Print
Effecten coronapandemie op de jaarverslaggeving 2020 van beursfondsen in Nederland
expand article infoFerdy van Beest, Katja Van der Kuij-Groenberg§, Leo van der Tas|, Ruud Vergoossen#
‡ Nyenrode Business Universiteit, Breukelen, Netherlands
§ PwC, Amsterdam, Netherlands
| EY, Rotterdam, Netherlands
¶ Universiteit Maastricht, Maastricht, Netherlands
# Nyenrode Business Universiteit, Universiteit Maastricht, Netherlands
Open Access

Samenvatting

In dit artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de effecten van de coronapandemie op de jaarverslaggeving 2020 van in totaal 85 ondernemingen waarvan aandelen zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam, in het bijzonder naar de effecten op de verantwoording van overheidsbijdragen en bijzondere waardeverminderingen en de verklaring van de controlerend accountant. Ondernemingen in precaire sectoren bleken meer overheidssteun te hebben ontvangen en slechtere resultaten te hebben dan ondernemingen in niet-precaire sectoren. Wij vonden geen significant verband tussen de coronapandemie en de verantwoording van impairmentverliezen. Daarnaast geeft het artikel inzicht in het gebruik van key audit matters gelieerd aan COVID-19 en blijkt dat er een positief verband is tussen de mate waarin de onderneming COVID-19 noemt in het jaarverslag en de aandacht die de accountant daaraan besteedt in de accountantsverklaring.

Trefwoorden

COVID-19, jaarverslag, accountantsverklaring, IFRS, key audit matters

Relevantie voor de praktijk

De onderzoeksresultaten geven inzicht in de effecten van een wereldwijde schok in de vorm van de coronapandemie op de jaarverslaggeving 2020 van beursgenoteerde ondernemingen en zijn relevant voor zowel controlerend accountants, overheidsinstanties, toezichthoudende organen en regelgevende instanties als voor de opstellers en gebruikers van jaarverslagen.

1. Inleiding

In dit artikel doen we verslag van een onderzoek naar de invloed van de coronapandemie (ook wel COVID-19-pandemie) op de jaarverslaggeving 2020 van 85 ondernemingen waarvan aandelen zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam. Om een vergelijking te kunnen maken met het onderzoek naar de effecten van COVID op de jaarrekening 2019 en de halfjaarverslaggeving 2020 zoals gepubliceerd in Het Jaar 2019 Verslagen (Vergoossen and Van Beest 2020) is gekozen voor dezelfde onderzoekspopulatie. De desbetreffende populatie bestond uit 87 ondernemingen, maar twee ondernemingen vielen af omdat deze niet langer genoteerd waren aan het eind van 2020. Daarmee bestaat de populatie uit 24 AEX-, 23 AMX- en 22 AScX-fondsen, aangevuld met 16 lokale fondsen (zie bijlage voor de volledige lijst van ondernemingen). De (geconsolideerde) jaarrekeningen van de in het onderzoek betrokken ondernemingen zijn opgesteld op basis van de International Financial Reporting Standards zoals goedgekeurd voor toepassing in de Europese Unie (hierna aangeduid met IFRS).

We hebben de jaarverslaggeving 2020 op de volgende aspecten onderzocht:

  • de informatieverschaffing over overheidsbijdragen die ondernemingen hebben ontvangen in verband met de coronapandemie;
  • de verantwoording van aan de coronapandemie gerelateerde bijzondere waardeverminderingen en eventuele terugnemingen daarvan;
  • de invloed van de coronapandemie op de accountantscontrole en de accountantsverklaring.

In de navolgende drie paragrafen zullen we deze onderwerpen nader belichten en bespreken we de onderzoeksresultaten. Daar waar relevant en mogelijk worden vergelijkingen gemaakt met de jaarverslaggeving 2019 of de verslaggeving over de eerste helft van het boekjaar 2020 (Vergoossen and Van Beest 2020) van de in het onderzoek betrokken ondernemingen. We sluiten het artikel af met enkele concluderende opmerkingen.

2. Overheidsbijdragen

Om ondernemingen te ondersteunen en te beschermen tegen de gevolgen van de COVID-19- pandemie hebben overheden in verschillende landen steunpakketten ter beschikking gesteld. Deze maatregelen varieerden per land en vaak ook per sector. Voorbeelden van overheidsmaatregelen zijn uitstel van belastingbetaling, betaalde arbeidstijdverkorting, loonsubsidies, tegemoetkomingen in de vaste lasten voor ondernemers en het verstrekken of juist kwijtschelden van leningen. Veel van deze regelingen waren erop gericht om zoveel mogelijk werkgelegenheid te behouden die door de coronacrisis onder druk is komen te staan. In ons onderzoek hebben wij vooral overheidsbijdragen in de vorm van loonsteun aangetroffen.

De overheidsmaatregel die in Nederland in dat kader het meest bekend is, is de zogenoemde NOW-regeling: de tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid. Hiermee ondersteunde de overheid werkgevers die geconfronteerd werden met een substantiële omzetdaling door de coronacrisis. Met de NOW konden deze ondernemingen een tegemoetkoming krijgen in de loonkosten om deze periode te overbruggen. Voor het aanvragen van de NOW moest de omzet van ondernemingen ten minste 20 procent zijn gedaald en konden zij een tegemoetkoming in de loonkosten ontvangen tot 90 procent. De daadwerkelijke omvang van de tegemoetkoming was afhankelijk van de mate van de omzetdaling.

