige klimaatcrisis gezien als sleutel naar een meer duurzame economie. In dit onderzoek zien we dat zij die rol oppakken, maar dat er nog veel moet gebeuren in de strategie en bedrijfsvoering alvorens in staat te zijn om over duurzaamheid als geïntegreerd onderdeel van de bedrijfsvoering te rapporteren. Het lijkt alsof Europese banken meer gericht zijn op de naleving van wet- en regelgeving en het mitigeren van mogelijke risico’s in plaats van het proactief invulling geven aan een meer duurzaam producten en dienstenaanbod.

Prof. dr. A.E.M. Kamp-Roelands RA – Nancy is bijzonder hoogleraar niet-financiële informatie, geïntegreerde verslaggeving en assurance bij de Rijksuniversiteit Groningen en associate partner bij EY.

H.C van den Ende AA RB – Hugo is senior director bij PwC, waar hij is verbonden aan het National Office, docent externe verslaggeving bij de Erasmus Universiteit en lid van de Commissie Jaarverslaggeving NBA.

M. Looijenga MSc RA – Marcus is director bij PwC op het vlak van niet-financiële en duurzaamheidsrapportering en assurance, docent aan de Rijksuniversiteit Groningen op het gebied van auditing en ESG assurance en lid van diverse werkgroepen op dit vakgebied.

Dankwoord

Met dank aan Sam Kranenburg, Max Hofstra en Tijs Kiewiet voor hun bijdrage aan de analyse van de verslagen en het samenstellen van de tabellen.

Noten

1

Balanstotaal inclusief relevante niet uit de balans blijkende items

2

Het verslag van BFA Tenedora de Acciones SAU is niet in het onderzoek meegenomen omdat er op groepsniveau alleen een Spaanse versie beschikbaar was. De operationele dochter Bankia heeft wel een Engelstalig bestuursverslag.

3

In de selectie nationale systeembanken zijn ten opzichte van de selectie Ter Hoeven et.al. (2019) de volgende ondernemingen niet meegenomen: – Volkswagen Financial Services AG omdat hierbij slechts naar het groepsverslag van de commerciële onderneming werd verwezen – NORD LB Norddeutsche Landesbank Girozentrale vanwege het ontbreken van het sustainability verslag op het moment van de data-analyse (balanstotaal 140 mld). Als vervanging voor NORD LB en tot de omvang van 50 banken te komen is NRW.bank toegevoegd aan onze onderzoekspopulatie (balanstotaal149 mld).

4

Dit zijn verstrekte leningen waarbij de belangrijkste eigenschap is dat duurzaamheidseisen op de lening van toepassing zijn (definitie Nordea bank)

5

Dit zijn leningen ter financiering van specifieke investeringen die leiden tot ‘environmental benefits’ en die de cliënten de gelegenheid bieden om rekening te houden met klimaatverandering

Literatuur

  • Kamp-Roelands N, Van den Ende H, Jong MD (2019) Klimaatgerelateerde informatie in het jaarverslag. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 93(11/12): 377–389. https://doi.org/10.5117/mab.93.46442
  • Kamp-Roelands N, Looijenga M (2019) Practice what you preach: De verankering van langetermijnwaardecreatie in de bestuurdersbeloning. Jaarboek Corporate Governance, 45–63.
  • Ter Hoeven R, Huttenhuis J, Bout B-J (2019) IFRS 9 en Europese banken; het eerste toepassingsjaar verslagen. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 93(11/12): 343–359. https://doi.org/10.5117/mab.93.47100

Bijlage 1

Totale populatie

Naam Land G-SII/D-SII Total assets (EU R) Onderzoekspopulatie Ter Hoeven et. al (2019)
ABN AMRO Nederland G-SII 375 V
Allied Irish Banks, Plc Ireland D-SII 99 V
Banca Monte dei Paschi di Siena SpA Italy D-SII 132 V
Banco BPM Italy D-SII 167 V
Bank Of Ireland Ireland D-SII 32 V
Banque Postale France G-SII 272 V
Barclays* UK G-SII 1.347 V
Bayerische Landesbank Germany G-SII 226 V
BBVA Spain G-SII 699 V
Belfius Banque SA Belgium D-SII 172 V
BNP Paribas* France G-SII 2.164 V
Caixa bank Spain G-SII 391 V
Commerzbank AG Germany G-SII 464 V
Credit Mutuel Group France G-SII 718 V
Danske Bank Denmark G-SII 503 V
DekaBank Germany D-SII 97 V
Deutsche Bank AG* Germany G-SII 1.298 V
DNB Norway G-SII 283 V
DZ Bank AG Germany G-SII 559 X
Erste Group Austria G-SII 246 V
Groupe BPCE* France G-SII 1.338 V
Groupe Credit Agricole SA* France G-SII 2.010 V
Handelsbanken Sweden G-SII 292 V
HSBC* UK G-SII 3.207 V
ING* Nederland G-SII 892 V
Intesa Sanpaolo Italy G-SII 816 V
Jyske Bank Denmark D-SII 87 V
KBC Belgium G-SII 291 V
Landesbank Baden-Württemberg Germany G-SII 257 V
Landesbank Hessen-Thüringen Germany D-SII 207 V
Lloyds UK G-SII 985 V
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten Nederland D-SII 150 V
Nationwide UK G-SII 281 X
Nordea Bank – group Finland G-SII 554 V
NRW.Bank Germany D-SII 149 X
Nykredit Denmark G-SII 216 V
OP-Pohjola Group Finland D-SII 147 V
OTP Bank Nyrt. Hungary D-SII 61 V
Powszechna Kasa Oszczednosci Bank Polski Spolka Akcyjna (POK Bank Polski) Poland D-SII 78 V
Rabobank Nederland G-SII 591 V
Raiffeisen-Landesbanken-Holding GmbH Austria D-SII 152 V
RBS UK G-SII 854 V
Sabadell Spain G-SII 224 V
Santander* Spain G-SII 1.523 V
SEB Sweden G-SII 272 V
Societe Generale* France G-SII 1.356 V
Standard Chartered* UK G-SII 720 X
Swedbank Sweden G-SII 229 V
Unicredit* Italy G-SII 856 V
Unione di Banche Italiane SCpA Italy D-SII 127 V