Onder IFRS wordt overheidssteun specifiek geregeld in IAS 20 Accounting for Government Grants and Disclosure of Government Assistance. Op basis van deze standaard kan een onderneming overheidssubsidies uitsluitend verwerken indien er een redelijke mate van zekerheid bestaat dat (i) voldaan zal worden aan de subsidievoorwaarden en (ii) de subsidie zal worden ontvangen. Overheidssubsidies moeten op een systematische basis in de winst-en-verliesrekening worden verwerkt gedurende de periode waarin de onderneming ook de kosten verwerkt die door deze subsidies worden geacht te worden gecompenseerd. Dergelijke subsidies mogen worden gepresenteerd als ‘overige opbrengsten’ of afgetrokken worden van de desbetreffende kosten. In de toelichting vermeldt de onderneming de grondslagen voor de verwerking van overheidssubsidies, de aard en omvang van de subsidies en subsidievoorwaarden.

Bevindingen

In 28 (33%) van de onderzochte jaarverslagen wordt melding gemaakt van een of meerdere vormen van overheidssteun, waarbij één onderneming aangaf het volledige bedrag te hebben terugbetaald omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden voor - in dit geval - de NOW. De desbetreffende subsidie was in de jaarrekening niet langer verwerkt. Een ander bedrijf, in casu Neways, in deze populatie van bedrijven die overheidssubsidie hebben genoten, maakt ook melding van het terugstorten van de NOW-subsidie, maar maakte buiten Nederland nog wel gebruik van een andere vorm van overheidssteun (in dit geval de Kurzarbeit-regeling in Duitsland).

Niet alle 27 resterende ondernemingen hebben de regelingen voor overheidssteun volledig en duidelijk beschreven of benoemd. We hebben drie illustraties opgenomen rondom overheidssubsidies, te weten GrandVision, Air France-KLM en Randstad.

GrandVision (zie Figuur 1) geeft de relatie met COVID-19 aan, welke bedragen op welke posten zijn geboekt en welke voorwaarden zijn verbonden aan de overheidsbijdragen.

Figuur 1.

Good practice gegevensverstrekking over overheidssubsidie: GrandVision, annual report 2020, p. 131. https://investors.grandvision.com/static-files/d533a5d6-7b00-4847-b793-69234e9d23ce

Bij Air France-KLM (zie Figuur 2) valt de hoogte van de overheidsbijdragen op. Ook hier wordt aangegeven wat de oorsprong is van de bijdragen en onder welke posten welke bedragen zijn verwerkt.

Figuur 2.

Good practice verwerking en presentatie overheidsbijdragen: Air France KLM Universal Registration Document 2020, p. 277. https://www.airfranceklm.com/en/system/files/afk_urd_2020_29042021.pdf

Randstad (zie Figuur 3) gaat uitgebreid in op het belang van de overheidsbijdragen ter compensatie van personeelskosten.

Figuur 3.

Good practice toelichting op overheidsbijdrage personeelskosten. Randstad, Annual Report 2020, p. 157. https://www.randstad.com/s3fs-media/rscom/public/2021-02/randstad-annual-report-2020.pdf

In de meeste gevallen wordt vermeld dat het gaat om tegemoetkomingen in de personele lasten. In dergelijke regelingen is door verschillende overheden wereldwijd voorzien, zoals blijkt uit de landen die worden genoemd: naast Nederland ook België, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Spanje, Oostenrijk, Zwitserland, Ierland, de Verenigde Staten, Singapore en China. Maar soms wordt het desbetreffende land of de regio niet genoemd. Verder valt op dat één onderneming expliciet aangeeft dat de overheidssteun niet materieel is geweest voor de jaarrekening.

In totaal 22 ondernemingen hebben een bedrag genoemd, waarbij voor de totale populatie € 2,7 miljard aan overheidssteun is verantwoord. Alleen Stern (€ 11 miljoen) en Air France-KLM (€ 1 miljard) vermelden een bedrag uit hoofde van ontvangen NOW.

Uit ons onderzoek blijkt dat er grote verschillen zijn in de mate waarin ondernemingen overheidssteun hebben ontvangen. Zoals reeds genoemd zien we een sterk effect van Air-France KLM met een overheidsbijdrage van €2,05 miljard waarbij meer dan de helft bestaat uit Nederlandse staatssteun. Ook lijkt er een sterk sectoreffect te zijn. In bepaalde sectoren zoals industrie en vastgoed en bouw treffen we wel overheidsbijdragen aan, maar niet uit Nederland.

Om dit nader te analyseren zijn de ondernemingen verdeeld naar sectoren. Daarbij hebben wij gebruik gemaakt van de indeling zoals deze wordt gebruikt door aandelencheck.nl. De sectoren zijn vervolgens gegroepeerd naar precair en niet-precair op grond van de verwachte negatieve gevoeligheid voor de gevolgen van een pandemie met contact- en reisbeperkingen zoals de coronapandemie. Als niet-precair beschouwen we sectoren basismaterialen en chemie, consumentengoederen en -diensten, farmacie en gezondheidszorg, financiële dienstverlening alsmede technologie en telecom omdat hier geen grote problemen werden verwacht of zelfs eerder kansen zoals we bij technologie en telecom hebben gezien. Daarmee blijven over sectoren zoals (olie)industrie, transport en logistiek, bouw en vastgoed en uitzendbureaus. In Tabel 1 zijn de beschrijvende statistieken opgenomen.

Tabel 1.

Beschrijvende statistiek overheidsbijdragen.

Sector Overheids bijdrage J/N?
Gem. (St D.)
Hoogte Overheids bijdrage genoemd J/N?
Gem. (St D.)
Hoogte overheids bijdrage €?
Gem. (St D.)
Hoogte overheids bijdrage € NL
Gem. (St D.)
Overheids bijdrage/ omzet
Gem. (St D.)
Precair (n= 35) 0,54
(0,51)
0,43
(0,50)
70.538.114
(348.876.367)
29.971.428
(177.313.362)
0,011
(0,047)
Niet-precair (n= 49) 0,28
(0,45)
0,16
(0,37)
5.778.800
(16.344.965)
662.260
(3.456.934)
0,004
(0,012)

We zien een relatief sterk verschil in de hoogte van de overheidsbijdrage tussen precaire en niet-precaire sectoren, waarbij de hoogte van de overheidsbijdrage slechts in 16% van de gevallen genoemd wordt in de niet-precaire sectoren, terwijl dit voor de precaire sectoren 43% is. Het gemeten verschil is statistisch significant (t = 2,647; p = 0,01; niet in Tabel).

3. Bijzondere waardeverminderingen

Sinds 11 maart 2020 wordt de uitbraak van het coronavirus door de World Health Organization (WHO) gekwalificeerd als een pandemie. Voor de meeste ondernemingen is dit voor wat betreft de jaarrekening 2019 een gebeurtenis na balansdatum geweest die geen nadere informatie geeft over de situatie op balansdatum, dat wil zeggen een non-adjusting event die (in beginsel) niet is verwerkt in de jaarrekening 2019.

Voor de halfjaarrekening 2020 is dat echter anders. Vergoossen and Van Beest (2020) hebben onderzocht in hoeverre de coronapandemie in de halfjaarrekening 2020 heeft geleid tot bijzondere waardeverminderingen (impairments). Bij het opstellen van de halfjaarrekening 2020 hebben ondernemingen terdege rekening moeten houden met de coronapandemie en de daarmee gepaard gaande verslechterde economische omstandigheden en vooruitzichten. Uit een multivariate regressieanalyse blijkt dat in het eerste halfjaar van 2020 genomen impairment- en kredietverliezen samenhangen met de coronapandemie. Dat leiden Vergoossen and Van Beest (2020) af uit een statistisch significant positief verband tussen de aandacht die er in de halfjaarverslaggeving 2020 is voor de coronapandemie en de omvang van de verantwoorde impairments.

Voor de jaarverslaggeving 2020 is door het beschikbaar komen van werkzame vaccins eind 2020/begin 2021 de situatie met betrekking tot de coronapandemie dramatisch veranderd. Macro-economisch lijkt er sprake te zijn van een crisis in een V-vorm, waarbij de economische consequenties van korte duur lijken. Dit blijkt ook uit de ontwikkeling op de Nederlandse beurs, waar de AEX op 1 januari 2020 op 611 punten stond, vervolgens daalde naar 432 in maart 2020, maar aan het eind van 2020 al weer op 624 stond. Deze ontwikkeling zien we ook terug bij impairmentverliezen, waardoor we in de verslaggeving over het gehele jaar 2020 ook geen statistische (significante) verbanden vonden rondom bijzondere waardeverminderingen gerelateerd aan COVID-19. Wel bleek dat het grootste effect van COVID-19, voor zover dat blijkt uit impairmentverliezen, voor sommige ondernemingen in de eerste helft van het jaar viel, terwijl dat bij anderen met name in het tweede halfjaar plaatsvond. Een enkele onderneming rapporteerde impairmentverliezen zowel in het eerste als het tweede halfjaar (zie onderstaand voor meer details).

We zijn nagegaan in welke mate de in het onderzoek betrokken ondernemingen in het eerste halfjaar en het tweede halfjaar 2020 bijzondere waardeverminderingen hebben verantwoord. Daarnaast hebben we onderzocht in hoeverre zij in het tweede halfjaar terugnemingen hebben doorgevoerd. De resultaten hebben we in Tabel 2 weergegeven.

Tabel 2.

Impairmentverliezen in het eerste en tweede halfjaar 2020 (n = 85)

Impairmentverliezen Goodwill
(IFRS 3, IAS 36)
Immateriële vaste activa (IAS 38, 36) Materiële vaste activa (IAS 16, 36)
Alleen in eerste halfjaar 10 0 2
Alleen in tweede halfjaar 8 21 23
Zowel in eerste als in tweede halfjaar 5 10 9
In eerste halfjaar met terugneming in tweede halfjaar 0 1 3
Niet in eerste en niet in tweede halfjaar 62 53 48
Totaal aantal ondernemingen 85 85 85

We onderscheiden de volgende twee soorten bijzondere waardeverminderingen:

  • bijzondere waardeverminderingen van goodwill;
  • bijzondere waardeverminderingen van immateriële vaste activa (niet zijnde goodwill) en materiële vaste activa.

In dit artikel wordt niet nader ingegaan op de bijzondere waardeverminderingen van financiële activa aangezien in deze speciale uitgave van het Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie een afzonderlijk artikel over dit onderwerp is opgenomen (Brouwer et al. 2021).

Bijzondere waardevermindering goodwill

IFRS 3 inzake business combinations hanteert als uitgangspunt dat goodwill die is verkregen bij een overname niet in aanmerking komt voor systematische afschrijving. In plaats daarvan wordt de geactiveerde goodwill op grond van IAS 36 jaarlijks (of als daar aanleiding toe is zelfs vaker) onderworpen aan een impairmenttest. Daarnaast bepaalt IAS 36 dat terugneming van een bijzondere waardevermindering van goodwill niet is toegestaan.

Uit Tabel 2 kan worden afgelezen dat bij tien ondernemingen alleen in het eerste halfjaar sprake is van goodwill-impairments en bij acht ondernemingen alleen in het tweede halfjaar. Vijf ondernemingen hebben zowel in het eerste als het tweede halfjaar goodwill-impairments doorgevoerd. In lijn met IFRS hebben we bij geen enkele onderneming vastgesteld dat er sprake is van terugneming van goodwill-impairments.

In het kader van bijzondere waardeverminderingen van goodwill is Unibail-Rodamco-Westfield vermeldenswaardig. Zij heeft in de eerste helft van 2020 een goodwill-impairment verantwoord van € 736 miljoen en in de tweede helft van 2020 nog eens een bedrag van €884 miljoen. Bij Unibail-Rodamco-Westfield wordt transparant gecommuniceerd over het effect van COVID-19. In het halfjaarverslag wordt reeds aangegeven dat bij de doorgevoerde goodwill-impairment rekening is gehouden met de onzekerheden rondom COVID-19, maar dat deze inschattingen voor het tweede halfjaar nog kunnen veranderen: “Those appraisals have been performed in a context of uncertainties associated with the current COVID-19 pandemic characterised by, lack of transactions since the outbreak of the pandemic and difficulties to estimate future market prospects. As a result, assumptions taken by external appraisers as at June 30, 2020 might differ significantly for year-end 2020.”1

Er staat niet expliciet toegelicht waarom er in zowel de eerste als tweede helft van 2020 een bijzondere waardevermindering op goodwill heeft plaatsgevonden, alleen dat dit het gevolg is van de coronapandemie.

Bijzondere waardevermindering immateriële en materiële vaste activa

IAS 38 onderscheidt immateriële vaste activa met een onbepaalde en immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur. Net als bij goodwill wordt op immateriële vaste activa met een onbepaalde economische levensduur niet systematisch afgeschreven, maar worden ze jaarlijks getest op impairment. Op immateriële vaste activa met een bepaalde economische levensduur en op materiële vaste activa wordt daarentegen wel systematisch afgeschreven. Voor alle immateriële en materiële vaste activa geldt daarnaast dat een impairmenttest moet worden uitgevoerd als er een indicatie is voor een bijzondere waardevermindering.

In tegenstelling tot goodwill kan bij immateriële vaste activa (niet zijnde goodwill) en materiële vaste activa sprake zijn van terugneming van bijzondere waardeverminderingen. IAS 36 schrijft namelijk voor dat zodra een bijzondere waardevermindering heeft opgehouden te bestaan, de afboeking ongedaan wordt gemaakt voor zover de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende immateriële en materiële vaste activa niet hoger wordt dan de boekwaarde die zou hebben gegolden indien in het verleden geen bijzondere waardeverminderingsverlies zou zijn verantwoord.

Voor wat betreft immateriële vaste activa (niet zijnde goodwill) geeft Tabel 3 het volgende beeld: 21 ondernemingen nemen alleen impairments in het tweede halfjaar en tien ondernemingen zowel in het eerste als in het tweede halfjaar. Daarnaast is er bij één onderneming sprake van een terugneming van een impairment in het tweede halfjaar die overigens niet lijkt te zijn gerelateerd aan de coronapandemie.

Tabel 3.

Plaats vermelding COVID-19 in accountantsverklaring.

Genoemd ergens in verklaring Genoemd in een afzonderlijke KAM Genoemd als onderdeel van een KAM Genoemd in Emphasis of Matter paragraaf Genoemd in algemeen deel accountants-verklaring
2020
Ja 72 (86%) 7 (8%) 49 (58%) 1 (1%) 68 (81%)
Nee 12 (14%) 77 (92%) 35 (42%) 83 (99%) 16 (19%)
Totaal 84 84 84 84 84
2019
Ja 17 (20%) 0 (0%) 3 (4%) 15 (18%) 1 (1%)
Nee 67 (80%) 84 (100%) 81 (96%) 69 (82%) 83 (99%)
Totaal 84 84 84 84 84

In Tabel 3 zien we bij materiële vaste activa dat door twee ondernemingen alleen in het eerste halfjaar sprake is van impairments en bij 23 ondernemingen alleen in het tweede halfjaar. Door negen ondernemingen worden zowel in het eerste als in het tweede halfjaar impairments genomen met betrekking tot materiële vaste activa. Bij drie ondernemingen is sprake van een terugneming van impairments in het tweede halfjaar.

Bij de bijzondere waardevermindering rondom immateriële vaste activa (niet zijnde goodwill) vinden we geen interessante cases die kunnen worden gerelateerd aan COVID-19. Bij materiële vaste activa daarentegen is een tweetal cases vermeldenswaardig. Het gaat om de volgende ondernemingen: Avantium en TKH.

Bij Avantium lijkt er sprake te zijn van een terugneming van een bijzondere waardevermindering rondom materiële vaste activa die is gerelateerd aan de coronapandemie. Het oorspronkelijke € 57.000 impairmentverlies op materiële vaste activa in het halfjaarverslag 20202 wordt deels teruggenomen in het jaarverslag 2020, aangezien er daar een “impairment charge” wordt meegenomen van € 38.000. Wel geeft Avantium ook aan te worstelen met de onzekerheden rondom de coronapandemie: “COVID-19 had an impact on the impairment. For the purposes of assessing impairment, assets are grouped at the lowest levels for which there are separately identifiable cash flows (cash-generating units). Non-financial assets other than goodwill that suffered impairment are reviewed for possible reversal of the impairment at each reporting date. During 2020, COVID-19 and the resulting change in the economic environment did not result in an indication of an impairment.”3

Voor TKH is niet te herleiden of de genomen bijzondere waardeverminderingen ad € 995.000 met betrekking tot materiële vaste activa direct gelieerd zijn aan COVID-19, aangezien in de toelichting staat dat het betrekking heeft op het sluiten van kabelproductieactiviteiten.4 Rondom de right-of-use-activa is dit verband wel te leggen. In het TKH-jaarverslag 2020 wordt namelijk expliciet aangegeven dat de bijzondere waardeverminderingen ad € 2.553.000 – in ieder geval voor een deel – zijn gelieerd aan de ontstane leegstand van gehuurde bedrijfsgebouwen als gevolg van de coronapandemie (p. 121).

4. Invloed COVID-19 op werk van en rapportage door controlerend accountant

Het werk van controlerend accountants is op diverse manieren beïnvloed door COVID-19. Niet alleen heeft COVID-19 geleid tot meer onzekerheid omtrent de financiële effecten van COVID-19 op de gecontroleerde ondernemingen. Ook heeft COVID-19, door de reis- en contactbeperkingen rechtstreeks de wijze waarop de controle kon worden verricht beïnvloed. In dit onderdeel zullen we nagaan welke gevolgen dit heeft gehad voor de wijze waarop accountants hebben gerapporteerd over de controle van de jaarrekeningen 2020. Daarbij hebben wij mede een vergelijking gemaakt met de accountantsverklaringen over 2019 bij dezelfde populatie ondernemingen.

Regelgeving

In Nederland heeft de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) een alert uitgevaardigd over de Impact coronavirus op accountantswerkzaamheden (NBA Alert 42), waarvan de meest recente versie dateert van 6 april 2020. De status van een dergelijke alert is die van aanwijzing. Hoewel het dus niet de status heeft van beroepsreglementering, worden de leden van het NBA geacht kennis te nemen van de aanwijzingen en te kunnen uitleggen wanneer daarvan wordt afgeweken. Ook in andere landen hebben beroepsorganisaties van accountants vergelijkbare uitingen gedaan. Op Europees en internationaal niveau hebben diverse toezichthouders en standard setters publicaties uitgegeven met betrekking tot de effecten van COVID-19 op de controle van de jaarrekeningen waarin aan accountants een oproep wordt gedaan tot extra aandacht voor bepaalde gebieden en zijn hulpmiddelen zoals checklists ontwikkeld om de accountant te helpen bij de controle. Onderstaand is een greep gedaan uit enkele van deze handreikingen:

  • De International Federation of Accountants (IFAC) heeft een website5 gemaakt met veel informatie over de mogelijke gevolgen van COVID-19 op diverse aspecten van de controle, de organisatie, ethiek, enzovoort, met links naar diverse nuttige sites.
  • Accountancy Europe (ACE) heeft een vergelijkbare website6 met allerhande materiaal voor accountants over de invloed van COVID-19 op de controle van jaarrekeningen.
  • De Committee of European Auditing Oversight Bodies (CEAOB) heeft in maart 2020 een public statement uitgevaardigd met aandachtspunten voor de accountant inzake COVID-19 (CEAOB 2020).
  • De International Organisations of Securities Commissions (IOSCO) publiceerde in mei 2020 de Statement on Importance of Disclosure about COVID-19 waarin mede wordt ingegaan op de verwachtingen die beurstoezichthouders hebben van de accountants.
  • Eind 2020 publiceerde de Autoriteit Financiële Markten (AFM) In Balans – de effecten van COVID-19, waarin mede wordt ingegaan op de rol van de accountant bij de controle van de jaarrekeningen 2019 en bij de halfjaarberichten 2020.

Uit al deze publicaties komt een aantal gemeenschappelijke punten naar voren:

  • De corona-uitbraak mag de accountant er niet van weerhouden een hoog kwalitatieve controle uit te voeren. Desnoods moeten andere en extra controlewerkzaamheden worden verricht of moet de accountant meer tijd vragen indien COVID-19 belemmeringen veroorzaakt. In uitzonderingsgevallen, wanneer uitstel niet mogelijk is en niet voldoende en geschikte controle-informatie op tijd kan worden verkregen, moet worden overwogen om een niet-goedkeurende verklaring af te geven. Als voorbeelden worden genoemd de beperkingen ten aanzien van het bezoeken van dochtermaatschappijen in het buitenland en de daar acterende lokale componentteams en het bijwonen van inventarisaties. Gesuggereerd wordt meer gebruik te maken van alternatieve controlemethoden en technologie.
  • De accountant moet meer aandacht besteden aan eventuele continuïteitsproblematiek.
  • De accountant moet overleg hebben met het management en degenen die verantwoordelijk zijn voor de governance van de organisatie omtrent de gevolgen van COVID-19.
  • De accountant moet aandacht besteden aan de volledigheid van de toelichting in de jaarrekening waar het betreft de gevolgen van COVID-19.
  • Gebeurtenissen na de balansdatum moeten worden meegewogen in het oordeel omtrent continuïteit, maar ook omtrent de volledigheid van de toelichting in de jaarrekening.
  • Wat betreft de inhoud van de accountantsverklaring moet de accountant met name overwegen of een additionele toelichting moet worden opgenomen naar aanleiding van COVID-19. Dit kan de vorm hebben van een Key Audit Matter (KAM), een paragraaf ter benadrukking van aangelegenheden (Emphasis of Matter paragraaf of EoM) of een stuk tekst in het algemene deel van de verklaring. De accountant zal een KAM gebruiken om zaken te belichten die van significant belang waren bij de controle en waarover de accountant gerapporteerd heeft aan ‘those charged with governance’. Een EoM is aan de orde indien de accountant (i) de aandacht van de lezer wil vestigen op een toelichting in de jaarrekening omdat deze door de accountant van fundamenteel belang wordt geacht voor de lezer, of (ii) anderszins de accountant de lezer wil wijzen op zaken die van belang zijn voor het begrip van de controle, de verantwoordelijkheid van de accountant of de accountantsverklaring. Voor alle duidelijkheid, een KAM en EoM als zodanig doen geen afbreuk aan het goedkeurend karakter van een accountantsverklaring. De accountant kan voorts aandacht besteden aan COVID-19 in het algemene deel van de verklaring.

Bevindingen

Bij één van de ondernemingen in de onderzoekspopulatie was geen accountantsverklaring toegevoegd. Voor dit onderdeel over de accountantsverklaring is deze jaarrekening buiten beschouwing gelaten en bestaat de populatie dus uit 84 verklaringen.

Frequentie en plaats vermelding COVID-19 in accountantsverklaringen

Allereerst geven we in Tabel 3 een indruk van de mate waarin in de accountantsverklaringen aandacht is besteed aan COVID-19 en in welk onderdeel van de verklaring. De eerste kolom geeft aan of er ergens in de accountantsverklaring melding werd gemaakt van COVID. In de kolommen ernaast wordt aangegeven waar in de verklaring dit plaatsvond.

Daarbij valt reeds een aantal zaken op. Allereerst is in slechts een kleine minderheid (14%) van de accountantsverklaringen in het geheel niet ingegaan op COVID-19 in 2020 (tegenover 80% in 2019). Dit wordt mede veroorzaakt door het feit dat veel van de accountantsverklaringen over 2019 reeds waren afgegeven voordat formeel op 11 maart 2020 de pandemie werd uitgeroepen door de WHO. Daar staat tegenover dat er in 2019 in 18% van de verklaringen een EoM-paragraaf is opgenomen vanwege de onzekerheden rond COVID-19 terwijl we dat slechts eenmaal (1%) aantroffen in 2020. Blijkbaar waren de onzekerheden tegen het einde van 2020 weggenomen, dan wel geconcretiseerd tot een duidelijke KAM. In zeven (8%) accountantsverklaringen heeft de accountant een specifieke KAM opgenomen voor de effecten van COVID-19. Hoewel het hierbij gaat om diverse sectoren, valt op dat hieronder drie vastgoedinvesteerders zitten. In veel gevallen (58%) wordt COVID-19 genoemd als onderdeel van een KAM over een onderwerp, zoals bijzondere waardevermindering. Voorts valt op dat in 81% van de accountantsverklaringen in 2020 COVID-19 wordt vermeld in het algemene deel van de verklaring waarin de accountant ingaat op de wijze waarop de controle is uitgevoerd. Daarbij moet worden gedacht aan de bepaling van de materialiteit, de beoordeling van de continuïteit van de onderneming, de controle van (buitenlandse) groepsmaatschappijen, alternatieve controlemethodieken als gevolg van reis- en contactbeperkingen, enzovoort. Blijkbaar heeft COVID-19 ten aanzien van de jaarrekeningen 2020 een groot effect gehad op de aard, omvang en resultaten van de accountantscontrole.

Wij hebben onderzocht of de aandacht die de accountant besteedt aan COVID-19 in lijn is met het belang dat de ondernemingen zelf aan de gevolgen van COVID-19 hechten. Om dit na te gaan is de correlatie bepaald tussen enerzijds het relatieve aantal keren dat COVID-19 vermeld wordt in het gehele jaarverslag (jaarrekening, bestuursverslag en overige gegevens) en anderzijds of de accountant aandacht besteedt aan COVID-19. Wij hebben deze correlatie uitgevoerd voor de vermelding in het algemeen, vermelding als KAM, vermelding als onderdeel van een KAM of vermelding als EoM. In Tabel 4 zijn de resultaten weergegeven.

Tabel 4.

Relatie belang COVID-19 voor de onderneming en vermelding in accountantsverklaring.

COVID-19 genoemd …
N=84 Ergens in de accountants-verklaring Als zelfstandige KAM Als onderdeel van een KAM Als EoM
Gemiddeld aantal keren per pagina dat COVID-19 wordt vermeld in jaarverslag Pearson correlatie 0,313*** 0,278** 0,404*** 0,068
Sign (2-tailed) 0,004 0,011 ,000 0,538

Uit de resultaten blijkt een statistisch significante positieve correlatie tussen het aantal keren dat de onderneming zelf COVID-19 vermeldt in het jaarverslag en het opnemen van een KAM over COVID-19 (zowel als zelfstandige KAM als als onderdeel van een KAM).

Vermelding aard gevolgen COVID-19 in Key Audit Matters

De KAMs bieden inzicht in de COVID-19-aspecten die in het bijzonder de aandacht van de accountant hebben vereist bij het uitvoeren van de controle. In Tabel 5 wordt, in afnemende mate van belang, een overzicht gegeven van de posten van de jaarrekening of de processen die in de KAMs worden genoemd in samenhang met COVID-19. Bij elk van deze KAMs werd COVID-19 (mede) genoemd als oorzaak voor de extra aandacht. Het betreft zowel de gevallen waarin COVID-19 als afzonderlijke KAM wordt opgenomen als de gevallen waarin COVID-19 als onderdeel van een KAM wordt genoemd.

Tabel 5.

KAMs waarin specifiek naar COVID-19 wordt verwezen.

Onderwerp Aantal Perc
Bijzondere waardevermindering goodwill 26 21%
Bijzondere waardevermindering immateriële activa 14 11%
Omzetverantwoording 11 9%
Waardering (latente) belastingvorderingen 8 6%
Voldoen aan leningconvenanten / beschikbaarheid financiering 8 6%
Bijzondere waardevermindering MVA 7 6%
Waardering beleggingen 7 6%
Bijzondere waardevermindering leningportefeuille 5 4%
Going-concern toelichting 5 4%
Waardering vastgoed 5 4%
Continuïteit IT systemen 4 3%
Leaseverplichtingen en leasekortingen 4 3%
Waardering handelsdebiteuren 4 3%
Overheidsbijdragen 3 2%
Waardering verzekeringsverplichtingen 3 2%
Waardering joint ventures 3 2%
Waardering voorraden 2 2%
Waardering dochtermaatschappij 1 1%
Energietransitie 1 1%
Waardering voorzieningen 1 1%
Overname 1 1%
Waardering financiële verplichtingen en bijbehorende derivaten 1 1%
Interne controle over het financiële verslaggevingsproces 1 1%
Totaal 125 100%

In het overzicht valt op dat het met name de bijzondere waardeverminderingen en omzetverantwoording zijn die veel aandacht hebben gevergd van de accountant. Dit is in lijn met de bevindingen uit paragraaf 3 waar is ingegaan op de mate waarin COVID-19 leidde tot bijzondere waardeverminderingen. Tevens blijkt dat overheidsbijdragen slechts in beperkte mate genoemd worden als aandachtsgebied van de accountant in relatie tot COVID-19 in 2020. Als gevolg van onzekerheid rondom bijzondere waardeverminderingen neemt de controlerend accountant van Avantium deze onzekerheid ook mee richting de KAMs: “Given the significant estimation uncertainty and the related higher inherent risks of material misstatement in the impairment assessment of property, plant and equipment, we considered this matter as a key audit matter as set out in the section ‘Key audit matters’ of this report.” (p. 140). Ook bij GrandVision wordt door de controlerend accountant erkend dat aan de coronapandemie gelieerde impairmentinschattingen worden genomen onder grote onzekerheid, waardoor deze onderdeel uitmaken van de KAMs: “Given the high level of management judgement regarding the aforementioned assumptions in the impairment assessment of goodwill and other intangible assets, we considered this area to be important for our audit.” (p. 191).

Als illustratie van een zelfstandige KAM over COVID-19 waarin specifiek aandacht wordt besteed aan de additionele werkzaamheden die de accountant heeft verricht is de KAM opgenomen die de controlerend accountant bij Sligro Food Group heeft opgenomen in de verklaring. Zie Figuur 4.

Figuur 4.

Good practice KAM toegewijd aan COVID-19: Sligro Food Group Jaarverslag 2020, p. 142. https://jaarverslag2020.sligrofoodgroup.nl/wp-content/uploads/2021/02/Sligro-Jaarverslag-2020-NL-3.pdf

Additionele toelichting door de accountant

Zoals bovenstaand reeds vermeld, wordt bij 68 ondernemingen in de accountantsverklaring verwezen naar gevolgen van COVID-19 voor de controle zelf, buiten de KAMs en EoMs. Onderstaand worden enkele van deze gevolgen geïllustreerd.

In Figuur 5 is het voorbeeld opgenomen van de accountantsverklaring bij Aalberts, waarin wordt verwezen naar de gevolgen voor de controle van groepsmaatschappijen.

Figuur 5.

Good practice vermelding gevolgen COVID-19 voor controle groepsmaatschappijen: Aalberts, Annual Report 2020, p. 117. https://aalberts-website.s3.eu-west-1.amazonaws.com/media/App/Models/Download/000/000/308/attachment/original/Aalberts_annual_report_2020.pdf

Ook kan COVID-19 een verhoogd risico op fraude met zich brengen. De controlerend accountant van Fugro meldt dit in de accountantsverklaring (zie Figuur 6).

Figuur 6.

Good practice vermelding gevolgen COVID-19 voor frauderisico: Fugro Annual Report 2020, p. 205. https://fugroannualreport.com/assets/pdfs/FUGRO_JV2020-IA.pdf

Ten slotte is in Figuur 7 een voorbeeld opgenomen waarbij de controlerend accountant van RELX aangeeft dat COVID-19 gevolgen heeft gehad voor de gehanteerde materialiteit.

Figuur 7.

Good practice vermelding gevolgen COVID-19 voor materialiteit: RELX Annual Report and Financial Statements 2020, p. 129. https://www.relx.com/~/media/Files/R/RELX-Group/documents/reports/annual-reports/2020-annual-report.pdf

5. Concluderende opmerkingen

In dit artikel wordt verslag gedaan van een onderzoek naar de effecten van de coronacrisis op de jaarverslaggeving 2020 van in totaal 85 ondernemingen waarvan aandelen zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam. We hebben de jaarverslagen 2020 van deze ondernemingen op de volgende aspecten onderzocht:

  • de informatieverschaffing over overheidsbijdragen die ondernemingen hebben ontvangen in verband met de coronapandemie;
  • de verantwoording van aan de coronapandemie gerelateerde bijzondere waardeverminderingen en eventuele terugnemingen daarvan;
  • de invloed van de coronapandemie op de accountantscontrole en de accountantsverklaring.

Voor overheidssubsidies geldt dat ondernemingen in precaire sectoren meer overheidssubsidie hebben ontvangen dan ondernemingen in niet-precaire sectoren. Het sterkste effect wordt vastgesteld bij Air France-KLM. Ook blijkt dat ondernemingen die financieel beter presteren minder overheidssubsidie hebben ontvangen. Naast de Nederlandse NOW-regeling zijn ook de in het buitenland ontvangen subsidies meegenomen.

Ten aanzien van bijzondere waardeverminderingen – anders dan in het artikel van Vergoossen and Van Beest (2020) rondom de halfjaarverslaggeving 2020 – blijkt er geen significante correlatie te zijn tussen de coronapandemie en bijzondere waardeverminderingen. Het effect van het beschikbaar komen van coronavaccins en de vaccinatieprogramma’s hebben er voor gezorgd, gecombineerd met overheidssteun, dat de macro-economische effecten van de coronapandemie redelijk beperkt zijn gebleven. Het lijkt er dus op dat de effecten van de coronapandemie van relatief korte duur waren en in de halfjaarverslaggeving 2020 sterker waren dan in de verslaggeving over het hele jaar 2020. Dit lijkt consistent met de ontwikkeling van de AEX zelf die eind 2020 al weer boven de stand van begin 2020 stond.

Aan de inhoud van de accountantsverklaringen zien we dat de coronapandemie een sterk effect heeft gehad op de werkzaamheden van de accountant. Allereerst is in slechts een kleine minderheid (14%) van de accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen 2020 in het geheel niet ingegaan op COVID-19 (tegenover 80% bij de jaarrekeningen 2019). Voorts valt op dat in 81% van de accountantsverklaringen bij de jaarrekeningen 2020 COVID-19 wordt vermeld in het algemene deel van de verklaring waarin de accountant ingaat op de wijze waarop de controle is uitgevoerd. Daarbij moet worden gedacht aan de bepaling van de materialiteit, de beoordeling van de continuïteit van de onderneming, de controle van (buitenlandse) groepsmaatschappijen, alternatieve controlemethodieken als gevolg van reis- en contactbeperkingen. Verder blijkt er een positief verband te zijn tussen het aantal keren dat de onderneming zelf COVID-19 vermeldt in het jaarverslag en het opnemen van een KAM over COVID-19.

Dr. F. van Beest is directeur Data Proposities en Integrated Reporting bij Flynth adviseurs en accountants en universitair docent financial accounting and reporting in het Center for Corporate Reporting, Finance & Tax, Nyenrode Business Universiteit.

K. van der Kuij-Groenberg RA is partner Accounting & Reporting bij het vaktechnisch bureau (National Office) van PwC.

Prof. dr. L.G. van der Tas RA is hoogleraar Externe Verslaggeving, Universiteit van Tilburg en vaktechnisch partner en Global IFRS Leader bij EY.

Prof. dr. R.G.A. Vergoossen RA is hoogleraar Externe Verslaggeving en directeur Center for Corporate Reporting, Finance & Tax, Nyenrode Business Universiteit en hoogleraar International Financial Accounting, Universiteit Maastricht.

Noten

Literatuur

  • Brouwer T, Ter Hoeven R, Huttenhuis J (2021) Empirical results for expected credit losses of G-SIBs during COVID-19. The proof of the pudding is in the eating. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 95(11/12): 381–396. https://doi.org/10.5117/mab.95.75980
  • Vergoossen RGA, Van Beest F (2020) Coronacrisis en de financiële verslaggeving van Nederlandse beursfondsen. Maandblad voor Accountancy en Bedrijfseconomie 94(11/12): 417-426. https://doi.org/10.5117/mab.94.60124

Bijlage

De jaarverslaggeving 2020 van de volgende beursfondsen is in het onderzoek betrokken:

AEX AMX AScX Lokale
ABN AMRO
Adyen
AEGON
Ahold Delhaize
Akzo Nobel
Arcelor Mittal
ASM International
ASML
ASR
DSM
Galapagos
Heineken NV
IMCD
ING
Just Eat Takeaway
KPN
NN Group
Philips
Randstad
RELX
Royal Dutch Shell
Unibail Rodamco Westfield
Unilever
Wolters Kluwer
Aalberts
Air France-KLM
Aperam
Arcadis
BAM
Basic-Fit
BESI
Boskalis
Corbion
Fagron
Flow Traders
Fugro
GrandVision
Intertrust
NSI
OCI
Pharming
PostNL
SBM Offshore
Signify
TKH
Vopak
WDP
Accell
Acomo
Alfen
AMG
Avantium
B&S Group
Brunel
ForFarmers
Heijmans
ICT
Kendrion
Nedap
Neways
NIBC
Ordina
SIF Holding
Sligro
TomTom
Van Lanschot Kempen
VastNed
Vivoryon
Wereldhave
Ageas
BeterBed
Brill
CocaCola European Partners
Ctac
DPA
Eurocastle
Euronext
HAL Trust
Hunter Douglas
Hydratec
Klépierre
RoodMicrotec
Stern
Value8
Veon